WorksheetsBasis 2 Unit 3 lesson 1
Total questions: 22
Worksheet time: 21mins
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
denken= th . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
geld= mo . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
geloven= . . . ieve
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
genieten van= en . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
genoeg= eno . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
goede doel= . . . rity
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
omdat= beca . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
prijs (om te winnen)= pr . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
rijbewijs= driving . . . ence
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
schoonmaken= . . . an
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
tiener= teena . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
trakteren op= . . . at to
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
waard= wo . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
weggooien= . . . ow out
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
winkel= st . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
vinden= f . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
vertellen= t . . .
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
sparen= . . . e
(a)
Neem het woord over en vul de eerste of laatste 3 letters in:
opgeven= q . . .
(a)
Wat betekent: kopen
buy
pay
win
Wat betekent: betalen?
buy
pay
win
Wat betekent: winnen?
buy
pay
win
