wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4T Woordenschat 1-4

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

beschouwen

a)

gebruiken

b)

beoordelen

c)

vaststellen

d)

proberen

2.

veronderstellen

a)

vaststellen

b)

ontwijken

c)

zien

d)

ervanuit gaan

3.

verreweg

a)

bijna niet

b)

op grote afstand

c)

met groot verschil

d)

vooral

4.

hoogstens

a)

op zijn meest

b)

mogelijk

c)

nogal

d)

zo nodig

5.

elders

a)

na elkaar

b)

vanaf die tijd

c)

mogelijk

d)

ergens anders

6.

formaat

a)

grootte

b)

uitkomst

c)

het samengaan

d)

soort

7.

opvatting

a)

uitkomst

b)

mening

c)

feiten

d)

plan

8.

verhouding

a)

grootte

b)

verschil

c)

onderlinge relatie

d)

iets wat gebeurt

9.

Wat betekent de volgende afkorting: ca.?

a)

contra (tegenstelling)

b)

circa (ongeveer)

10.

i.t.t. staat voor: in (...) tot

Welk woord vul je in op de puntjes?

(a)  

11.

i.v.m. staat voor in verband met

Wat betekent dit eigenlijk?

a)

vanwege

b)

waaronder

c)

anders gezegd

d)

ongeveer

12.

interpreteren

a)

accepteren

b)

controleren

c)

uitleggen

d)

beschouwen als

13.

aanvaarden

a)

laten zien

b)

accepteren

c)

betekenen

d)

uitleggen

14.

voorzien zijn van

a)

bedoeld zijn voor

b)

gaan over

c)

het geval zijn

d)

hebben

15.

voorzien zijn van

a)

bedoeld zijn voor

b)

gaan over

c)

het geval zijn

d)

hebben

16.

betrekking hebben op

a)

door iets bepaald worden

b)

opofferen

c)

gaan over

d)

bedoeld zijn voor

17.

globaal

a)

zeker

b)

ruw geschat

c)

diepgaand

d)

klein

18.

gering

a)

klein

b)

gewone

c)

voordelig

d)

belangrijk(st)

19.

dikwijls

a)

ten minste

b)

nogal

c)

vaak

d)

alleen

20.

tevergeefs

a)

met inbegrip van

b)

zonder resultaat

c)

aan de ene kant … aan de andere kant

d)

vooral