wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voeding en vertering - Macromoleculen en enzymen

Total questions: 32

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Welk enzym vertoont de grootste enzymactiviteit?

a)

X

b)

Y

c)

Z

2.

Vanaf welke temperatuur gaat enzym X denatureren?

a)

0 graden

b)

2 graden

c)

11 graden

d)

23 graden

e)

31 graden

3.

Welk enzym vertoont de grootste activiteit bij 40 graden?

a)

X

b)

Y

c)

Z

4.

Vanaf welke temperatuur zijn alle enzymen Y gedenatureerd?

a)

43 graden

b)

12 graden

c)

30 graden

d)

60 graden

5.

Welk of welke enzymen kunnen worden opgewarmd tot 45 graden, vervolgens worden afgekoeld en werken daarna nog steeds?

a)

X

b)

Y

c)

Z

d)

Y en Z

e)

X, Y en Z

6.

Boven de 32 graden vertoont enzym Y geen activiteit meer.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

De optimimumtemperatuur van enzym Z is 56 graden.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Tussen de 35 en 55 graden gaat enzym Z sneller werken, doordat moleculen sneller botsen bij een hogere temperatuur?

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Enzym X, Y en Z kunnen werkzaam zijn in hetzelfde organisme.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Bij 37 graden zijn er meer enzymen Z dan enzymen Y gedenatureerd.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Bij 20 graden zet elk intact enzym X meer stoffen om dan elk intact enzym van Y.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Enzym X heeft de grootste tolerantie voor temperatuur.

a)

Waar

b)

Nier waar

13.

Enzymen die zetmeel afbreken, noemen we...

a)

lipasen

b)

amylasen

c)

pectinasen

d)

proteasen

14.

Enzymen die eiwitten afbreken, noemen we...

a)

proteasen

b)

lactasen

c)

amylasen

d)

lipasen

15.

Enzymen die vetten afbreken, noemen we...

a)

proteasen

b)

amylasen

c)

lipasen

d)

pectinasen

16.

Melk is nodig om kaas te maken. Om de melk te stremmen (dik en vast maken) wordt er gebruik gemaakt van het enzym...

a)

pectinase

b)

protease

c)

lactase

d)

chymosine

17.

Enzymen zijn...

a)

Koolhydraten

b)

Vetten

c)

Eiwitten

d)

Vezels

18.

Uit welke moleculen is een eiwit opgebouwd?

a)

Vetzuren

b)

Glucose

c)

Aminozuren

d)

Water

19.

Welk klepje sluit je neusholte af?

a)

Huig

b)

Strottenklepje

20.

Kan een enzym vaker dan een keer een voedingsstof afbreken?

a)

Ja

b)

Nee

21.

Welk van de volgende stoffen kan je niet direct opnemen in je maag-darmstelsel?

a)

Water

b)

Vitaminen

c)

Mineralen

d)

Zetmeel

22.

Waardoor is poep bruin?

a)

Door de bacteriën in je darmen

b)

Door afgedankte rode bloedcellen

c)

Doordat alles wat je eet er gemengd bruin uitziet

d)

Door het maagzuur wordt het eten bruin

23.

Welke van de volgende aandoeningen kan voorkomen bij een tekort aan vitamine B2

a)

bloedarmoede

b)

ontstoken ogen

c)

levercirrose

d)

tekort hiervan is zeldzaam

24.

Je kijkt bij de ingrediënten van je favoriete snack en ziet daar E160 staan. Welke additief zit er in je snack? en welke functie heeft deze additief?

a)

azijn(zuur), conserveermiddel

b)

curcumine, kleurstof

c)

carotenoïden, kleurstof

d)

azijn(zuur), zuurteregelaar

e)

carotenoïden, smaakversterker

25.

Welk enzym komt niet uit de alvleesklier?

a)

amylase

b)

tryptase

c)

lipase

d)

isomaltase

e)

peptidase

26.

Van welke verteringssap wordt het minste gemaakt per dag?

a)

gal

b)

maagsap

c)

speeksel

d)

dikkedarmsap

e)

dunnedarmsap

27.

Lactose wordt verteerd door het enzym lactase. Welke twee monosachariden zijn er na de vertering over?

a)

glucose en fructose

b)

glucose en galactose

c)

fructose en galactose

d)

glucose en sacharose

28.

Welke van de volgende koolhydraten is een polysacharide?

a)

ribose

b)

fructose

c)

maltose

d)

chitine

29.

Je bent een nieuw voedingsmiddel aan het creëren en hebt nog een conserveer middel (goedgekeurd door de EU) nodig. Welke stof kun je sowieso niet gebruiken?

a)

zwaveligzuur

b)

melkzuur

c)

koolstofdioxide

d)

sorbinezuur

30.

Welke combinatie van enzymen is nodig voor de vertering van zetmeel?

a)

amylase en glucase

b)

amylase en maltase

c)

maltase en sacharase

d)

amylase en sacharase

e)

sacharase en lactase

31.

Welke organen produceren nucleasen (een enzym dat nucleotiden verteert)?

a)

speekselklier

b)

maag

c)

alvleesklier

d)

dunne darm

e)

dikke darm

32.

Wat moet je eten als je een tekort hebt aan vitamine F?

a)

olijf olie

b)

vette vis

c)

pindakaas

d)

oude kaas

e)

biefstuk