wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H11 en 12.1 + 12.2 Havo3

Total questions: 35

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel chromosomen?

Bij de vorming van eicellen en zaadcellen wordt de hoeveelheid DNA gehalveerd. Als bij mensen een eicel wordt bevrucht door een zaadcel dan groeit de zygote uiteindelijk uit tot een individu met 46 chromosomen per cel. Niet ieder organisme heeft 46 chromosomen. Zo heeft een fruitvlieg 8 chromosomen, terwijl een paard er 64 heeft.

Hieronder staan twee stellingen over het aantal chromosomen in verschillende soorten cellen bij een gezond organisme.

I.                 Het aantal chromosomen in lichaamscellen is altijd een even getal.

II.                Het aantal chromosomen in geslachtscellen is altijd een oneven getal.

a)

Beide stellingen zijn juist

b)

I is juist

II is onjuist

c)

I is onjuist

II is juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

2.

Welk hormoon is verantwoordelijk voor de rijping van follikels in de eierstokken?

a)

Testosteron

b)

Oestrogeen

c)

Progesteron

d)

FSH

3.

Wat is de naam van het hormoon dat de productie van zaadcellen stimuleert?

(a)  

4.

Welk orgaan is verantwoordelijk voor de productie van zaadcellen bij mannen?

a)

Eikel

b)

Bijbal

c)

Zaadbal

d)

Zaadleider

5.

Wat is een ander woord voor eisprong?

(a)  

6.

Vogelbekdieren zijn eierleggende zoogdieren. Ze baren geen jongen maar leggen eieren. Ze zogen vervolgens hun jongen wel. Bij de eierleggende zoogdieren ontbreken een of meer organen die bij

‘gewone’ zoogdieren wel voorkomen.

Welk(e) orgaan/organen ontbreken?

a)

Baarmoeder

b)

Eileiders

c)

Placenta

7.

In de afbeelding zie je een stamboom met paarden. Bekijk de legenda.

Hieronder staan vier combinaties:

I. Dreamboy en Ferro

II. Iresia en Vivaldi

III. Resia en Krack C

IV. Iresia en Resia

Klik de combinatie(s) aan, die niet hetzelfde fenotype hebben.

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

8.

Vul de volgende zin aan: De kans op een heftige COVID-19 infectie door deze mutatie is:

a)

Groter bij mannen, want zij hebben twee X-chromosomen.

b)

Groter bij vrouwen, want zij hebben twee X-chromosomen.

c)

Groter bij mannen, want zij hebben maar één X-chromosoom.

d)

Groter bij vrouwen, want zij hebben maar één X-chromosoom

9.

Hoeveel eicellen en hoeveel zaadcellen zijn er nodig voor het ontstaan van een eeneiige vierling?

a)

1 eicel

1 zaadcel

b)

2 eicellen

2 zaadcellen

c)

1 eicel

2 zaadcellen

d)

2 eicellen

4 zaadcellen

10.

Geef de juiste volgorde. Typ de letters direct achter elkaar.

(a)  

11.
In de bijballen worden de zaadcellen tijdelijk opgeslagen
a)
Juist
b)
Onjuist
12.

Ilse had op 3 maart haar eerste dag van de menstruatie. Op welke dag zal haar eerstvolgende eisprong vermoedelijk zijn?

a)

14 maart

b)

16 maart

c)

31 maart

d)

24 maart

13.

Wordt het slijmvlies van de baarmoeder tijdens de menstruatie dikker?

a)

Ja

b)

Nee

14.

Hoeveel dagen duurt een menstruatiecyclus ongeveer?

a)

10

b)

14

c)

28

d)

35

15.
Op welke dag vindt op de afbeelding de eisprong plaats? 
a)
21 April
b)
22 April
c)
23 April 
d)
24 April 
16.

Alle zichtbare eigenschappen van een organisme noemen we

a)

Fenotype

b)

Genotype

17.

Is de persoon van het karyogram een jongen of een meisje?

a)

Jongen

b)

Meisje

18.

Een kat heeft in een lichaamcel 38 chromosomen. Hoeveel zitten er dan is een geslachtscel?

a)

38

b)

19

c)

18

d)

76

19.

Wat voor DNA zit er in je oogcellen?

a)

alleen DNA voor de kenmerken van het oog

b)

Dat ligt er aan waar in het oog het ligt

c)

Dat kan je niet weten

d)

Alle informatie van je DNA

20.

Hoeveel kinderen heeft persoon 1 gekregen?

a)

1

b)

3

c)

5

d)

4

21.

het genotype Aa noem je

a)

homozygoot recessief

b)

homozygoot dominant

c)

heterozygoot

22.

het genotype AA noem je

a)

homozygoot recessief

b)

homozygoot dominant

c)

heterozygoot

23.

Leen is de ... van Rik.

(a)  

24.

Het allel voor bruine ogen (B) is dominant over het allel voor blauwe ogen (b). Wat is het genotype dat iemand met bruine ogen kan hebben? (meerdere opties mogelijk)

a)

Bb

b)

BB

c)

bb

25.

Het allel voor bruine ogen (B) is dominant over het allel voor blauwe ogen (b). Rik is homozygoot voor b. Welke oogkleur heeft hij?

a)

Blauw

b)

Bruin

26.

Bert en Marieke willen graag een kind, maar beide zijn ze drager van een recessief allel dat een ernstige spierziekte kan veroorzaken. Wat is de kans dat hun kindje de ziekte krijgt?

a)

100%

b)

75%

c)

50%

d)

25%

e)

0%

27.

Hoe heet nummer 6?

a)

Eierstok

b)

Eileider

c)

Baarmoeder

d)

Blaas

28.

Hoe heet nummer 9?

a)

Darmen

b)

Eierstok

c)

Baarmoeder

d)

Blaas

29.

Hoe heet nummer 10?

a)

Darmen

b)

Eileider

c)

Vagina

d)

Urinebuis

30.

Hoe heet nummer 5?

a)

Urineblaas

b)

Prostaat

c)

Teelbal

d)

vochtblaasje

31.

Hoe heet nummer 9?

a)

Balzak

b)

Teelbal

c)

Bijbal

d)

Zaadleider

32.

Een fruitvlieg met een zwart lichaam (aa) wordt gekruist met een fruitvlieg met een grijs lichaam (AA). Alle nakomelingen (F1) zijn grijs. Deze nakomelingen (F1) worden onderling gepaard.

Van de 100 individuen van de nakomelingen hiervan (F2) zijn er 75 grijs en 25 zwart.


Hoeveel van de 84 grijze individuen van de F2 zullen er, naar verwachting, heterozygoot zijn?

a)

25

b)

40

c)

50

d)

alle 75

33.

Een heterozygoot ronde zaden plant (Rr) wordt gekruist met een homozygoot dominante ronde zaden plant (RR). Hoeveel procent van de nakomelingen is homozygoot dominant?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

34.

Uit de stamboom is af te leiden dat de ziekte van Wilson niet geslachtsgebonden overerft. Als de overerving X-chromosomaal was geweest, zou een van de ouders van Sem of Janneke de ziekte ook moeten hebben.

Wie zou in dat geval de ziekte ook hebben?
(Denk aan de regels van x chromosomale overerving)

a)

Sems vader

b)

Sems moeder

c)

Jannekes vader

d)

Jannekes moeder

35.

Persoon nummer 4 heeft als enige blauwe ogen (genotype is bb). De rest heeft bruine ogen. Van welke persoon of personen in deze stamboom kun je met zekerheid zeggen dat ze het genotype Bb hebben?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

5