wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1.4 Mengsels en pH

Total questions: 17

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Rook is een mengsel van ..............

a)

een stof in een vloeistof

b)

een vloeistof in een gas

c)

een vaste stof in een gas

d)

een gas in een vloeistof

2.

Schuim is een mengsel van ..............

a)

een stof in een vloeistof

b)

een vloeistof in een gas

c)

een vaste stof in een gas

d)

een gas in een vloeistof

3.

Op de foto zie je een?

a)

Oplossing

b)

Emulsie

c)

Suspensie

4.

Op de foto zie je een?

a)

Oplossing

b)

Emulsie

c)

Suspensie

5.

Welke faseovergang gaat niet van of naar vaste stof?

a)

Smelten

b)

Sublimeren

c)

Stollen

d)

Condenseren

6.
Een oplossing
a)
Is altijd gekleurd
b)
Is soms troebel
c)
Is altijd helder
7.

Wanneer je uitademt tegen eenkoude ruit ontstaan er kleine waterdruppeltjes op het raam. Het water is dus gaan....

a)

verdampen

b)

sublimeren

c)

rijpen

d)

condenseren

8.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Giftig

c)

Bijtend

d)

Gevaarlijk

e)

Gevaarlijk voor de gezondheid op lange termijn

9.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Giftig

c)

Bijtend

d)

Dodelijk

e)

Gevaarlijk voor de gezondheid op lange termijn

10.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Schadelijk

b)

Giftig

c)

Explosiegevaar

d)

Dodelijk

e)

Gevaarlijk voor de gezondheid op lange termijn

11.

Voorzorgsmaatregelen op chemische producten wordt aangeduid met ...

a)

H-zinnen

b)

D-zinnen

c)

P-zinnen

d)

V-zinnen

12.

Gevaaraanduidingen op chemische producten wordt aangeduid met ...

a)

H-zinnen

b)

D-zinnen

c)

P-zinnen

d)

G-zinnen

13.

Bij een glas cola zijn de bubbels...

Duid de juiste fase aan.

a)

vloeistof

b)

vaste stof

c)

gas

14.

Een stof met een pH = 2, is dit een zuur of een base?

a)

zuur

b)

base

15.

Op het moment dat je een natriumhydroxide (basische stof) verdund met water. Wat gebeurd er dan met de pH-waarde van het mengsel.

a)

De pH-waarde daalt

b)

De pH-waarde stijgt

c)

De pH-waarde blijft gelijk

d)

De pH-waarde gaat richting de 4

16.

Lars verdunt een zure oplossing (pH=1) 100x. Wat is de pH van het verdunde mengsel?

a)

2.5

b)
3.0
c)
4.2
d)

7

17.

Laura heeft een oplossing met een pH van 4. Ze wil de pH van deze oplossing veranderen naar 8. Kan ze dit bereiken door de oplossing te verdunnen met zuiver water?

a)
Nee, dat kan ze niet bereiken door te verdunnen met zuiver water.
b)
Ja, door de oplossing te verdunnen met zuiver water kan ze de pH verhogen.