Font size
WorksheetsH456 3BKGT
Total questions: 60
Worksheet time: 31mins
De hoofdgedachte van een tekst vind je door....
de vraag te stellen: "waar gaat de tekst over?"
de vraag te stellen: "wat schrijft de schrijver over het onderwerp?"
te kijken naar tussenkopjes / deeltitels
te kijken wat de bron van de tekst is
Wat helpt niet om de hoofdgedachte te vinden?
alleen de plaatjes bekijken
de inleiding en het slot van een tekst lezen
het onderwerp van een tekst bepalen
in één zin samenvatten wat de schrijver over het onderwerp zegt
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
waar de tekst over gaat in een woord of paar woorden
waar de tekst over gaat in een hele zin
het belangrijkste wat er in de tekst over het onderwerp wordt gezegd in een woord of paar woorden
het belangrijkste wat er in de tekst over het onderwerp wordt gezegd in een hele zin
Waar kun je de hoofdgedachte meestal vinden?
in de eerste of laatste zin van iedere alinea
in de titel
in het middenstuk
in de inleiding of het slot
Waar de tekst over gaat is:
de hoofdgedachte
het thema
het onderwerp
de titel
Een tekst bestaat meestal uit:
begin, vervolg, eind
inleiding, middenstuk, slot
anekdote, deelonderwerp, conclusie
voorbeeld, kern, eind
Welke zin(nen) is/zijn juist?
Tekstverbanden kun je herkennen aan signaalwoorden.
Signaalwoorden staan alleen aan het begin van een zin.
Signaalwoorden verbinden zinnen of alinea's met elkaar.
Een tekst kan maar één tekstverband hebben.
Wat is het argument:
'Er ligt een dun laagje ijs op de gracht. Het vriest kennelijk.'
Er ligt een dun laagje ijs.
Het vriest kennelijk.
Er ligt een dun laagje ijs op de gracht. Het vriest kennelijk.
Wat is het argument?
'Je mag doorrijden, het licht staat op groen.'
Je mag doorrijden
het licht staat op groen
Je mag doorrijden, het licht staat op groen.
Letterlijk of figuurlijk?
Feline is een zacht ei.
letterlijk
figuurlijk
Letterlijk of figuurlijk?
Mijn opa nam me mee naar het circus op het plein.
Letterlijk
Figuurlijk
Letterlijk of figuurlijk?
Mijn vader ziet op tegen dat circus van online lessen in Teams.
Letterlijk
Figuurlijk
Letterlijk of figuurlijk?
Mariska wil graag een zacht ei bij haar ontbijt.
Letterlijk
Figuurlijk
Vanochtend was ik doodziek.
ironie
overdrijving
'Eet nog meer chocola, dat is goed voor je.'
ironie
overdrijving
'Een voldoende voor rekenen? Dat gaat nog jaren duren!'
ironie
overdrijving
'Je wordt bedankt!'
ironie
overdrijving
1/12
Aan elkaar of los?
acht uur journaal
achtuur journaal
acht uurjournaal
achtuurjournaal
2/12
Aan elkaar of los?
dode hoek spiegel
dodehoek spiegel
dode hoekspiegel
dodehoekspiegel
3/12
Aan elkaar of los?
er over heen springen
erover heen springen
eroverheen springen
eroverheenspringen
5/12
Aan elkaar of los?
gebruik maken
gebruikmaken
Maak de samenstelling:
te + kort
(a)
Welke samenstelling is juist?
open dag
opendag
open-dag
Het nieuws (verbreiden) (a) (v.t.) zich snel door Caïro.
De (verkleden) (a) leraren werden toch herkend.
Toen de speler er genoeg van had, (luchten) (a) (v.t.) hij zijn hart.
De regering (aanvaarden) (a) (v.t.)de voorgestelde wijzigingen niet.
Ik heb de proefwerken nog niet (corrigeren) (a)
Hij (hoesten) (v.t.).......... en (proesten) (v.t.) .................... doordat hij zich verslikte.
(a)
Messi stichten (v.t.) (a) verwarring in de achterhoede van de tegenstander.
De kaartjes voor Duitsland kunnen worden bestellen (a)
De (stranden) ................. olietanker (bevinden) ...............(t.t.) zich bij de kust van Texel.
(a)
De opnieuw (bekleden) ...... bank (worden)........... (t.t.) wordt morgen (afleveren) .............
bekleeddden
wordt
afgeleverd
bekleden
word
afgelevert
beklede
wordt
afgeleverd
bekleedde
wordt
afgelevert
De veehouder (melden) (a) (v.t.) een toegenomen tekort aan opslagruimte voor mest.
De spelers (wensen) (a) gisteren echter niet met de pers te praten.
De gemeente (realiseren) (a) (tt) zich nauwelijks wat voor een overlast door het feest wordt veroorzaakt.
Hij (vermoeden) ...............(tt) dat het niet (worden) ..............(t.t.)(vergoeden).............
(a)
Worden (a) je vader niet gek van jou?
Vul een D of T in
Sonja vertel (a) een verhaal
Vul een D of T in
Maarten heeft een verhaal vertel...
(a)
Vul een D of een T in
Ik weet dat Monique een verhaal vertel (a)
Vul een D of een T in
De dokter behandel (a) de wond zorgvuldig
Vul een D of een T in
De tandarts heeft de kies zorgvuldig behandel (a)
Vul een D of een T in
Ik weet dat de dierenarts die wond van die kat zorgvuldig behandel (a)
Vul een D of een T in
Er gebeur (a) daar iets
Vul een D of een T in
Er is daar iets gebeur (a)
Vul een D of een T in
Hij weet dat daar iets gebeur (a)
Welke functie heeft het gekleurde woord in de zin? Zij zijn ervan uitgegaan dat er niets gebeurt.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
Welke functie heeft het gekleurde woord in de zin? Ik vertrouw erop dat jullie goed zijn voorbereid.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
Welke functie heeft het gekleurde woord in de zin? Vind je dat niet heel erg tegenvallen?
persoonsvorm
voltooid deelwoord
Welke functie heeft het gekleurde woord in de zin? Ik verwacht dat zij zich voor dat feestje nog verkleedt.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
