wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BK1 Thema 1 Planten en dieren

Total questions: 30

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Welk gas komt vrij bij fotosynthese?

a)

Butaan

b)

Waterdamp

c)

Zuurstof

d)

Koolstofdioxide

2.

Wat kan een plant doen tegen uitdroging? (Meerdere antwoorden goed)

a)

Veel wortels

b)

Kleine dikke bladeren

c)

Grote dunne bladeren

d)

Weinig wortels

e)

Stekels op de takken

3.

Het groter en zwaarden worden van een organisme noemen we

a)

ontwikkeling

b)

groter worden

c)

oud worden

d)

groei

4.

Het groter worden van een boom noemen we ontwikkeling

a)

juist

b)

onjuist

5.

Waarmee neemt een zaad water op

a)

zaadhuid

b)

hartvormig bultje

c)

poortje

d)

navel

6.

Hierin zit reservevoedsel opgeslagen

a)

worteltje

b)

hartvormig bultje

c)

kiem

d)

zaadlobben

7.

Een kiemplantje gebruikt tijdens de groei voedingsstoffen uit de zaadlobben

a)

juist

b)

onjuist

8.

Meisjes krijgen borsten, dit is een voorbeeld van

a)

lichamelijke ontwikkeling

b)

motorische ontwikkeling

c)

geestelijke ontwikkeling

9.

Jongens leren tot 10 tellen

a)

lichamelijke ontwikkeling

b)

motorische ontwikkeling

c)

geestelijke ontwikkeling

10.

Tijdens deze levensfase wordt je zelfstandig

a)

puberteit

b)

adolescentie

c)

volwassene

11.

Tijdens deze levensfase beginnen de voortplantingsorganen te functioneren.

a)

puberteit

b)

adolescentie

c)

volwassene

12.

Stof die de plant maakt om te groeien.

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

glucose

d)

fotosynthese

13.

Een plant in een droge omgeving zal

a)

veel of grote wortels hebben

b)

weinig of kleine wortels hebben

c)

geen wortels hebben

14.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Vleugels

b)

Gestroomlijnd

c)

Bescherming

d)

Voeden

15.

Waarom hebben dieren aanpassingen?

a)

Omdat ze dan een voordeel hebben in hun omgeving.

b)

Omdat dieren dan sneller zijn.

c)

Door fouten bij de ontwikkeling.

d)

Hier is geen reden voor.

16.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Voeden

b)

Uitdroging

c)

Bescherming

17.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Bescherming

b)

Bewegen

c)

Voeden

d)

Uitdroging

18.

Van wanneer tot wanneer is je puberteit?

a)

6 tot 12 jaar

b)

12 tot 16 jaar

c)

16 tot 21 jaar

d)

21 tot 65 jaar

19.

Wat is een organisme?

a)

Een leven wezen

b)

Alles wat groeit

c)

Alles wat beweegt

20.

Kruis alle levenskenmerken aan.

a)

Ademhalen

b)

Huilen

c)

Voeden

d)

Waarnemen

e)

Lopen

21.

Een omgevallen boom is...

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

22.

Wat is de functie van de zaadhuid?

a)

Water opnemen

b)

Beschermen van het zaad

c)

Helpt de zaad bij het kiemen

d)

Het heeft geen functie

23.

Veranderingen in de bouw van een organisme noemen we

a)

Groeien

b)

Aanpassen

c)

Ontwikkeling

d)

Ziekte

24.

Een mensenleven bestaat uit ... fasen

a)

6

b)

7

c)

8

d)

9

25.

Kinderen van 4 tot 6 jaar noemen we...

a)

Peuters

b)

Kleuters

c)

Schoolkind

26.

Wat is de naam van deel 7?

a)

De navel

b)

De zaadhuid

c)

Het poortje

d)

De zaadlob

27.

Wat is de naam van onderdeel 2

a)

Navel

b)

Hartvormig bultje

c)

Kiem

d)

Poortje

28.

Welke leeftijdsfase is dit?

- kinderen krijgen

a)

Adolescent

b)

Volwassene

c)

Pubers

d)

Schoolkind

29.

Een koper standbeeld op een plein is..

a)

levenloos

b)

dood

c)

levend

30.

alleen in de groene delen van planten is fotosynthese mogelijk

a)

juist

b)

onjuist