wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

klas 2: Waarneming, gedrag en regeling

Total questions: 42

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
2.

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit:

a)
Zenuwen
b)
Zenuwen en de hersenen
c)
Zenuwen en het ruggenmerg
d)
De hersenen en het ruggenmerg
3.

De weg die een geurstof tot aan de hersenen moet maken is:
1: Langs het neus-slijmvlies
2: Langs het reukzenuw
3: Langs de reukzintuigcellen
4: Naar de hersenen

a)
Juist
b)
Onjuist
4.

Wat wordt bedoeld in het kader  bij het vraagteken?

a)
Neusholte
b)
Neus-slijmvlies
c)
Reukharen
d)
Zintuigcellen
5.
Bij welk zintuig hoort deze afbeelding?
a)
Gehoor-zintuig
b)
Gezichts-zintuig
c)
Reuk-zintuig
d)
Smaak-zintuig
6.
Wat is de functie van oorsmeer?
a)
Vochtig houden van het trommelvlies
b)
Soepel houden van het trommelvlies
c)
Zorgt ervoor dat het trommelvlies niet kan bewegen
d)
Geeft het trommelvlies een gele kleur
7.
Hier bevindt zich het gehoorzintuig.
a)
Trommelvlies
b)
Gehoorbeentjes
c)
Slakkenhuis
d)
Buis van Eustachius
8.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
d)

Hoornvlies

9.

Langs welke weg gaat het licht in het oog?

a)
Hoornvlies-pupil-lens-glasachtige lichaam-netvlies
b)
Glasachtige lichaam-netvlies-pupil-lens-hoornvlies
c)
Hoornvlies-lens-netvlies
d)
Lens-pupil-hoornvlies-netvlies-glasachtige lichaam
10.

Pijnpunten komen alleen in je huid voor.

a)

waar

b)

niet waar

11.

Wat is de adequate prikkel voor de zintuigen op je netvlies?

a)

licht

b)

zien

c)

geluid

d)

druk

12.

Met welk deel wordt traanvocht geproduceerd?

a)

deel 2

b)

deel 6

c)

deel 1

d)

deel 4

13.

oogspieren zitten vast aan het harde oogvlies

a)

waar

b)

niet waar

14.

Met deel P is een evenwichtszintuig aangegeven

a)

waar

b)

niet waar

15.

Wat is de functie van het pupilreflex?

a)

ervoor zorgen dat er steeds een scherp beeld op het netvlies ontstaat

b)

de hoeveelheid licht regelen die op het netvlies valt

c)

de ogen beschermen tegen indringend vuil

16.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

dat kan je niet zeker weten

17.

Wat is de functie van het vaatvlies?

a)

het geven van stevigheid aan je oog

b)

het regelen van hoeveelheid licht dat op je netvlies valt

c)

je oog van zuurstof en voedingstoffen voorzien

d)

het kunnen aanpassen van de scherpte

18.

Bij welk nummer in de afbeelding wordt er een voorwerp van dichtbij bekeken?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

dat is in deze afbeelding niet te zien

19.

Welk onderdeel wordt er als eerst bereikt wanneer de trilling van de lucht je gehoorgang binnen is gekomen?

a)

gehoorbeentjes

b)

trommelvlies

c)

slakkenhuis

d)

venster

20.

Wat is de functie van de buis van Eustachius?

a)

het verder vervoeren van geluidstrillingen

b)

afvoeren van overtollig oorsmeer

c)

afvoeren van binnendringende stofdeeltjes

d)

het gelijk houden van luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies

21.

Wat is een zintuig?

a)

Een orgaan waarmee je prikkels opvangt

b)

Een orgaan waarmee je impulsen opvangt

c)

Een onderdeel van de hersenen

d)

Een cel die impulsen vervoert door het lichaam

22.

Welke zintuigen zitten in de huid?

a)

Tast, druk, warmte, koude en pijn

b)

Tast, druk, warmte, koude en gehoor

c)

Warmte, koude, zicht en pijn

d)

Smaak en reuk

23.

Welk deel van een zintuig maakt impulsen wanneer het prikkels opvangt?

a)

De tastknopjes

b)

De zintuigcellen

c)

De zenuwcellen

d)

De impulscellen

24.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
25.

Waarnemen kun je alleen als je hersenen samenwerken met een zintuig

a)

waar

b)

niet waar

26.
Uit welke delen bestaat ons zenuwstelsel?
a)
Zenuwen en hersenen
b)
Centraal zenuwstelsel
c)
Zenuwen en centraal zenuwstelsel
d)
Zenuwen en zenuwcellen
27.

Je proeft een snoepje. Deze smaak is...

a)

Een uitwendige prikkel

b)

Een impuls

c)

Een inwendige prikkel

28.

Als je een auto waarneemt, gaat er een signaal van je ogen naar je hersenen. Dit signaal is een ...

a)

Interne prikkel

b)

Externe prikkel

c)

Impuls

29.

Elektrische signalen worden in een zenuwcel vervoerd richting...

a)

de lange uitloper

b)

de korte uitlopers

c)

de celkern

d)

de hersenen

30.

Welke hormoonklier reguleert de concentratie van bloedsuiker?

a)

De geslachtsklieren

b)

De alvleesklier

c)

De bijschildklieren

d)

De hypofyse

31.

De zweetklier is een ...

a)

hormoonklier

b)

klier zonder afvoerbuis

c)

gewone klier

32.
Waar hebben de hormonen geen invloed op?
a)
Groei en ontwikkeling van het lichaam
b)
Op de stofwisseling
c)
Huidskleur
d)
Op de voortplanting
33.

Wat betekent het begrip: bloedsuikerspiegel? (Kies het beste antwoord.)

a)

Dat is de hoeveelheid suiker dat zich in het bloed bevindt

b)
Dat is bloed met suiker gemengd 
c)
Dat is het glucosegehalte van het bloed
d)

Dat betekent dat het bloed soms suiker bevat

34.
Waar hebben mensen met diabetes last van?
a)

De eilandjes van Langerhans produceren te weinig  insuline 

b)
Deze mensen hebben last van dwerggroei
c)

Deze mensen hebben te veel glucagon

d)
Het bloed is bij deze mensen te dik, waardoor het niet goed kan stromen
35.

Welk hormoon wordt in de bijnieren geproduceerd?

a)
Adrenaline
b)
Groeihormoon
c)
Insuline 
d)

Geslachtshormonen

36.

De tekening geeft schematisch de bouw weer van een bepaalde klier met aan- en afvoerwegen in het lichaam van de mens.

Voor welke van de volgende klieren kan dit schema gelden?

a)

voor een bijnier

b)

voor een eilandje van Langerhans

c)

voor de schildklier

d)

voor een talgklier

37.

Je hebt een boterham met chocopasta gegeten.

Van welk hormoon wordt straks meer geproduceerd in je lichaam?

a)

insuline

b)

glucagon

c)

adrenaline

d)

groeihormoon

38.

Alles wat een dier doet is gedrag, behalve stil slapen.

a)

Goed

b)

Fout

39.

Honger en angst zijn voorbeelden van inwendige prikkels bij mensen.

a)

Goed

b)

Fout

40.

Reflexen zijn snelle reacties die bewust gebeuren

a)

Goed

b)

Fout

41.

De meeste reflexen beschermen je lichaam tegen beschadigingen en vergroten de kans op overleven

a)

Goed

b)

Fout

42.

Je tong uitsteken is voor een medeleerling een

a)

Inwendige prikkel

b)

Signaal

c)

Motivatie