Font size
WorksheetsPerfectum onregelmatig deel 1 ID030
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
(Aandoen)
Hij heeft zijn kleren …
(a)
(Aankomen)
Hij is op school …
(a)
(Afwassen)
Zij heeft de borden …
(a)
(Bakken)
Hij heeft koekjes …
(a)
(Beginnen)
De les is om 09.00 …
(a)
(Begrijpen)
Hij heeft het …
(a)
(behangen)
Zij heeft de muur in de woonkamer …
(a)
(Bezoeken)
Zij heeft een museum …
(a)
(Bijten)
De hond heeft de man …
(a)
(Blijven)
Hij is in bed …
(a)
(Breken)
Hij heeft zijn been ...
(a)
(Brengen)
Zij heeft de kinderen naar school …
(a)
(Denken)
Hij heeft aan jou …
(a)
(Doen)
Zij heeft boodschappen …
(a)
(Dragen)
Hij heeft de koffers …
(a)
(Drinken)
Zij heeft chocomelk…
(a)
(Eten)
Hij heeft taart …
(a)
(Gaan)
Hij is naar Parijs …
(a)
(Geven)
Hij heeft zijn oma een cadeau …
(a)
(Hangen)
Hij heeft zijn jas aan de kapstok …
(a)
