Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

organen en cellen vmbo 1

Total questions: 29

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Organenstelsel

e)

Organisme

2.

De lever hoort bij het .......

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Zenuwstelsel

3.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
4.

Welk orgaan valt niet onder het ademhalingsstelsel?

a)

luchtpijp

b)

longen

c)

hart

d)

neusholte

5.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
6.
Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 5 
a)
lever
b)
dikke darm
c)
maag
d)
alvleesklier
7.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
8.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
9.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

10.
Wat is een weefsel?
a)
een groep cellen met dezelfde vorm en functie
b)
cellen die delen
c)
een groep cellen met een verschillende vorm
11.

Wat voor orgaan is nummer 4?

a)

Maag

b)

Hart

c)

Lever

d)

Dunne darm

12.

Wat is nummer 5?

a)

Maag

b)

Lever

c)

Hart

d)

Dikke darm

13.

Wat is nummer 8?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Nier

14.

Welk orgaanstelsel zie je hier?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Bloedvatenstelsel

15.

In de dwarsdoorsnede van de torso is nummer 4 ...

a)

het hart

b)

de long

c)

de ruggewervel

d)

de slokdarm

16.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
17.

Deze organen horen bij...

a)

het bloedvatenstelsel

b)

het spierstelsel

c)

het ademhalingsstelsel

d)

het verteringsstelsel

18.

Deze cellen hebben een celwand.

a)

Dierlijke cellen

b)

Plantaardige cellen

c)

Zowel dierlijke als plantaardige cellen

d)

Dierlijke en plantaardige cellen niet

19.
Welk onderdeel heeft een dierlijke cel niet?
a)
Kern
b)
Celmembraan
c)
Celwand
d)
Cytoplasma
20.

De stevigheid van dierlijke cellen ontstaat door stevige celwanden. Juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Onderdeel 1 heet

a)

Cytoplasma

b)

Vacuole

c)

Kern

22.

In welk onderdeel van een plantencel vindt fotosynthese plaats?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Vacuole

23.

Wat zorgt voor stevigheid van de plantencel? Let op meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Celwand

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celkern

e)

Vacuole

24.

1 is de

a)

celwand

b)

celvand

c)

celmern

d)

celkern

25.

3 is het

a)

cytovlasma

b)

cytoklasma

c)

cytoplasma

d)

cytospalma

26.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

28.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Klik op de organen die horen bij het verteringsstelsel. (2 juiste antwoorden)

a)
b)
c)
d)