wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het oog en het oor

Total questions: 61

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de adequate prikkel van het oor?
a)
Geluidstrillingen
b)
Licht
c)
Geur
d)
Waarnemen
2.
Het oor zorgt voor je evenwicht.
a)
Juist
b)
Onjuist
3.
Vanuit de ... komt de prikkel aan bij het trommelvlies.
a)
Oorschelp
b)
Gehoorgang
c)
Trommelholte
4.
Het trommelvlies geeft de prikkel door aan de ...
a)
Gehoorgang
b)
Slakkenhuis
c)
Gehoorbeentjes
5.
Welk antwoord is géén gehoorbeentje?
a)
Aambeeld
b)
Zadel
c)
Hamer
d)
Stijgbeugel
6.
Waar liggen de gehoorzintuigcellen?
a)
In het evenwichtsorgaan
b)
In de gehoorzenuw
c)
In het slakkenhuis
d)
Tussen de gehoorbeentjes
7.
Je oor zorgt ervoor dat je je bewust bent van je omgeving.
a)
Juist
b)
Onjuist
8.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Keelholte
b)
Buis van Eustachius
c)
Trommelholte
9.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Buis van Eustachius
b)
Gehoorgang
c)
Gehoorzenuw
10.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Gehoorbeentjes
c)
Evenwichtsorgaan
11.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Evenwichtsorgaan
c)
Gehoorbeentjes
12.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Keelholte
b)
Gehoorgang
c)
Trommelholte
13.

Waar doen de zintuig cellen de trillingen in je oor omzetten in impulsen en waar gaan die impulsen heen?

a)

in het slakkenhuis, en de impulsen gaan via een zenuw naar de spieren.

b)

in het evenwichtszintuig, en de impulsen gaan via de gehoorzenuw naar de spieren.

c)

in de gehoorgang, en dan gaan de impulsen via de keelholte naar de hersens.

d)

in het slakkenhuis, en de impulsen gaan via de gehoorzenuw naar de hersens

14.

Wat is de juiste prikkel van het oor?

a)

Geluidstrillingen

b)

Licht

c)

Geur

d)

Waarnemen

15.
Vanaf welke geluidssterkte kan je gehoorschade oplopen?
a)
20 decibel
b)
40 decibel
c)
80 decibel
d)
100 decibel
16.
Bij het ouder worden verlies je een deel van je gehoor. Welke toonhoogte kan je dan minder goed horen?
a)
Lage tonen
b)
Harde tonen
c)
Hoge tonen
d)
Zachte tonen
17.
In welke volgorde worden trillingen door de gehoorbeentjes doorgegeven?
a)
Aambeeld - stijgbeugel - hamer
b)
Hamer - stijgbeugel - aambeeld
c)
Stijgbeugel - hamer - aambeeld
d)
Hamer - aambeeld - stijgbeugel
18.
Als je eenmaal gehoorschade hebt, kan je hier volledig van genezen.
a)
Juist
b)
Onjuist
19.

Door gewenning voel je de druk van je kleren op je lichaam niet meer

a)

waar

b)

niet waar

20.

wat is de adequate prikkel voor de zintuigen op je netvlies?

a)

licht

b)

zien

21.

Met welk deel wordt traanvocht geproduceerd?

a)

deel 2

b)

deel 6

c)

deel 1

d)

deel 4

22.

oogspieren zitten vast aan het harde oogvlies

a)

waar

b)

niet waar

23.

Met deel P is een evenwichtszintuig aangegeven

a)

waar

b)

niet waar

24.

De drempelwaarde voor het proeven van suiker ligt in dit geval tussen 1 en 10 mg/L.

a)

waar

b)

niet waar

25.

met welke delen wordt de hoeveelheid licht geregeld?

a)

alleen deel 3

b)

alleen deel 5

c)

deel 4 en 5

d)

deel 2, 4 en 5

26.

wat is de functie van het pupilreflex?

a)

ervoor zorgen dat er steeds een scherp beeld op netvlies ontstaat

b)

de hoeveelheid licht regelen die op het netvlies valt

c)

de ogen beschermen tegen indringend vuil

27.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

28.

wat is de functie van het vaatvlies

a)

het geven van stevigheid aan je oog

b)

het regelen van hoeveelheid licht dat op je netvlies valt

c)

je oog van zuurstof en voedingstoffen voorzien

d)

het kunnen aanpassen van de scherpte

29.

bij welk nummer in de afbeelding wordt er een voorwerp van dichtbij bekeken?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

dat is in deze afbeelding niet te zien

30.

met welke zintuigen in je oog kun je bij heel weinig licht toch wat zien

a)

pupil

b)

kegeltjes

c)

staafjes

31.

welk onderdeel wordt er als eerst bereikt wanneer de trilling van de lucht je gehoorgang binnen is gekomen?

a)

gehoorbeentjes

b)

trommelvlies

c)

slakkenhuis

d)

venster

32.

wat is de functie van de buis van Eustachius?

a)

het verder vervoeren van geluidstrillingen

b)

afvoeren van overtollig oorsmeer

c)

afvoeren van binnendringende stofdeeltjes

d)

het gelijk houden van luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies

33.

welke zintuigcellen bevinden zich in de gele vlek

a)

alleen staafjes

b)

alleen kegeltjes

c)

zowel staafjes als kegeltjes

d)

geen van beide

34.
Met welk nummer is het harde oogvlies aangegeven?
a)
9
b)
12
c)
5
d)
8
35.
Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?
a)
11
b)
2
c)
8
d)
12
36.
Met welk nummer wordt de pupil aangeven?
a)
11
b)
10
c)
12
d)
8
37.
Wat is nummer 1?
a)
Traanbuis
b)
Traanklier
c)
Ooglid
d)
Traanvat
38.
Wat is nummer 3?
a)
Traanbuis
b)
Traanklier
c)
Ooglid
d)
Traanvat
39.
Wat is de functie van onderdeel 3?
a)
Vocht aanmaken.
b)
Vocht afvoeren.
c)
Slijm afvoeren.
d)
Slijm aanmaken.
40.
De blinde vlek:
a)
Bevat geen zintuigcellen.
b)
Is bij blinde mensen groter.
c)
Is bij blinde mensen niet aanwezig.
d)
Bevat minder zintuigcellen.
41.
De iris:
a)
Regelt de druk in het oog.
b)
Regelt de hoeveelheid licht in het oog.
c)
Regelt de richting van het oog.
d)
Regelt de spierspanning in het oog.
42.
Als de lensbandjes zijn ontspannen dan is de ooglens:
a)
Bol
b)
Plat
c)
Dat is niet te zeggen.
43.
Wat kost meer kracht en energie?
a)
TV kijken
b)
Naar de blaadjes van bomen kijken.
c)
Een boek lezen.
44.
Het beeld dat zich op het netvlies vormt is:
a)
Omgekeerd
b)
Het zelfde
c)
Groter
45.
Rode ogen op een foto worden veroorzaakt door:
a)
Het nevlies
b)
Het glasachtig lichaam
c)
Het vaatvlies
d)
De iris
46.
Het boller en platter worden van de lens noemen we:
a)
Accomodaty
b)
Accomoderen
c)
Accomolatie
d)
Accodilatie
47.
Bij ver zien zijn de lensbandjes
a)
Ontspannen
b)
Strak getrokken
48.
Bij ver zien zijn de ogen
a)
In rust toestand
b)
Geaccommodeerd
49.
Bij ver zien zijn de lenzen
a)
Boller
b)
Zo plat mogelijk
50.

Welk nummer geeft het netvlies aan

a)

2

b)

3

c)

4

d)

0

51.

Met welk deel van het oog kun je het scherpst zien

a)

4

b)

6

c)

7

d)

10

52.

Welk nummer geeft het deel aan van het oog waarin zich de zintuigcellen van het oog bevinden

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5

53.

Welk nummer geeft het deel van het oog aan dat de impulsen naar de hersenen geleidt?

a)

1

b)

7

c)

8

d)

10

54.

Welk nummer geeft de oogspier aan

a)

1

b)

2

c)

8

d)

9

55.

Welk nummer geeft de lens aan

a)

5

b)

6

c)

10

d)

11

56.

Welk nummer geeft het glasachtig lichaam aan

a)

1

b)

5

c)

6

d)

8

57.

Welk nummer geeft het hoornvlies aan

a)

2

b)

3

c)

4

d)

9

58.
In welke volgorde komt het licht je oog binnen?
a)
hoornvlies, lens, pupil, glasachtig lichaam, vaatvlies, netvlies
b)
harde oogvlies, pupil, lens, glasachtig lichaam, netvlies
c)
harde oogvlies, lens, pupil, glasachtig lichaam, vaatvlies, netvlies
d)
hoornvlies, pupil, lens, glasachtig lichaam, netvlies
59.

Welk deel van het oog stelt nummer 6 voor?

(a)  

60.

Het gekleurde deel van het oog heet ..

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

61.

In het netvlies zitten staafjes en kegeltjes. Met welke van deze twee kunnen we kleuren zien?

a)

kegeltjes

b)

staafjes