wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV1 H2 2.1 je botten

Total questions: 20

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 4?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
2.

Wat is GEEN functie van het skelet?

a)

Het houdt ons recht.

b)

Het beschermt een deel van onze organen.

c)

Het beschermt ons tegen bacteriën.

d)

Het vormt ons lichaam.

3.

Welk bot is het grootst?

a)

Dijbeen

b)

Rib

c)

Ellepijp

d)

Kuitbeen

4.

Het skelet van baby's bestaat voornamelijk uit kraakbeen.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

De wervelkolom bestaat uit: (je mag meerdere antwoorden kiezen)

a)

hals-, borst- en lendenwervels

b)

heiligbeen

c)

staartbeen

d)

borstbeen

e)

heupbeenderen

6.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 6?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
7.

Bevatten de botten van een baby (in verhouding) meer lijmstof of meer kalk?

a)

Lijmstof

b)

Kalk

8.

Deze botten zitten in de arm: (je mag meerdere antwoorden geven)

a)

opperarmbeen

b)

dijbeen

c)

ellepijp en spaakbeen

d)

kuitbeen en scheenbeen

e)

botten van de hand

9.

komt voor in de mergholte van pijpbeen en hierin is vet opgeslagen

a)

lijmstof

b)

geel beenmerg

c)

rood beenmerg

d)

mergholte vulling

10.

Welk van deze organen wordt beschermd door het skelet?

a)

Darmen

b)

Maag

c)

Longen

d)

Luchtpijp

11.

Dit bot zit vast aan de kant van de pink in je hand.

a)

ellepijp

b)

spaakbeen

c)

scheenbeen

d)

kuitbeen

12.

In de loop van je leven:

a)

zit er minder kalk in je botten.

b)

zit er minder lijmstof in je botten.

c)

blijft de hoeveelheid kalk en lijmstof gelijk.

d)

komt er meer lijmstof in je botten.

13.

Deze botten zitten in het been: (je mag meerdere antwoorden geven)

a)

opperarmbeen

b)

dijbeen

c)

ellepijp en spaakbeen

d)

kuitbeen en scheenbeen

e)

botten van de voet

14.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 11?
a)

Heiligbeen

b)

Staartbeen

c)

Heupbeen

d)

Bekken

15.

Welke functie van het skelet zorgt ervoor dat je niet in elkaar zakt?

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Vorm

16.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 3?
a)

Sleutelbeen

b)

Halswervel

c)

Ribben

d)

Borstbeen

17.

In het groen zijn de ..... te zien.

a)

Voetwortelbeentjes

b)

Teenkootjes

c)

Middenvoetsbeentjes

18.

zit in platte beenderen en vormt rode bloedcellen

a)

wit beenmerg

b)

rood beenmerg

c)

mergholte

d)

geel beenmerg

19.

De botten van een bejaarde en van een kind worden vergeleken op breekbaarheid en buigzaamheid.

De botten van een kind zijn:

a)

Breekbaarder en buigzamer.

b)

Breekbaarder en minder buigzaam.

c)

Minder breekbaar en buigzamer.

d)

Minder breekbaar en minder buigzaam.

20.

Wat wordt aangegeven met nummer 3?

a)

Halswervels

b)

Borstwervels

c)

Lendenwervels

d)

Staartwervels