wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

§2.5 bacterie, schimmel en planten

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welk celkenmerk heeft het rijk van de bacteriën wel?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Vacuole

d)

Bladgroenkorrels

2.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

3.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan fotosynthese doen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

4.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

5.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk type cellen is dit?

a)

dieren

b)

planten

c)

schimmels

d)

bacteriën

6.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

ja

b)

nee

7.

Eukaryoten hebben altijd een..

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Nooit een celkern

d)

Soms een celkern en soms niet

8.

Wat is waar over een dier?

Een dier heeft:

a)

geen celwand – wel een celkern –

wel bladgroenkorrels

b)

geen celwand – wel een celkern – geen

bladgroenkorrels

c)

een celwand – wel een celkern –

geen bladgroenkorrels

d)

een celwand – geen celkern –

geen bladgroenkorrels

9.

In welke twee domeinen kun je organisme indelen?

a)

Bacteriën en dieren

b)

Bacteriën en eukaryoten

c)

Bacteriën en meercellige

d)

Schimmels en eukaryoten

10.

Welk onderdeel onderbreekt in de vergelijking?


..... + CO2 + licht = glucose + zuurstof

a)

Water

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

11.

Mitochondrien komen voor in de cellen van ...

a)

planten

b)

dieren

c)

mensen

12.

In welk celorganel vindt verbranding plaats

a)

Bladgroenkorrels

b)

Celkern

c)

Mitochondrien

d)

Celmembraan

13.

A2

Een organisme is ééncellig, bevat geen celwand en is heterotroof. Dit organisme is een

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

ééncellige plant

d)

ééncellig dier

14.

A1

Twee uitspraken:


Uitspraak 1: een bacterie bevat geen organen of orgaanstelsels

Uitspraak 2: een chimpansee is een prokaryoot

a)

Alleen uitspraak 1 is juist

b)

Alleen uitspraak 2 is juist

c)

Beide uitspraken zijn goed

d)

Beide uitspraken zijn fout

15.

A1

Het organisme op de afbeelding doet aan fotosynthese, is ééncellig en bevat een celkern.

Dit organisme is een

a)

dier

b)

plant

c)

bacterie

d)

schimmel

16.

Anorganische stoffen bevatten altijd een koolstofatoom.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Producenten leggen energie vast in organische stoffen, ze zijn [1]. Dit proces heet [2].

a)

[1] Heterotroof

[2] Dissimilatie

b)

[1] Heterotroof

[2] Assimilatie

c)

[1] Autotroof

[2] Dissimilatie

d)

[1] Autotroof

[2] Assimilatie

18.

Wat is de functie van de celwand in plantencellen?

a)

Bescherming

b)

Voeding

c)

Beweging

d)

Ademhaling

19.

Welke van de volgende organismen is een eukaryoot?

a)

Bacterie

b)

Schimmel

c)

Virus

d)

Alle bovenstaande