wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BOA hfst 9

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Bij de inzet van opsporingsbevoegdheden moet de verdachte verplicht meewerken

a)

Ja, elke verdachte moet meewerken aan het onderzoek

b)

Nee, dit is alleen als er toezichthoudende bevoegdheden worden toegepast

c)

Ja, bij zowel opsporing en toezichthoudende bevoegdeheden

d)

Nee, een verdachte moet dit alleen gedogen

2.

Dwangmiddelen zijn opsporingsbevoegdheden die een inbreuk maken op rechten en vrijheden van een persoon.

a)

Nee, wel inbreuk op rechten maar niet op vrijheden

b)

Ja dat klopt

c)

Nee, wel op vrijheden maar niet op rechten

3.

Een toezichthouder mag dwangmiddelen toepassen zonder dat er een vermoeden is van overtreding van de regels

a)

Ja, het is controle op naleving van regels

b)

Ja, maar alleen als het vermoeden is dat er een strafbaar feit op volgt

c)

Nee, er moet een vermoeden zijn van overtreding

d)

Nee, een toezichthouder heeft geen dwangmiddelen

4.

Een optreden is rechtmatig als;

a)

Er is voldaan aan de eisen van de wet

b)

Er sprake is van een goede procesorde

c)

Als er is voldaan aan de eisen van de wet en er sprake is van een goede procesorde

d)

Er voldaan is aan de beginselen van proportionaliteit en sudsidiariteit

5.

Subsidiariteit is;

a)

Juiste middel of bevoegdheid gebruiken

b)

In juiste mate het juiste middel of bevoegdheid gebuiken

c)

Het juiste middel, gebruiken.

d)

De juiste bevoegdheid gebruiken

6.

Dwangmiddelen kunnen alleen gericht zijn tegen;

a)

Persoonlijke vrijheid en integriteit en tegen plaatsen

b)

Tegen persoonlijke vrijheid en integriteit

c)

Tegen plaatsen en middelen

d)

Persoonlijke vrijheid of integriteit en tegen middelen of plaatsen

7.

Gevolgen onrechtmatig verkregen bewijs kunnen zijn;

a)

Strafvermindering, Ontslag van vervolging, uitsluiten bewijs

b)

Alleen A is juist

c)

recht op schadevergoedingen vervolging van een ambtenaar

d)

A en C zijn juist

8.

Bij vrijwillige medewerking moet duidelijk zijn uitgelegd en wordt gegeven;

a)

In vrijheid en bewustheid van gevolgen

b)

Aan het bevoegd gezag, in vrijheid en bewust van mogelijke gevolgen

c)

Aan een ieder, in Vrijheid

d)

Aan het bevoegd gezag en bewust van mogelijke gevolgen

9.

Een herhaalde bevoegdheid kan alleen worden toegepast als;

a)

Er nieuw bewijs is

b)

Op bevel van de OVJ en als er nieuw bewijs is

c)

Als er nieuw bewijs is of omstandigheden zijn veranderd

d)

Geen van alle is juist

10.

Voortgezette toepassing kan alleen door geheel toevallige en onverwachte ontdekking van een ander strafbaar feit

a)

Ja, alleen als er sprake is van toevalligheid en onverwachtheid

b)

Nee, kan ook als er al een andere verdenking bestaat

c)

Ja, als dat andere feit een misdrijf is en geen overtreding

d)

Nee, is een bevoegdheid die alleen als toezichthouder bestaat

11.

Een jeugdige is volgens WvSv een persoon jonger dan 18 jaar oud

a)

Nee, jonger dan 12 jaar

b)

Nee, jonger dan 16 jaar

c)

Ja, jonger dan 18 jaar

d)

Nee jonger dan 21 jaar

12.

Een kind onder de 12 jaar mag je aanhouden en 9 uur ophouden voor onderzoek

a)

Ja, dit klopt

b)

Nee, die mag je niet aanhouden

c)

Nee, wel aanhouden maar 6 uur max ophouden

d)

Ja, mits je de ouders iks

13.

Als een jeugdige onder jeugdrecht veroordeeld wordt kan dit een straf zijn van max 2 jaar

a)

Ja, dat klopt

b)

Nee, kan langer vanaf 16 jaar

c)

Ja, mits deze niet ouder is dan 16 jaar

d)

Nee, kan max een jaar zijn

14.

De term ontwikkelingsleeftijd betekent dat iemand ouder dan 18 jaar ook onder jeugdrecht kan worden berecht

a)

Nee, dit geldt niet in Strafrecht

b)

Ja, dit klopt tot max 23 jaar

c)

Ja, dit klopt tot max 21 jaar

d)

Nee, dit kan in geen enkel recht

15.

Een HALT straf kan opgelegd worden

a)

Nee, kan alleen vrijwillig met toestemming jeugdige

b)

Ja, dit kan door de OVj

c)

Ja dit kan door de opsporingsambtenaar

d)

Nee, alleen vrijwillig met toestemming jeugdige en ouders

16.

Een HALT straf volbrengen betekent geen strafblad voor dat feit

a)

Ja, klopt

b)

Ja, mits de helft minstens voldaan is

c)

Nee, dit blijft bestaan alleen minder lang

d)

Nee, er veranderd niets ten opzichte van een strafblad

17.

Bij aanhouding van een jeugdige moet die toestemming geven om zijn ouders hierover in te lichten

a)

Ja, dat klopt

b)

Nee, dit is een verplichting voor de HOvJ

c)

Nee, dit is een verplichting van de opsporingsambtenaar

d)

Ja, maar dat mag uitgesteld worden

18.

Proportionaliteit is;

a)

Het juiste middel in juiste mate gebruiken

b)

De juiste bevoegdheden inzetten

c)

Het juiste middel gebruiken

19.

Bij een HALT straf horen excuses aanbieden en schadevergoeding

a)

Nee, dit staat los van HALT

b)

Ja, beide zijn voorwaardelijk

c)

Nee, alleen excuses

d)

Nee, alleen scahdevergoeding

20.

Een vertrouwenspersoon mag ook bij het verhoor zijn als er al een raadsman bij zit

a)

Nee, alleen een raadsman mag bij verhoor

b)

Nee, een vertrouwenspersoon mag niet bij verhoor zijn

c)

Ja, als de OVJ toestemming geeft

d)

Ja, dat mag altijd als de jeugdige dit aangeeft