wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

keynaan is gek

Total questions: 49

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noemen we het hoefijzervormig gebied rondom de Grote Oceaan waar veel aardbevingen, vulkanen en tsunami's voorkomen?

a)

Het hoefijzer van vuur.

b)

Hoefijzer gevaren zone.

c)

De ring van vuur.

d)

De ring van vulkanen en aardbevingen.

2.

Magma zit in de mantel of in de aardkorst, Lava komt uit een vulkaan.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

De plek loodrecht boven het hypocentrum en waar de aardbeving het sterkst is aan het aardoppervlakte noemen we het epicentrum.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

De plek waar de aardplaten in de diepte doorschieten en de aardbeving begint noemen we het...

a)

Hypocentrum

b)

Epicentrum

c)

Seismologie

d)

Richter

5.

Een tsunami ontstaat door een aardbeving op het land

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Als platen tegen elkaar duwen, maar niet kunnen schuiven dan ontstaat er spanning. Als de plaat plots doorschiet dan...

a)

Ontstaat er een berg.

b)

Ontstaat er een aardbeving.

c)

Ontstaat er een vulkaanuitbarsting.

d)

Ontstaat er een trog voor de kust.

7.

De schaal van richter gebruik je bij?

a)

Het meten van de temperatuur in de warmtebron.

b)

Het meten van de vloeibaarheid van de lava.

c)

Het meten van de kracht van een aardbeving.

d)

Het meten van een tsunami in hoogte.

8.

Het stromen van het magma in de mantel zorgt ervoor dat de platen bewegen en mee ''dobberen''. Hoe heet dit proces?

a)

De Magmamotor

b)

Replacement of Magma

c)

Molten stone movement

d)

Convectiestromingen (in de mantel)

9.

Het bewegen van platen noemen we platentektoniek.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Als twee platen botsen en de ene plaat duikt onder de andere dan ontstaat er iets voor de kust...

a)

Een vulkaan

b)

Riffen

c)

Een trog

d)

Bergen

11.

Als twee platen botsen die niet even zwaar zijn, duikt de zwaarste plaat weg naar beneden. Hoe heet dit proces?

a)

Subductie

b)

Divergentie

c)

Convectiestroom

d)

Zeebeving

12.

Welk begrip heeft niet te maken met vulkanen?

a)

Kratermeer

b)

Schaal van Richter

c)

Eruptie

d)

Cirkeldiagram

13.

Er zijn twee soorten aardplaten. Welke type is lichter dan de andere plaat?

a)

De oceanische plaat

b)

De continentale plaat

c)

De troggen

d)

De aardplaten

14.

welk woord past op nummer 1?

a)

as-wolk

b)

magma

c)

krater

d)

lava

15.

welk woord past op nummer 2?

a)

as-wolk

b)

magma

c)

krater

d)

lava

16.

welk woord past op nummer 3?

a)

as-wolk

b)

magma

c)

krater

d)

lava

17.

welk woord past op nummer 4?

a)

as-wolk

b)

magma

c)

krater

d)

lava

18.
Uit welke delen is de aarde opgebouwd?
a)
Kern, Aardkorst, convectiestromingen
b)
Kern, magma, aardkorst
c)
kern, aardmantel, aardkorst
d)
Aardkorst, mantel, gebergten
19.
De temperatuur in de aardkern is hoger dan in de aardkorst
a)
Juist
b)
Onjuist
20.

Juist of fout? Onder oceanen is de aardkost het dunst

a)

juist

b)

fout

21.

Welk van de volgende begrippen hoort niet in dit rijtje thuis?

a)

Aardmantel

b)

Aarddeken

c)

Aardkern

d)

Aardkorst

22.

De aarde bestaat uit meerdere aardplaten.

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Aan de grens van een aardplaat komen de minste aardbevingen voor.

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Vulkanen komen vooral voor langs de rand van aardplaten.

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

Ooit zaten alle continenten aan elkaar vast. Dit supercontinent noemen we .....

a)

Pangea

b)

Gaia

c)

Kraton

d)

Fossiel

26.

Het langzaam bewegen van aardplaten noemen we .....

a)

Aardkorst

b)

Platentektoniek

c)

Convectiestromen

d)

Aardbevingen

27.

Wat gebeurd er bij een midoceanische rug?

a)

Helemaal niets.

b)

Er worden twee delen van een oceaanbodem uit elkaar getrokken. Zo ontstaat er een kier in de aardkorst, die direct gevuld wordt met magma. Hierdoor ontstaat een nieuw stukje oceaanbodem.

c)

Er verdwijnt oceaanbodem in de aardmantel.

28.

Een caldeira wordt gevormd doordat de magmakamer instort

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

In een caldeira vulkaan kunnen weer nieuwe vulkanen ontstaan

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Welk werelddeel hoort niet bij de Ring van Vuur?

a)

Amerika

b)

Azië

c)

Oceanië

d)

Afrika

31.

Wat zijn voorbeelden van endogene krachten

a)

Wind

b)

Aardbevingen

c)

Vulkanen

d)

Water

32.

Wat zijn voorbeelden van exogene krachten

a)

Wind

b)

Aardbevingen

c)

Vulkanen

d)

Water

33.

Geef aan juist of onjuist:

Exogene krachten zijn krachten van buitenaf

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

Geef aan juist of onjuist:

Endogene krachten zijn krachten van buitenaf

a)

Juist

b)

Onjuist

35.

Tijdens een hoogste categorie orkaan waait het harder dan......?

a)

300 km/u

b)

150 km/u

c)

250 km/u

d)

250 m/s

36.

Wanneer ontstaan de meeste orkanen

a)

Begin van de lente

b)

Begin van de zomer

c)

Eind van de zomer

d)

Eind van de herfst

37.

In welk gedeelte van de orkaan is het windstil?

a)

In de binnenste rand

b)

In het oog

c)

In de buitenste rand

38.

Hoeveel orkaan categorieën kent de schaal van Saffir-Simpson.

a)

3

b)

5

c)

7

d)

10

39.

Waarmee voedt een orkaan zich?

a)

Wind

b)

Wolken

c)

Drukverschil

d)

Warm water

40.

Door welke plaatbeweging ontstaan bergen?

a)

Convergent - Naar elkaar toe.

b)

Divergent - Uit elkaar.

c)

Transform - Langs elkaar.

41.
Bij een Mid- Oceanische rug schuiven twee plaaten.....
a)
Langs elkaar
b)
Van elkaar weg
c)
Naar elkaar toe
42.
Bij een botsing schuift de zwaardere continentale korst  onder de lichtere oceanische korst.
a)
Juist
b)
Onjuist
43.

Een actieve vulkaan is een vulkaan die

a)

nog wel een keer zou kunnen uitbarsten

b)

af en toe uitbarst

c)

nooit meer uitbarst

44.

Waarom is een aardbeving gevaarlijker dan een vulkaanuitbarsting?

a)

Een aardbeving is heftiger dan een vulkaan.

b)

Een aardbeving is onvoorspelbaarder dan een vulkaan.

c)

Een vulkaanuitbarsting is minder goed te voorspellen.

45.

Wat komt er vrij bij een vulkaanuitbarsting? (Klik alle goede antwoorden aan!)

a)

Magma.

b)

Giftige gassen.

c)

As.

d)

Stenen

46.

Waar komen vulkanen voor? (Klik alle goede antwoorden aan!)

a)

Waar de oceaanbodem onder een continent duikt.

b)

Waar platen langs elkaar bewegen.

c)

Waar platen uit elkaar gaan.

d)

Midden op een plaat.

47.

Wat is een goede uitleg voor de begrippen epicentrum en hypocentrum?

a)

Epicentrum = De plaats waar de aardbeving ontstaat, hier voel je de schok bijna niet.

Hypocentrum = De plaats waar de aardbeving aan de aardkorst komt, hier voel je de schok het sterkst.

b)

Epicentrum = De plaats waar de aardbeving aan de aardkorst komt, hier voel je de schok het sterkst.

Hypocentrum = De plaats waar de aardbeving ontstaat.

48.

De schaal van richter gebruik je bij?

a)

Het meten van de temperatuur in de warmtebron.

b)

Het meten van de vloeibaarheid van de lava.

c)

Het meten van de kracht van een aardbeving.

d)

Het meten van een tsunami in hoogte.

49.

De plek waar de aardplaten in de diepte doorschieten en de aardbeving begint noemen we het...

a)

Hypocentrum

b)

Epicentrum

c)

Seismologie

d)

Richter