wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voeding leerjaar 2

Total questions: 72

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

Wat eet een vegetariër niet?

a)

vlees en vis

b)

groenten

c)

zuivelproducten en eieren

d)

fruit

2.

Wat eet een veganist niet?

a)

vlees en vis

b)

groenten

c)

zuivelproducten en eieren

d)

fruit

3.

Wat kunnen vleesvervangers zijn?

a)

peulvruchten

b)

tofu en tempeh

c)

groenten

d)

fruit

4.

Wat zijn peulvruchten?

a)

erwten, bonen en linzen

b)

witte rijst en zilvervliesrijst

c)

walnoten en hazelnoten

d)

tofu en tempeh

5.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is hier afgebeeld?

a)

groenten

b)

peulvruchten

c)

rijst

d)

fruit

6.

Hoeveel procent van de Nederlandse bevolking eet vegetarisch?

a)

10%

b)

20%

c)

1%

d)

2%

e)

5%

7.

Wat zijn voedingsmiddelen?

a)

alles wat je eet en drinkt

b)

eiwitten, vetten en koolhydraten

c)

vlees en vis

d)

groeten en fruit

8.

Wat zijn voorbeelden van plantaardige voedingsmiddelen?

a)

peulvruchten

b)

groenten

c)

noten

d)

eieren

9.

Wat zijn voorbeelden van dierlijke voedingsmiddelen?

a)

vlees

b)

eieren

c)

zuivelproducten

d)

peulvruchten

10.

Waar zijn zuivelproducten van gemaakt?

a)

van eieren

b)

van melk

c)

van groenten

d)

van cacao

11.

Wat zijn voorbeelden van voedingsstoffen?

a)

eiwitten, koolhydraten en vetten

b)

water, mineralen en vitamines

c)

groenten en fruit

d)

vlees en vis

12.

Wat zijn voorbeelden van voedingsmiddelen?

a)

eiwitten, koolhydraten en vetten

b)

water, mineralen en vitamines

c)

groenten en fruit

d)

vlees en vis

13.

Bekijk de afbeelding. In de afbeelding zie je ......

a)

een plantaardig voedingsmiddel

b)

een dierlijk voedingsmiddel

c)

een voedingsstof

14.

Bekijk de afbeelding. In de afbeelding zie je ......

a)

een plantaardig voedingsmiddel

b)

een dierlijk voedingsmiddel

c)

een voedingsstof

15.

Wat zijn voedingsstoffen?

a)

alles wat je eet en drinkt

b)

de bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen

c)

groenten en fruit

d)

vlees en vis

16.

Welke voedingsmiddelen bevatten koolhydraten?

a)

pasta

b)

aardappelen

c)

jam

d)

ei

17.

Welke voedingsmiddelen bevatten eiwitten?

a)

biefstuk

b)

melk

c)

honing

d)

paprika

18.

Welke voedingsmiddelen bevatten vetten?

a)

boter

b)

olijfolie

c)

noten

d)

erwten

19.

Welke voedingsmiddelen bevatten vitamines?

a)

aardbeien

b)

boter

c)

water

d)

vis

20.

Welke voedingsmiddelen bevatten water?

a)

komkommer

b)

pasta

c)

melk

d)

krenten

21.

Welke voedingsmiddelen bevatten mineralen?

a)

vlees

b)

melk

c)

cola

d)

banaan

22.

Waar worden bouwstoffen voor gebruikt?

a)

voor herstel en opbouw van je lichaam

b)

leveren energie voor beweging en om lichaams-temperatuur op peil te houden

c)

wordt opgeslagen in bepaalde delen in je lichaam

d)

zorgen ervoor dat je gezond blijft

23.

Waar worden brandstoffen voor gebruikt?

a)

voor herstel en opbouw van je lichaam

b)

leveren energie voor beweging en om lichaams-temperatuur op peil te houden

c)

wordt opgeslagen in bepaalde delen in je lichaam

d)

zorgen ervoor dat je gezond blijft

24.

Waar worden reservestoffen voor gebruikt?

a)

voor herstel en opbouw van je lichaam

b)

leveren energie voor beweging en om lichaams-temperatuur op peil te houden

c)

wordt opgeslagen in bepaalde delen in je lichaam

d)

zorgen ervoor dat je gezond blijft

25.

Waar worden beschermende stoffen voor gebruikt?

a)

voor herstel en opbouw van je lichaam

b)

leveren energie voor beweging en om lichaams-temperatuur op peil te houden

c)

wordt opgeslagen in bepaalde delen in je lichaam

d)

zorgen ervoor dat je gezond blijft

26.

Wat is een indicator?

a)

een aantoonstof

b)

een vloeistof

c)

een richtingaanwijzer

d)

een poeder

27.

Wat is de indicator voor zetmeel?

a)

helder kalkwater

b)

jood-oplossing

c)

tarwe-meel

d)

beschuit

28.

Welke kleur heeft jood-oplossing?

a)

blauw-zwart

b)

geel-bruin

c)

kleurloos

d)

rood

29.

Welke kleurverandering treedt er op

als je jood-oplossing toevoegt aan zetmeel?

a)

het wordt geel-bruin

b)

het wordt groen

c)

het wordt blauw-zwart

d)

het wordt wit

30.

Wat betekent het begrip "energie-behoefte"?

a)

de hoeveelheid energie die je dagelijks nodig hebt

b)

de hoeveelheid energie die je elke dag overhoudt

c)

de hoeveelheid energie die je dagelijks tekort komt

d)

de hoeveelheid energie die je elke dag binnenkrijgt met je voeding

31.

Waarvan is je energie-behoefte afhankelijk?

a)

van je leeftijd

b)

van je lichaamsbouw

c)

van je voeding

d)

van je leefomgeving

32.

Je energie-behoefte is afhankelijk van 4 factoren, waaronder je leeftijd en je lichaamsbouw. Van welke 2 factoren is je energie-behoefte nog meer afhankelijk?

a)

van je voeding

b)

van je leefomgeving

c)

van je lichamelijke inspanning

d)

van je geslacht

33.

Wie heeft er een hogere energie-behoefte?

a)

een bouwvakker

b)

een kantoormedewerker

34.

Wie heeft er (gemiddeld gezien) een hogere energie-behoefte?

a)

een man

b)

een vrouw

35.

Wanneer is jouw energie-behoefte groter?

a)

In de winter

b)

In de zomer

36.

Hoe bereken je je BMI?

a)

je lengte delen door je gewicht

b)

je lengte delen door je gewicht x gewicht

c)

je gewicht delen door je lengte

d)

je gewicht delen door je lengte x lengte

37.

Wat betekent het begrip "energie-balans"?

a)

dat je genoeg energie hebt

b)

dat je evenveel energie met je voeding binnenkrijgt als je gedurende de dag verbrandt

c)

dat je energie in balans is

d)

dat je niet teveel eet

38.

Wat is anorexia?

a)

een eetstoornis waarbij je extreem afvalt

b)

een eetstoornis waarbij je veel overgeeft

c)

een eetstoornis waarbij je extreem overgewicht hebt

d)

een eetstoornis waarbij je veel eetbuien hebt

39.

Bij wie komt anorexia voor?

a)

Alleen bij meisjes

b)

Alleen bij jongens

c)

Bij jongens en bij meisjes

40.

Wat kan een gevolg zijn van de eetstoornis obesitas?

a)

vertraagde hartslag

b)

maag- en darm problemen

c)

slijtage aan gewrichten

d)

onvruchtbaarheid

41.

Welke functies horen bij de voedingsstof koolhydraten?

a)

brandstof

b)

bouwstof

c)

beschermende stof

d)

reservestof

42.

Welke functies horen bij de voedingsstof vetten?

a)

brandstof

b)

bouwstof

c)

beschermende stof

d)

reservestof

43.

Welke functies horen bij de voedingsstof eiwitten?

a)

brandstof

b)

bouwstof

c)

beschermende stof

d)

reservestof

44.

Welke functie hoort bij de voedingsstof water?

a)

brandstof

b)

bouwstof

c)

beschermende stof

d)

reservestof

45.

Welke functie hoort bij de voedingsstof vitamines?

a)

brandstof

b)

bouwstof

c)

beschermende stof

d)

reservestof

46.

Welke functie hoort bij de voedingsstof mineralen?

a)

brandstof

b)

bouwstof

c)

beschermende stof

d)

reservestof

47.

Bekijk de afbeelding van de schijf van vijf.

Welk(e) vak(ken) bevat(ten) veel vezels?

a)

het groene vak

b)

het blauwe vak

c)

het oranje vak

d)

het roze vak

48.

Bekijk de afbeelding van de schijf van vijf.

Welk(e) vak(ken) bevat(ten) veel eiwitten?

a)

het groene vak

b)

het blauwe vak

c)

het oranje vak

d)

het roze vak

49.

Bekijk de afbeelding van de schijf van vijf.

Welk(e) vak(ken) bevat(ten) veel koolhydraten?

a)

het groene vak

b)

het blauwe vak

c)

het oranje vak

d)

het roze vak

50.

Bekijk de afbeelding van de schijf van vijf.

In welk vak hoort pasta en rijst thuis?

a)

het groene vak

b)

het blauwe vak

c)

het oranje vak

d)

het roze vak

51.

Bekijk de afbeelding van de schijf van vijf.

In welk vak hoort melk en kaas thuis?

a)

het groene vak

b)

het blauwe vak

c)

het oranje vak

d)

het roze vak

52.

Bekijk de afbeelding van de schijf van vijf.

Van welke 2 vakken moet je elke dag het meeste binnenkrijgen?

a)

het groene vak

b)

het blauwe vak

c)

het oranje vak

d)

het roze vak

53.

Bekijk de afbeelding van de schijf van vijf.

Waarom moet jij elke dag voldoende voeding eten uit het groene en oranje vak?

a)

deze voedingsmiddelen bevatten veel vezels

b)

deze voedingsmiddelen bevatten veel vetten

c)

deze voedingsmiddelen bevatten veel vitaminen

d)

deze voedingsmiddelen bevatten veel water

54.

Wat zijn (voedings)vezels?

a)

de onverteerde delen van plantaardige voeding

b)

de verteerde delen van plantaardige voeding

c)

de taaiere stukken in bijvoorbeeld vlees

55.

Wat is de functie van (voedings)vezels?

a)

zorgen voor een goede darmwerking

b)

zorgen ervoor dat je goed kunt plassen

c)

zorgen ervoor dat je gezond blijft

56.

Welke voedingsmiddelen bevatten veel (voedings)vezels?

a)

sinaasappels en volkoren brood

b)

volkoren brood en ranja

c)

witbrood en chips

d)

biefstuk en komkommer

57.

Verzadigde vetten zijn... ?

a)

gezond

b)

niet gezond

58.

Waarom zijn verzadigde vetten niet goed voor je lichaam?

(er zijn 2 antwoorden goed)

a)

ze zorgen voor stijve spieren

b)

ze zorgen voor dichtgeslibde (verstopte) bloedvaten

c)

ze verhogen de kans op hart- en vaatziekten

d)

ze zorgen voor ondergewicht

59.

Kijk goed naar de afbeelding. Op de afbeelding zie je.... ?

a)

verzadigde vetten

b)

onverzadigde vetten

60.

Kijk goed naar de afbeelding. Op de afbeelding zie je.... ?

a)

verzadigde vetten

b)

onverzadigde vetten

61.

Vaak worden aan voedingsmiddelen additieven toegevoegd. Wat zijn voorbeelden van additieven?

a)

kleurstoffen

b)

smaakstoffen

c)

geurstoffen

d)

water

62.

Waarom worden er additieven (zoals kleur- en smaakstoffen)

toegevoegd aan voedingsmiddelen?

(er zijn 2 antwoorden goed)

a)

om voedsel langer houdbaar te maken

b)

om voedsel aantrekkelijker te maken

c)

om voedsel korter houdbaar te maken

d)

om voedsel minder lekker te laten smaken

63.

Wat betekent het begrip "conserveren" ?

a)

het langer houdbaar maken van voedsel

b)

het bewaren van voedsel

c)

het koken van voedsel

d)

het opdienen van voedsel

64.

Het doel van eten conserveren is het voedsel langer houdbaar maken.

Welke organismen kunnen voedsel laten bederven?

(er zijn twee antwoorden goed)

a)

bacteriën

b)

schimmels

c)

virussen

d)

planten

65.

Bekijk de afbeelding goed.

Welke manier van conserveren is hier afgebeeld?

a)

Drogen

b)

Vacuüm verpakken

c)

Invriezen

d)

Steriliseren

66.

Bekijk de afbeelding goed.

Welke manier van conserveren is hier afgebeeld?

a)

Drogen

b)

Vacuüm verpakken

c)

Invriezen

d)

Steriliseren

67.

Bekijk de afbeelding goed.

Welke manier van conserveren is hier afgebeeld?

a)

Drogen

b)

Vacuüm verpakken

c)

Invriezen

d)

Steriliseren

68.

Bekijk de afbeelding goed.

Welke manier van conserveren is hier afgebeeld?

a)

Drogen

b)

Vacuüm verpakken

c)

Invriezen

d)

Steriliseren

69.

Wat is voedselvergiftiging?

a)

dat er gif in je voedsel zit

b)

dat een bacterie of schimmel je voedsel bederft

c)

dat je voedsel rauw is

70.

Wat kan het gevolg zijn van voedselvergiftiging?

a)

buikpijn

b)

diarree

c)

overgeven

d)

hoofdpijn

71.

Wat is kruisbesmetting?

a)

dat groenten en vlees naast elkaar liggen op een bord

b)

dat bacteriën van rauw vlees op groente terechtkomen

c)

dat bacteriën van rauwe groente op vlees terecht komen

d)

dat je ziek wordt van het eten van rauw vlees

72.

Hoe kun je kruisbesmetting voorkomen?

a)

door groenten en vlees vooraf goed te wassen

b)

door al je groenten en vlees helemaal gaar te koken

c)

door verschillende snijplanken en messen te gebruiken voor groenten en vlees

d)

door een snijplank en mes te gebruiken voor groenten en vlees