wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gedrag 3tl

Total questions: 29

Worksheet time: 59mins

Name
Class
Date
1.

Sommige prikkels, roepen altijd hetzelfde gedrag op.

Dit heet een....

a)

Sleutelprikkel

b)

Supernormale prikkel

c)

Uitwendige prikkel

d)

Inwendige prikkel

2.

Gedrag met als functie het afbakenen van een 'leefruimte' en het verdedigen ervan tegen binnendringende soortgenoten.

a)

Conflictgedrag

b)

Imponeergedrag

c)

Baltsgedrag

d)

Territoriumgedrag

3.

Dit is gedrag dat aan de paring vooraf gaat en uiteindelijk de kans op paren vergroot.

a)

Conflictgedrag

b)

Imponeergedrag

c)

Baltsgedrag

d)

Territoriumgedrag

4.

Je ziet hier een voorbeeld van...

a)

Aangeboren gedrag

b)

Aangeleerd

gedrag

5.

Gedrag waarbij een dier zich zo groot en indrukwekkend mogelijk maakt, om te laten zien dat je niet met hem kunt sollen.

a)

Conflictgedrag

b)

Imponeergedrag

c)

Baltsgedrag

d)

Territoriumgedrag

6.

Het knorren van je maag omdat je honger hebt is een voorbeeld van een ....

a)

Uitwendige prikkel

b)

Inwendige prikkel

7.

Je ziet hier een voorbeeld van....

a)

Conflictgedrag

b)

Imponeergedrag

c)

Baltsgedrag

d)

Territoriumgedrag

8.

Je ziet hier een voorbeeld van...

a)

Aangeboren gedrag

b)

Aangeleerd

gedrag

9.

Hiernaast zie je een voorbeeld van een....

a)

Sleutelprikkel

b)

Supernormale prikkel

c)

Uitwendige prikkel

d)

Inwendige prikkel

10.

Volwassen meeuwen hebben een rode stip op de onderkant van hun snavel. De jonge vogels openen bij het zien van deze stip altijd direct hun snaveltjes om gevoerd te kunnen worden.

Dit is een voorbeeld van een....

a)

Sleutelprikkel

b)

Supernormale prikkel

c)

Uitwendige prikkel

d)

Inwendige prikkel

11.

Aangeboren of aangeleerd gedrag?

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

12.

Aangeboren of aangeleerd gedrag?

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

13.

Aangeboren of aangeleerd gedrag?

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

14.

Ouderen helpen oversteken hoort bij de waarde:

a)

Eerlijkheid

b)

Openheid

c)

Ontspanning

d)

Respect

15.

Leren in een korte, gevoelige periode is

a)

Conditionering

b)

Inprenting

c)

Imiteren

d)

Inzicht

16.

Welke zinnen zijn een voorbeeld van gedrag?

a)

Een appel valt van een boom.

b)

Een blad groeit naar het licht.

c)

Een jongen kijkt tv.

d)

Een kat kijkt naar de tv.

e)

Een meisje krijgt kippenvel.

17.

Gedragsregels waaraan veel mensen vinden dat je je eraan moet houden, zijn ...

a)

normen

b)

waarden

18.

Welke manier van leren zie je hier?

a)

conditioneren

b)

gewenning

c)

imiteren

d)

inprenten

19.

Je noteert alle handelingen die een aap doet gedurende een kwartier. Je maakt een

a)

Ethogram

b)

Protocol

c)

Tabel

d)

Diagram

20.

Welke zin hoort bij het volgende begrip: motivatie

a)

Bereidheid tot verrichten van bepaald gedrag.

b)

Invloed uit de omgeving.

c)

Reactie op een prikkel.

d)

Vaste opeenvolging van handelingen waarbij het effect van de ene handeling leidt tot een volgende handeling.

21.

Floor steekt haar hand op in de klas. Mevrouw Ruijters concludeert dat Floor een vraag wil stellen.


Is dit een observatie of een interpretatie van de docent?

a)

observatie

b)

interpretatie

22.

Spreeuwenjongen die pas uit het ei gekomen zijn, hebben hun ogen nog dicht.

Wanneer een ouder op het nest landt, sperren ze onmiddellijk hun bek open.


Wat is de uitwendige prikkel voor dit gedrag van de spreeuwenjongen?

a)

Honger

b)

Het bewegen van het nest

c)

Het ruiken van een worm

d)

Het zien van hun ouder

23.

Spreeuwenjongen die pas uit het ei gekomen zijn, hebben hun ogen nog dicht.

Wanneer een ouder op het nest landt, sperren ze onmiddellijk hun bek open.


Wat is de inwendige prikkel voor dit gedrag van de spreeuwenjongen?

a)

Honger

b)

Het bewegen van het nest

c)

Het ruiken van een worm

d)

Het zien van hun ouder

24.

Gaat het hier om waarden of over normen?


EERLIJKHEID

a)

waarden

b)

normen

25.

Gaat het hier over waarden of normen?


Niet liegen is hier een voorbeeld van

a)

waarden

b)

normen

26.

Niet roken hoort bij de waarde:

a)

Gezondheid

b)

Ontspanning

c)

Eerlijkheid

d)

Respect

27.

Niet liegen hoort bij de waarde:

a)

Gezondheid

b)

Ontspanning

c)

Eerlijkheid

d)

Respect

28.

Wat is een sleutelprikkel?

a)

Een prikkel die bij voldoende motivatie een reactie oproept.

b)

Een prikkel die reacties stopt.

c)

Een uitwendige prikkel die past op een inwendige prikkel.

d)

Een prikkel die telkens dezelfde reactie oproept.

29.

Het op rood springen van een stoplicht waardoor je gaat remmen is een voorbeeld van een....

a)

Uitwendige prikkel

b)

Inwendige prikkel