Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BOA Hfstk 10

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een woning is;

a)

Een van de buitenwereld afgesloten plaats

b)

Een begrensde plaats waar iemand zijn huiselijk leven leidt

c)

Een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand zijn privé huiselijk leven leidt

d)

Elke plaats waar iemand zijn privé huiselijk leven leidt

2.

Een garage behoort niet tot een woning

a)

Nee dit klopt niet als er binnenshuis een doorgang is

b)

Ja dat klopt want een garage is een losstaand gebouw

c)

Nee niet als het vastzit aan de woning

d)

Ja dat klopt het kan nooit tot de woning behoren

3.

Als er in een bedrijfsruimte een bed staat waarin geslapen wordt is het geen woning

a)

Klopt, het is een bedrijfsruimte

b)

Klopt zolang er ook geen keukenblok is

c)

Nee, zodra er een bed staat is er voldoende twijfel om het aan te merken als woning

d)

Nee dat hangt ervan af wat er in het huurcontract staat

4.

Onrechtmatige bewoners kunnen toegang ontzeggen aan een opsporingsambtenaar

a)

Ja, feitelijke bewoning is hiervoor bepalend

b)

Ja, maar alleen als de rechtmatige bewoner dit bevestigd

c)

Nee, een onrechtmatig bewoner heeft dit recht niet

5.

Als je een woning betreed met medewerking van de bewoner heb je als leider de verplichting;

a)

Om je te legitimeren en je doel mede te delen

b)

Om je te legitimeren en de machtiging te laten zien

c)

Om je doel mede te delen en machtiging te laten zien

d)

Om je te legitimeren, doel mede te delen en toestemming te vragen

6.

Bij binnentreden van een woning met een machtiging zijn er geen extra voorwaarden

a)

Ja dat klopt

b)

Nee, er moet een machtiging getoond worden en verslag binnentreden gemaakt worden

c)

Ja maar alleen als er in de machtiging vermeld staat dat dit niet hoeft

d)

Nee de machtiging moet getoond worden

7.

Binnentreden zonder toestemming en machtiging mag als

a)

Er een onmiddellijk en ernstig gevaar voor personen is

b)

Er een ernstig gevaar voor goederen is

c)

Er een onmiddellijk en ernstig gevaar voor personen of goederen is

d)

Er een ernstig gevaar voor personen is

8.

Binnentreden zonder te legitimeren en doel mede te delen mag als

a)

Bij een VH feit bewijsverlies dreigt

b)

Bij onmiddellijk en ernstig gevaar van personen of goederen

c)

Als dit feitelijk onmogelijk is

d)

Alle genoemde antwoorden zijn juist

9.

Als ouders toestemming geven voor binnentreden maar een minderjarig gezinslid niet vervalt de toestemming

a)

Nee, niet als de volwassene wel toestemming geeft

b)

Nee, tenzij de minderjarige ouder dan 16 is

c)

Ja, naar ieder gezinslid moet geluisterd worden

d)

Ja, maar alleen als de minderjarige ouder dan 12 is

10.

Als de ene volwassen bewoner toestemming geeft maar de ander niet kan er dus niet op vrijwillige basis binnengetreden worden

a)

Nee

b)

Ja

11.

Toestemming voor binnentreden ontbreekt als

a)

Een bewoner afwezig is

b)

Een bewoner afwezig is of dit weigert

c)

Een bewoner afwezig is, dit weigert of niet in staat is om toestemming te geven

d)

Een bewoner afwezig is of niet in staat is om toestemming te geven

12.

Er mag om 04:00 uur in de ochtend een woning betreden worden

a)

Ja als dit dringend nodig is ter aanhouding

b)

Nee, dit mag nooit

c)

Ja als dit op de machtiging staat of dringende noodzakelijkheid

d)

Ja als dit op de machtiging staat

13.

Een machtiging tot binnentreden kan alleen gegeven worden door een Officier van Justitie

a)

Nee dat klopt niet

b)

Ja dat klopt

14.

Een machtiging tot binnentreden blijft vier dagen geldig

a)

Nee deze blijft drie dagen geldig

b)

Nee deze is alleen op de dag van afgifte geldig

c)

Ja dat klopt

d)

Ja dat klopt tenzij er anders is vermeld op de machtiging

15.

Een machtiging tot binnentreden kan tot maximaal 4 adressen gaan

a)

Nee tot maximaal drie adressen

b)

Ja dat klopt

c)

Ja maar dan wel in een bepaalde volgorde

d)

Nee tot maximaal twee adressen

16.

In de Algemene Wet op Binnentreden staan de bevoegdheden tot binnentreden

a)

Ja dat klopt

b)

Nee dat klopt niet

17.

Binnentreden zonder machtiging en toestemming mogen;

a)

Rechters en leden van Rechterlijke Colleges

b)

Leden van het Openbaar Ministerie en burgemeesters

c)

Gerechts- en belastingdeur

waarders

d)

Alle antwoorden zijn juist

18.

Als iemand zijn schouders ophaalt als er om toestemming voor binnentreden gevraagd wordt is dit voldoende om als toestemming te zien

a)

Ja als dit zo in het proces verbaal is omschreven

b)

Nee er moet duidelijk in woord of gebaar toestemming worden gegeven

19.

Een rechtszaal is naast een woning een beschermde plaats

a)

Ja altijd

b)

Nee alleen als er een zitting plaatsvind

c)

Nee dat is een rechtszaal niet

d)

Ja alleen buiten heterdaad situaties

20.

Bij heterdaad situaties hebben alleen bevoegd opsporingsambtenaren bevoegdheid om aan te houden en burgers niet

a)

Dit klopt

b)

Nee dit klopt niet