Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zinsontleding D2

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De oude Egyptenaren gaven hun vrouwen gouden sieraden.

Welk zinsdeel is 'hun vrouwen'?

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

d)

bijwoordelijke bepaling

2.

Een dikke zoen wordt door mijn oma gegeven.

Welk zinsdeel is 'door mijn oma'?

a)

Onderwerp

b)

Lijdend voorwerp

c)

Meewerkend voorwerp

d)

Bijwoordelijke bepaling

3.

Ons elftal had op de overwinning gerekend.

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

a)

had

b)

gerekend

c)

had gerekend

d)

had op de overwinning gerekend

4.

Ik doe vanavond met mijn broer de afwas.

Welk zinsdeel is 'de afwas'?

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

d)

werkwoordelijk gezegde

5.

Het meisje met de strik in haar haar draagt een gele jurk.

Wat is het onderwerp?

a)

Het meisje

b)

Het meisje met de strik in haar haar

c)

de strik

d)

een gele jurk

6.

De directrice zal voor alle leerlingen een speech houden.

Welk zinsdeel is 'een speech'?

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

d)

bijwoordelijke bepaling

7.

Marco had zijn ouders een kaartje moeten sturen vanuit Thailand.

Welk zinsdeel is 'zijn ouders'?

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

d)

bijwoordelijke bepaling

8.

De gemeente gaat eindelijk een overdekte fietsenstalling bouwen.

Wat is de bijwoordelijke bepaling?

a)

De gemeente

b)

eindelijk

c)

een overdekte fietsenstalling

d)

bouwen

9.

Het beroep postbode zal in de toekomst waarschijnlijk verdwijnen.

Wat zijn de bijwoordelijke bepalingen? Let op: twee juiste antwoorden.

a)

Het beroep postbode

b)

in de toekomst

c)

waarschijnlijk

d)

verdwijnen

10.

Ga je morgen ook fitnessen?

Wat is de persoonsvorm?

a)

Ga

b)

morgen

c)

ook

d)

fitnessen