wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

thema 3 ordening

Total questions: 33

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Kijk goed naar de afbeelding en maak de zin af. Dit zijn ...

a)

eencelligen en hebben geen celwand

b)

eencelligen en hebben een celwand

c)

meercelligen en hebben geen celwand

d)

meercelligen en hebben een celwand

2.

Kijk goed naar de afbeelding. Je ziet hier een celdeling van een bacterie. Deze bacterie deelt zich elke 20 minuten. Hoeveel bacteriën zijn er na 2 uur als 1 bacterie zich op deze manier steeds delen kan?

a)

8

b)

16

c)

32

d)

64

3.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

ja

b)

nee

4.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk type cellen is dit?

a)

dieren

b)

planten

c)

schimmels

d)

bacteriën

5.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

6.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke dieren zien we?

a)

ongewervelden, geleedpotigen

b)

ongewervelden, reptielen

c)

gewervelden, reptielen

d)

gewervelden, geleedpotigen

7.

De vier goepen organismen zijn:

a)

Zoogdieren

Amphibieen

Reptielen

Vogels

b)

Dieren

Vogels

Incsecten

Planten

c)

Dieren

Planten

Schimmels

Bacterien

8.

Een plantencel heeft:

Meedere antwoorden mogelijk

a)

Een celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

9.

Voorbeelden van celkenmerken zijn:

a)

Celkern- Celwand Bladgroenkorrels

b)

cel onder de microscoop en cel met het blote oog te zien

c)

Bacterie - Schimmel - Plant - Dier

d)

Plant - Dier - Schimmel

10.

Is de volgende stelling juist of onjuist:

Bacterien hebben een celkern.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Welke van de volgende stellingen is juist over vissen ?

a)

Vissen hebben schubben met slijm.

b)

Vissen hebben longen en leven op het land.

c)

Vissen leggen eiren met een schaal

12.

Welke stelling is juist over zoogdieren ?

a)

Zoogdieren leggen eiren zonder schaal

b)

Zoogdieren hebben een huid met haren

c)

Zoogdieren leven alleen in het water

13.

Benoem minstens een kenmerk van een plant.

4 lines
14.

Een moerasvaren is een sporenplant.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Welke stelling is juist over de zaadplanten ?

a)

Ze hebben bloemen en planten zich voort doormiddel van zaden

b)

Ze hebben bloemen en planten zich voort doormiddel van sporen

c)

Ze hebben geen bloemen en planten zich voort doormiddel van zaden

d)

Ze hebben geen bloemen en planten zich voort doormiddel van sporen

16.

Bekijk de foto hiernaast. Welke onderdeel van de schimmel wordt met onderdeel 1 weergegeven ?

a)

De schimmeldraden

b)

De sporen

c)

De padenstoelen

d)

geslachtsorganen

17.

Welke stelling is juist over schimmels?

a)

Cellen van schimmels hebben bladgroenkorrels maar geen celwand en geen celkern

b)

Cellen van schimmels hebben wel een celwand en een celkern maar geen bladgroenkorrels

c)

Schimmels hebben een celkern, bladgroenkorrels en een celwand

18.

Bacterien bestaan uit meerdere cellen

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Bacterien in je darmen helpen bij de vertering bij voedsel

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

Bij warm weer leg je voedsel in de koelkast

a)

omdat het voedsel dan beter smaakt

b)

ziekmakende bacteriën kunnen zich dan minder voortplanten

c)

het hoeft niet, eigenlijk is dat onzin

d)

gezonde bacteriën blijven dan beter aanwezig in het voedsel

21.

Stelling 1:Dina zegt dat sla kan bederven door bacteriën, het stinkt dan.

Stelling 2:Robin zegt dat bij de bereiding van yoghurt bacteriën worden gebruikt

Welke van de stellingen is juist ?

a)

Alleen stelling 1 is juist

b)

Alleen stelling 2 is juist

c)

Beide onjuist

d)

Beide juist

22.

Bekijk het dier op de foto. Tot welke groep gewerwelde dieren behoort dit dier ?

a)

Zoogdieren

b)

Reptielen

c)

Vogels

d)

Vissen

23.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

24.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

25.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

26.

Schimmels planten zich meestal voort door middel van...

a)

Schimmeldraden

b)

Zaden

c)

Sporen

27.

Schimmels....

a)

Worden gebruikt om voedingsmiddelen te maken

b)

Leveren ons zuurstof door middel van fotosynthese

c)

Worden gebruikt om geneesmiddelen te maken

d)

Worden gebruikt als voedsel

28.
Welke 5 klassen van gewervelde dieren zijn er?
a)
sponzen, stekelhuidigen, wormen, amfibieën en vissen
b)
zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen
c)
zoogdieren, vogels, geleedpotigen, wormen en reptielen
d)
vogels, reptielen, vissen, geleedpotigen, en sponzen
29.
Waar of niet waar? Een wants (zie het plaatje) is tweezijdig symmetrisch.
a)
Waar
b)
Niet waar
30.
Op basis van welke kenmerken worden de vier grote groepen ingedeeld?
a)
celkern, cytoplasma, celwand
b)
celkern, cytoplasma, celmembraan
c)
celkern, celwand, bladgroenkorrels
d)
celkern, bladgroenkorrels, cytoplasma
31.
Wat is de definitie van een ras?
a)
Een groep dieren binnen de soort met dezelfde vaste kenmerken
b)
Dieren die je krijgt als 2 soorten met elkaar paren
c)
Een groep soorten met dezelfde kenmerken
d)
Alle sterk op elkaar lijkende dieren die zich onderling kunnen voortplanten
32.

Welk celkenmerk heeft het rijk van de bacteriën wel?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Vacuole

d)

Bladgroenkorrels

33.

Welk kenmerk hebben gewervelden allemaal?

a)

Een inwendig skelet van kalk

b)

Leggen eieren met een schaal

c)

Hebben een huid met een vacht

d)

Hebben allemaal een skelet van alleen maar botweefsel