wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 6 1 t/m 4 + 7

Total questions: 29

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Deze zijn meestal groen en beschermen de bloem in de knop tegen uitdroging en kou.

a)

Bloemkelk

b)

Kroonbladeren

c)

Meeldraad

d)

Stamper

2.

Deze zijn meestal groot en opvallend gekleurd en lokken insecten.

a)

Bloemkelk

b)

Kroonbladeren

c)

Meeldraad

d)

Stamper

3.

Het mannelijke voortplantingsorgaan.

a)

Bloemkelk

b)

Kroonbladeren

c)

Meeldraad

d)

Stamper

4.

Het vrouwelijke voortplantingsorgaan.

a)

Bloemkelk

b)

Kroonbladeren

c)

Meeldraad

d)

Stamper

5.

Het overbrengen van stuifmeel van een meeldraad op de stempel(s) van een bloem van dezelfde plantensoort heet ...

(a)  

6.

Het stuifmeel van een meeldraad komt op een stempel van een andere plant (van dezelfde soort).

a)

Kruisbestuiving

b)

Zelfbestuiving

c)

Geen bestuiving

7.

Het stuifmeel van een meeldraad komt op een stempel van dezelfde plant.

a)

Kruisbestuiving

b)

Zelfbestuiving

c)

Geen bestuiving

8.

Het stuifmeel van een meeldraad komt op een stempel van een andere plant (niet dezelfde soort).

a)

Kruisbestuiving

b)

Zelfbestuiving

c)

Geen bestuiving

9.

Bloemen waarbij insecten voor de bestuiving zorgen heten ...

(a)  

10.

Bloemen waarbij de wind zorgt voor bestuiven heten ...

(a)  

11.

Deze bloemen zijn meestal groot, opvallend, geurend en bevatten nectar.

a)

Insectenbloemen

b)

Windbloemen

12.

Deze bloemen zijn meestal klein en onopvallend gekleurd, geuren niet en bevatten geen nectar. De helmknoppen en stempels steken uit de bloem.

a)

Insectenbloemen

b)

Windbloemen

13.

De kern van de stuifmeelkorrel versmelt met de kern van de eicel.

(a)  

14.

De juiste volgorde van bevruchting is:

  1. 1. Stuifmeelkorrel komt op de stempel

  2. 2. Er groeit een stuifmeelbuis door de stijl.

  3. 3. De stuifmeelbuis gaat naar het vruchtbeginsel.

  4. 4. De kernen versmelten in het zaadbeginsel.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Uit een bevruchte eicel ontstaat een ...

(a)  

16.

Bij kieming van een zaad groeit de kiem uit tot een kiemplantje.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Uit een zaadbeginsels (met een bevruchte eicel) ontstaat een ...

(a)  

18.

Uit een vruchtbeginsel ontstaat een ...

a)

Vrucht

b)

Vruchtbeginsel

c)

Vruchtvlees

19.

In het ... beginnen een of meer zaadbeginsels te groeien.

a)

Vrucht

b)

Vruchtbeginsel

c)

Vruchtvlees

20.

In het ... wordt groter en de kroonbladeren vallen af.

a)

Vrucht

b)

Vruchtbeginsel

c)

Vruchtvlees

21.

Het is zacht en soms het eetbaar deel van de vrucht.

a)

Vrucht

b)

Vruchtbeginsel

c)

Vruchtvlees

22.

Bij een appel en een peer ontstaat vruchtvlees uit de ...

a)

Bloembodem

b)

Vruchtbeginsel

c)

Vruchtvlees

23.

Bij een sinaasappel en banaan ontstaat vruchtvlees uit het ...

a)

Bloembodem

b)

Vruchtbeginsel

c)

Vruchtvlees

24.

Een vrucht kan alleen één zaad bevatten.

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

Vruchten springen open als ze rijp zijn en schieten of slingeren de zaden weg.

Dat heeft verspreiding door (a)  

26.

De vruchten (met daarin zaden) hebben pluis of vleugels.

Dat heeft verspreiding door (a)  

27.

Vruchten (bessen) worden gegeten waarbij onverteerde zaden worden uitgepoept

Dat heeft verspreiding door (a)  

28.

Als wintervoorraden volledig worden opgegeten is dat voordelig voor de zaadjes.

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

Vruchten met kleine ... blijven in de vacht van dieren hangen en worden hierdoor verspreid.

(a)