wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 1 - Bloemen (6.1 tm 6.4)

Total questions: 47

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

De kroonbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

2.

De kelkbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

3.

De stamper heeft nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

4.

Wat mist op dit plaatje?

a)

Een stamper

b)

Meeldraden

c)

Kroonbladeren

5.

Wat is waar, kijk even naar die mooie paarse bloembladeren...

a)

De kroonbladeren zijn om insecten te lokken, de kelkbladeren om de bloem te beschermen

b)

De kroonbladeren zijn om de bloem te beschermen, de kelkbladeren lokken insecten

c)

De kroonbladeren en de kelkbladeren lokken insekten

d)

De kelkbladeren en de kroonbladen zijn om de bloem te beschermen

6.

Bloemen gebruiken insecten voor bestuiving. Stuifmeel blijft aan een insect plakken en op een andere bloem komt het stuifmeel op de stamper. De eicellen in de stamper kunnen dan met het stuifmeel bevrucht worden. Wat is waar voor de bloem op het plaatje?

a)

De bloem maakt stuifmeel

b)

De bloem maakt geen stuifmeel

c)

Dat kan je aan dit plaatje niet zien

7.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

8.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

9.

Als de stamper van een appelbloem niet wordt bestoven

a)

Ontstaat een appel zonder zaden

b)

Ontstaat een appel met zaden

c)

Ontstaat geen appel

10.
Welk kenmerk zie je WEL bij een windbloem?
a)
Nectar
b)
Gele kleur
c)
Veel stuifmeelkorrels
d)
Lange meeldraden
11.
Stuifmeel gaat van de ene plant naar de andere plant.
Welk woord zoek ik?
a)
Bevruchting
b)
Bestuiving
c)
Ontkieming
12.

Welke cel is de cel van een plant?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

13.
Welk geslacht heeft deze bloem?
a)
Mannelijk
b)
Vrouwelijk
c)
Mannelijk en vrouwelijk
d)
Ongeslachtelijk
14.
Welke pijl stelt kruisbestuiving voor?
a)
Pijl 1
b)
Pijl 2
c)
Pijl 3
d)
Pijl 4
15.
Wat is een meeldraad??
a)
Vrouwelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
b)
Dit wordt later een zaad.
c)
Mannelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Bestuiving door insecten.
16.
Wat is zelfbestuiving?
a)
Stuifmeel gaat naar een bloem binnen dezelfde plant. 
b)
Stuifmeel gaat naar een bloem van een andere plant, van dezelfde soort.
c)
Buis die naar de eicel toegroeit.
d)
Het overbrengen van stuifmeel naar een bloem van dezelfde soort.
17.
Wat is een kiem?
a)
Een jong plantje.
b)
Een plant met een éénjarige levenscyclus.
c)
Deel van een zaad met reservevoedslel.
d)
Het begin van een nieuw plantje.
18.
Wat is een stamper?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan.
c)
Mannelijk voortplantingsorgaan.
d)
Bestuiving gebeurt door insecten.
19.

Wat kunnen insecten halen in de bloemen?

a)

Honing

b)

Nectar

20.

Wat is de naam van onderdeel 1?

a)

Stempel

b)

Stijl

c)

Stamper

d)

Meeldraad

21.

Wat is de naam van onderdeel 2?

a)

Stempel

b)

Stijl

c)

Stamper

d)

Meeldraad

22.

Wat is de naam van onderdeel 3?

a)

Stempel

b)

Stijl

c)

Stamper

d)

Vruchtbeginsel

23.

Wat is de naam van onderdeel 4?

a)

Stempel

b)

Stijl

c)

Stamper

d)

Vruchtbeginsel

24.

Wat is de naam van onderdeel 5?

a)

Kroonblad

b)

Kelkblad

c)

Vrucht

d)

Stamper

25.

Wat is de naam van onderdeel 6?

a)

Stijl

b)

Bloemstengel

c)

Bloemsteel

d)

Meeldraad

26.

Wat is de naam van onderdeel 7?

a)

Kelkblad

b)

Kroonblad

c)

Stamper

d)

Stijl

27.

Wat is de naam van onderdeel 8?

a)

Helmdraad

b)

Meeldraad

c)

Helmknop

d)

Helmhokje

28.

Wat is de naam van onderdeel 9?

a)

Helm

b)

Meeldraad

c)

Helmknop

d)

Helmdraad

29.

Wat is de naam van onderdeel 10?

a)

Meel

b)

Meeldraad

c)

Helmknop

d)

Helmdraad

30.

Wat is de naam van onderdeel 11?

a)

Zaadbeginsel

b)

Vruchtbeginsel

c)

Stamper

d)

Zaadcel

31.

Wat is de functie van onderdeel 1?

a)

Hier komen de stuifmeelkorrels op

b)

Insecten lokken

c)

Hier ontstaat stuifmeel

d)

Beschermt de bloem

32.

Wat is de functie van onderdeel 2?

a)

Hier komen de stuifmeelkorrels op

b)

Hier kan een stuifmeelbuis doorheen groeien

c)

Hier ontstaat stuifmeel

d)

Het is de stamper

33.

Wat is de functie van onderdeel 3?

a)

Hier groeit de vrucht na de bevruchting

b)

Hier kan een stuifmeelbuis doorheen groeien

c)

Hier ontstaat stuifmeel

d)

Het is de stamper

34.

Wat is de functie van onderdeel 4?

a)

Hier groeit de vrucht na de bevruchting

b)

Hier kan een stuifmeelbuis doorheen groeien

c)

Hier ontstaat stuifmeel

d)

Dit is het vrouwelijke voortplantingsorgaan van de plant

35.

Wat is de functie van onderdeel 5?

a)

Beschermt de knop

b)

Lokt insecten

c)

Hier ontstaat stuifmeel

d)

Mannelijk deel van de plant

36.

Wat is de functie van onderdeel 6?

a)

Beschermt de knop

b)

Draagt de bloem

c)

Hier ontstaat stuifmeel

d)

Mannelijk deel van de plant

37.

Wat is de functie van onderdeel 7?

a)

Insecten lokken

b)

Draagt de bloem

c)

Vrouwelijk deel van de plant

d)

Beschermt de plant

38.

Wat is de functie van onderdeel 8?

a)

Stuifmeel maken

b)

Draagt de bloem

c)

Vrouwelijk deel van de plant

d)

Insecten lokken

39.

Wat is de functie van onderdeel 9?

a)

Stuifmeel maken

b)

Draagt de helmknop

c)

Vrouwelijk deel van de plant

d)

Insecten lokken

40.

Wat is de functie van onderdeel 10?

a)

Draagt de helmknop

b)

Mannelijk voortplantingsorgaan van de plant

c)

Insecten lokken

41.

Wat is de functie van onderdeel 11?

a)

Groeit na de bevruchting een zaadje uit

b)

Mannelijk voortplantingsorgaan van de plant

c)

Stuifmeelkorrels produceren

d)

Zaadcellen produceren

42.

Welk onderdeel van de stamper kan stuifmeelkorrels opvangen?

a)

De Stempel

b)

De Stijl

c)

Het Vruchtbeginsel

43.

Zet de volgende gebeurtenissen bij het kiemen van een zaad in volgorde.

1)Het zaadje neemt vocht op

2)Het worteltje komt naar buiten

3) De zaadhuid scheurt open

a)

2-1-3

b)

3-2-1

c)

1-3-2

d)

3-1-2

44.

Wat is de functie van de kelkbladeren van de bloem?

a)

De bloem zo aantrekkelijk mogelijk maken voor insecten

b)

De bloem mooi maken

c)

De bloem beschermen tegen uitdroging en kou

d)

De meeldraden beschermen

45.

Dit is een..

a)

Windbloem

b)

Insectenbloem

46.

Kelkbladeren zijn meestal opvallend gekleurd

a)

Juist

b)

Onjuist

47.

Stuifmeelkorrels zijn de mannelijke geslachtscellen van een plant

a)

Juist

b)

Onjuist