wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Perfectum onregelmatig deel 1 ID030

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

(Aandoen)

Hij heeft zijn kleren …

(a)  

2.

(Aankomen)

Hij is op school …

(a)  

3.

(Afwassen)

Zij heeft de borden …

(a)  

4.

(Bakken)

Hij heeft koekjes …

(a)  

5.

(Beginnen)

De les is om 09.00 …

(a)  

6.

(Begrijpen)

Hij heeft het …

(a)  

7.

(behangen)

Zij heeft de muur in de woonkamer …

(a)  

8.

(Bezoeken)

Zij heeft een museum …

(a)  

9.

(Bijten)

De hond heeft de man …

(a)  

10.

(Blijven)

Hij is in bed …

(a)  

11.

(Breken)

Hij heeft zijn been ...

(a)  

12.

(Brengen)

Zij heeft de kinderen naar school …

(a)  

13.

(Denken)

Hij heeft aan jou …

(a)  

14.

(Doen)

Zij heeft boodschappen …

(a)  

15.

(Dragen)

Hij heeft de koffers …

(a)  

16.

(Drinken)

Zij heeft chocomelk…

(a)  

17.

(Eten)

Hij heeft taart …

(a)  

18.

(Gaan)

Hij is naar Parijs …

(a)  

19.

(Geven)

Hij heeft zijn oma een cadeau …

(a)  

20.

(Hangen)

Hij heeft zijn jas aan de kapstok …

(a)