wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling menselijk lichaam

Total questions: 31

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een orgaansysteem?

a)

Organen die op elkaar lijken

b)

Organen met dezelfde functie

c)

Organen die samenwerken

d)

Organen die ons helpen denken

2.

Van groot naar klein, welke volgorde is correct?

a)

Organisme, orgaansysteem, orgaan, weefsel, cellen

b)

Orgaansysteem, weefsel, organen, cellen, organisme

c)

cellen, weefsel, orgaan, orgaansysteem, organisme

d)

Organisme, orgaan, orgaansysteem, cellen, weefsel

3.

Wat is de functie van ons ademhalingsstelsel?

a)

Ons lichaam van zuurstof voorzien

b)

Ons lichaam van CO2 voorzien

c)

Zuurstof ons lichaam in, CO2 er uit

d)

CO2 ons lichaam in, zuurstof er uit

4.

Waarom heeft ons lichaam zuurstof nodig?

a)

Om te kunnen ademen

b)

Voor de verbranding van voedingsstoffen

c)

Voor onze hersenen

d)

Om de cellen stevigheid te geven

5.

Hoe wordt zuurstof uit de longen naar de organen gebracht?

a)

Via de witte bloedcellen

b)

Via de rode bloedcellen

c)

Via de bloedplaatjes

6.

Waarvoor zijn onze witte bloedcellen?

a)

Om zuurstof en CO2 rond te brengen

b)

Om korstjes te vormen op een wond

c)

Om ziekteverwekkers te doden

7.

Waarom is het handig dat de witte bloedcellen zo flexibel zijn?

a)

Dan kunnen ze sneller door het bloed heen

b)

Dan kunnen ze makkelijker uit de bloedvaten

c)

Dan komen ze minder makkelijk vast te zitten

d)

Zo kunnen ze beter een korstje vormen

8.

Wat zijn de meest voorkomende onderdelen van bloed?

a)

Cellen

b)

Water

c)

eiwitten

d)

Zuurstof

e)

Voedingsstoffen

9.

Wat van de onderstaande dingen is nodig om te verbranden?

a)

Water

b)

Energie

c)

Brandstof

d)

Zuurstof

e)

CO2

10.

Wat ontstaat er altijd na verbranding?

a)

Water

b)

CO2

c)

Zuurstof

d)

Rook

e)

Energie

11.

Wat wordt er in ons lichaam gebruikt als brandstof?

a)

Zuurstof

b)

Benzine

c)

CO2

d)

Voedingsstoffen

12.

Welke voedingsstoffen kunnen energie leveren?

a)

Eiwitten

b)

Water

c)

Vitamines

d)

Koolhydraten

e)

Vetten

13.

Welke voedingsstoffen worden afgebroken door ons speeksel?

a)

Mineralen

b)

Vitaminen

c)

Eiwitten

d)

Koolhydraten

e)

Vetten

14.

Waar in ons lichaam worden vetten verteerd?

a)

In de maag

b)

In de lever

c)

In de twaalfvingerige darm

d)

In de dikke darm

15.

Welke voedingsstof kan maagzuur verteren?

a)

Vetten

b)

Vitaminen

c)

Mineralen

d)

Eiwitten

e)

Koolhydraten

16.

Welke voedingsstoffen zitten er vooral een glas Fanta? (Meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Koolhydraten

b)

Eiwitten

c)

Water

d)

Vitaminen

e)

Vetten

17.

In welk lichaamsdeel worden de meeste voedingsstoffen opgenomen?

a)

De maag

b)

De twaalfvingerige darm

c)

De dunne darm

d)

De dikke darm

18.

Welke voedingsstoffen hoeven niet verteerd te worden (Meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Vitaminen

b)

Mineralen

c)

Eiwitten

d)

Water

e)

Vetten

19.

Welke uitspraak klopt er over slagaders?

a)

Een slagader vervoert bloed van de organen naar het hart toe

b)

Een slagader vervoert bloed van het hart naar de organen

c)

Een slagader vervoert altijd bloed met zuurstof (O2)

d)

Een slagader vervoert altijd bloed met vooral CO2

20.

Waarom is de longader anders dan alle andere slagaders?

a)

Deze ader vervoert juist bloed van het hart af

b)

Deze ader vervoert juist bloed met zuurstof

c)

Deze ader vervoert juist bloed met CO2

d)

Deze ader vervoert juist bloed naar het hart toe

21.

Leg uit wat een dubbele bloedsomloop is en waarom dit een voordeel is.

4 lines
22.

Geef de 5 verschillende functies van ons skelet

4 lines
23.

Welke type gewricht zit er in onze knie?

a)

Rolgewricht

b)

Kogelgewricht

c)

scharniergewricht

d)

Zadelgewricht

24.

En welk gewricht zit er in onze enkel?

a)

Rolgewricht

b)

Kogelgewricht

c)

Scharniergewricht

d)

Zadelgewricht

25.

Wat gebeurt er als een spier zich aanspant?

a)

Hij wordt langer en dunner

b)

Hij wordt korter en dikker

26.

Hoe noem je het stukje waarmee een spier vast zit aan een bot?

a)

Antagonist

b)

Pees

c)

Merg

d)

haarvat

27.

Welke zintuigen heeft de mens?

4 lines
28.

Welke smaken kan de mens onderscheiden?

a)

Zoet

b)

Zuur

c)

Zout

d)

Umami

e)

Bitter

29.

Welk van onze zintuigen is het gevoeligste?

a)

Onze ogen

b)

Onze oren

c)

Onze neus

d)

Onze smaak

e)

Onze tast

30.

Wat kan onze huid allemaal voelen?

a)

Pijn

b)

Druk

c)

Temperatuur

d)

Elektriciteit

31.

Welk onderwerp zou je graag nog een keer herhalen in de les?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Bloedvatenstelsel

c)

Spier- & skeletstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Zintuigen