wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz perfectum!!

Total questions: 25

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Vorig jaar is hij naar Veurne .......................!

(verhuizen)

a)

verhuisd

b)

verhuist

c)

verhuizen

d)

verhuizd

2.

Het meisje heeft haar jas aan de kapstok (a)   (hangen)

3.

Hij heeft deze morgen lang in zijn bed ................ !

(liggen)

a)

gelegen

b)

geligd

c)

geliggen

d)

geligt

4.

Ik heb voor mijn verjaardag een geschenk ................. !

(krijgen)

a)

gekrijgt

b)

gekrijgd

c)

gekrijgen

d)

gekregen

5.

Ik heb een mooi boek (a)   (kiezen)

6.

De ouders hebben veel met hun kinderen ..................... !

(spelen)

a)

gespelen

b)

gespeeld

c)

gespeelt

d)

gespelt

7.

De les is om 9.00 u (a)   (beginnen)

8.

Hij is veel te laat ....................... !

(vertrekken)

a)

vertrekken

b)

vertrekt

c)

vertrokt

d)

vertrokken

9.

De jongen is in het water .....................

(vallen)

a)

gevald

b)

gevallen

c)

gevalt

d)

gevalen

10.

Vorig jaar is hij naar Spanje ............................

(reizen)

a)

gereisd

b)

gereizd

c)

gereist

d)

gerezen

11.

Hij heeft de appel in stukje ......................

(snijden)

a)

gesnijd

b)

gesnijt

c)

gesnijden

d)

gesneden

12.

Colombus heeft Amerika ....................

(ontdekken)

a)

ontdekt

b)

ontdekd

c)

geontdekt

d)

geontdekd

13.

De zon heeft deze morgen niet .........................

(schijnen)

a)

geschijnt

b)

geschenen

c)

geschijnen

d)

geschijnd

14.

Hij heeft in haar ogen ................ !

(kijken)

a)

gekijkt

b)

gekijken

c)

gekijkd

d)

gekeken

15.

Moeder heeft de hele voormiddag ...........................

(stofzuigen)

a)

gestofzogen

b)

gestofzuigt

c)

gestofzuigd

d)

gestofzuigen

16.

Vorige week zijn wij in Brussel (a)   (zijn)

17.

Jij hebt een mooie brief (a)   (schrijven)

18.

Vorige week heb ik een lekkere taart ............... !

(bakken)

a)

gebakt

b)

gebakd

c)

gebakken

d)

gebak

19.

De man heeft te lang op een stoel (a)   (zitten)

20.

Vorig jaar is mijn grootvader ...................

(sterven)

a)

gestervd

b)

gesterft

c)

gestorven

d)

gesterfd

21.

Gisteren ....... jij de hele avond ...................!

(lachen)

a)

hebt ....... gelachen

b)

heb ......... gelacht

c)

heb ....... gelachen

d)

heeft ....... gelacht

22.

Vorige week ...... de kinderen naar Nieuwpoort .......

(wandelen)

a)

is ....... gewandeld

b)

zijn ............... gewandelen

c)

hebben ........ gewandeld

d)

zijn ...... gewandeld

23.

Gisteren ............ de vrouw voor de eerste keer met de auto ............... (rijden)

a)

is ............ gereden

b)

heeft .............. gereden

c)

heeft .............gerijd

d)

heeft ............ gerijden

24.

Jij ...... vorig jaar veel geluk..........

(hebben)

a)

hebt ...... gehad

b)

heeft .......... gehad

c)

hebt geheeft

d)

heb ..... gehad

25.

In 2022 hebben jullie een nieuw huis (a)   ;

(kopen)