Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Disco 10, Pyramus en Thisbe

Total questions: 17

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

In welke tijd staat Circumspicit in r. 1? (Latijnse term. Let op spelling)

(a)  

2.

In welke naamval staat Vestigia in r. 2?

(a)  

3.

horret (r. 2). wat is hiervoor de reden?

a)

Hij kan Thisbe niet vinden

b)

Hij vindt een bebloede sluier

c)

Hij ziet voetsporen van een leeuwin

d)

Hij ziet Thisbe :P

4.

Wat is het onderwerp bij complent in r. 4?

(a)  

5.

Welk woord uit regel 5 is een vocativus?

(a)  

6.

In r. 6 wordt een woord inhoudelijk tegenover velamen tuum gezet. Welk woord is dat?

(a)  

7.

In welke tijd staat r. 7?

(a)  

8.

Wat kan een perfectum aangeven?

a)

Een afgesloten handeling

b)

Een eenmalige handeling in het verleden

c)

Een herhaalde handeling in het verleden

d)

Een handeling in het heden

e)

Een langdurige handeling

9.

Wat is het lijdend voorwerp bij exspectavisti in r. 7?

(a)  

10.

Waarom staat parentibus (8) in de dativus?

a)

aanvulling bij ww

b)

aanvulling bij voorzetsel

c)

meewerkend voorwerp

d)

dativus possessivus

11.

Citeer de Latijnse zin waarin Pyramus zichzelf de schuld geeft van de gebeurtenissen.

(a)  

12.

ei (11). Waar verwijst dit naar? Geef het Latijnse woord.

(a)  

13.

Welke naamval heeft ei (11)?

(a)  

14.

In welke tijd staat strinxit (13)?

(a)  

15.

Wat is waar over Pyramus en Thisbe?

a)

Ze waren geliefden

b)

Ze waren buren

c)

Ze woonden nog thuis

d)

Ze mochten niet met elkaar omgaan

16.

Is Thisbe in deze tekst al dood? Antwoord ja of nee.

(a)  

17.

Wat verklaart deze mythe?

a)

De kleur van bepaalde vruchten

b)

Versteende voetsporen

c)

De aanwezigheid van leeuwen

d)

de bebloede sluier