wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Elementen en reacties

Total questions: 20

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Geef de naam van het element dat hoort bij de volgende afkorting

F

(a)  

2.

Geef de naam van het element dat hoort bij de volgende afkorting

N

(a)  

3.

Geef de naam van het element dat hoort bij de volgende afkorting

S

(a)  

4.

Geef de naam van het element dat hoort bij de volgende afkorting

O

(a)  

5.

Geef de naam van het element dat hoort bij de volgende afkorting

Pb

(a)  

6.

Geef de naam van het element dat hoort bij de volgende afkorting

Ar

(a)  

7.

Geef de afkorting van het element dat hoort bij de volgende stof (denk aan hoofdletters en kleine letters)

Broom

(a)  

8.

Geef de afkorting van het element dat hoort bij de volgende stof (denk aan hoofdletters en kleine letters)

Calcium

(a)  

9.

Geef de afkorting van het element dat hoort bij de volgende stof (denk aan hoofdletters en kleine letters)

Chroom

(a)  

10.

Geef de afkorting van het element dat hoort bij de volgende stof (denk aan hoofdletters en kleine letters)

Koolstof

(a)  

11.

Geef de afkorting van het element dat hoort bij de volgende stof (denk aan hoofdletters en kleine letters)

Goud

(a)  

12.

Geef de afkorting van het element dat hoort bij de volgende stof (denk aan hoofdletters en kleine letters)

Jood

(a)  

13.

Welke van de onderstaande stoffen is geen element

a)

C

b)

O2

c)

NH3

d)

N2

14.

Omschrijf het verschil tussen een element en een verbinding

4 lines
15.

Ammoniak reageert met zuurstof tot stikstofdioxide en water

Noteer hiervan de eerste stap voor het maken van een reactievergelijking

(gebruik "-->" als "pijltje")

4 lines
16.

Ammoniak reageert met zuurstof tot stikstofdioxide en water

Noteer hiervan de tweede stap voor het maken van een reactievergelijking

(gebruik "-->" als "pijltje")

4 lines
17.

Ammoniak reageert met zuurstof tot stikstofdioxide en water

Noteer hiervan de vierde stap voor het maken van een reactievergelijking

(gebruik "-->" als "pijltje")

Hiermee is de reactievergelijking kloppend gemaakt (derde stap slaan we hier over)

4 lines
18.

_a_CO2 + _b_H2O -->_c_ C6H12O6 + _d_O2

Geef hieronder waarden van a,b,c en d gescheiden door een komma

(dus b.v. 1,2,3,4 en let op als er niets staat is dat dus een 1!)

(a)  

19.

_a_NH3 + _b_O2 -->_c_ N2 + _d_H2O

Geef hieronder waarden van a,b,c en d gescheiden door een komma

(dus b.v. 1,2,3,4 en let op als er niets staat is dat dus een 1!)

(a)  

20.

Methaan (C2H6) en zuurstof reageren met elkaar en er ontstaat water en koolstofdioxide.

Als je in bovenstaande volgorde deze reactievergelijking noteert wat zijn achtereenvolgens de coëfficiënten
voor methaan, zuurstof, water en koolstofdioxide?

Noteer de getalen achter elkaar gescheiden door een komma

(dus bijvoorbeeld 1,2,3,4 en waar er geen getal staat noteer je een 1)

(a)