Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1 planten en dieren BS 1.1 & 1.2

Total questions: 30

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Welke organismen zijn opgebouwd uit cellen?

a)

Dieren, mensen en planten

b)

Alleen mensen

c)

Alleen planten

d)

Alleen dieren

2.

Als een boom elk jaar zwaarder wordt, noem je dat ontwikkeling

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Ontwikkeling is het veranderen van bouw en leefwijzen van organismen

a)

juist

b)

onjuist

4.

Wat is de naam van deel 7?

a)

De navel

b)

De zaadhuid

c)

Het poortje

d)

De zaadlob

5.

Wat is de functie van onderdeel 6

a)

opslaan van reservevoedsel

b)

Opnemen van water

c)

Beschermen van het zaad

d)

Hiermee zat het zaad aan de moederplant

6.

Welk onderdeel heeft de volgende functie:

Het opnemen van water

a)

De navel

b)

Het poortje

c)

De zaadlab

d)

De kiem

7.

Water is .....

a)

levenloos

b)

dood

c)

levend

8.

Het groter en zwaarder worden van een organisme noemen we

a)

ontwikkeling

b)

groeien

c)

metamorfose

d)

ontkiemen

9.

In de derde fase van de levenscyclus van een vlinder (pop) maakt de larve een omhulsel om zichzelf. Dit omhulsel heet (a)  

10.

Welke twee levenskenmerken hebben te maken met "reageren op de omgeving"?

a)

ademhalen

b)

voeden

c)

uitscheiden

d)

waarnemen

e)

bewegen

11.

Wat is de juiste volgorde in de levenscyclus van een koolwitje?

a)

ei - pop - larve - imago

b)

ei - imago - pop - larve

c)

ei - larve -pop - imago

d)

imago - ei - pop - larve

12.

Welke levensverschijnselen vertoont een plant?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Voortplanten

d)

Uitscheiden

13.
Iets wat  geleefd heeft ,noemen we .....
a)
levend
b)
levenloos
c)
dood
d)
bewegend
14.
Deze houten tafel is.....
a)
Levend
b)
Levenloos
c)
dood
d)
geen van de genoemde 3
15.
Wat is geen levenskenmerk?
a)
Voeden
b)
Bewegen
c)
Slapen
d)
Voortplanten
16.
Uit een kiem groeit een nieuwe plant.
a)
Waar
b)
Niet waar
17.
De zaadhuid beschermt de navel van een bruine boon.
a)
Waar
b)
Niet waar
18.

Een organisme is een levend wezen.

a)

ja

b)

nee

19.

Als een boom elk jaar groeit en zwaarder wordt, noem je dat ontwikkeling.

a)

ja

b)

nee

20.

Als je een hond uitlaat, dan gaat hij op zoek naar de geur van andere honden. Als de hond die geur geroken heeft, dan plast hij ook op die plek.

Welke twee levenskenmerken horen hierbij?

a)

groeien en waarnemen

b)

uitscheiden en voortplanten

c)

uitscheiden en waarnemen

d)

voortplanten en groeien

21.

horen, proeven en ruiken horen bij welk levenskenmerk?

a)

groeien

b)

bewegen

c)

waarnemen

d)

uitscheiden

22.

Bij welk antwoord staan 4 levenskenmerken?

Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn

a)

Ademhalen

Rennen

Groeien

Voeden

b)

Uitscheiden

Voortplanten

Waarnemen

Ademhalen

c)

Plassen

Drinken

Proeven

Slapen

d)

Ademhalen

Bewegen

Voeden

Waarnemen

23.

Waar staat een voorbeeld van het levenskenmerk Uitscheiden

a)

ruiken

b)

zweten

c)

drinken

d)

voelen

24.

Kan een plant bewegen?

a)

Ja, een plant beweegt als hij daar zin in heeft

b)

ja, de plant beweegt bijvoorbeeld met de zon mee

c)

nee, het bewegen van een plant is gewoon groeien

d)

nee, de wind doet dat

25.

Een vlieg legt eitjes. Bij welk levenskenmerk hoort dit?

a)

groeien

b)

uitscheiden

c)

voortplanten

d)

bewegen

26.

Een vleermuis hoort een insect. Bij welk levenskenmerk hoort dat?

a)

waarnemen

b)

voortplanten

c)

groeien

d)

bewegen

27.

Horen paddenstoelen bij de organismen?

a)

Ja

b)

nee

28.

Wat is dood?

a)

Iets wat geleefd heeft maar nu niet meer

b)

Iets wat nooit geleefd heeft

29.

Een uitgebloeide bloem is een voorbeeld van:

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

30.

Iets wat levenloos is kan ooit wel geleefd hebben.

a)

Juist

b)

Onjuist