Worksheets3T&C taallab 2
Total questions: 15
Worksheet time: 16mins
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
De leeuwin ONTBLOTEN haar tanden.
Ontblootte
Ontbloote
Ontblotte
Ontblote
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
Hij heeft het goede nieuws aan zijn moeder MELDEN
(a)
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
De geduldige jagers BESPIEDEN hun prooi.
(a)
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
Mijn zussen hebben mijn studiekeuze BEÏNVLOEDEN.
Beïnvloed
Beïnvloedt
Beïnvloet
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
Waar zijn we nu BELANDEN?
Beland
Belandt
Belant
Belandde
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
De stewardess heeft oma naar de uitgang BEGELEIDEN, omdat ze slecht ter been is.
(a)
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
Het feest is CANCELEN door het slechte weer.
(a)
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
Hun vriendschap STRANDEN door de vele meningsverschillen.
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
BESTEDEN je veel tijd aan die opdracht?
Besteedt
Besteedde
Besteede
Besteed
Heb je je adres in de brief VERMELDEN?
Vermeld
Vermeldt
Vermelt
Vermeldde
De leerkracht ZUCHTEN toen de leerlingen niet zwegen.
Zuchtte
Zuchte
Zuchten
Gezucht
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
In een mum van tijd was het prachtige huis AFBRANDEN.
(a)
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
RADEN de kinderen het juiste antwoord.
(a)
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
Wie LEIDEN de groep rond in het museum.
Leidde
Leide
Leidt
Schrijf de persoonsvorm in de verleden tijd of als voltooid deelwoord.
Papa heeft op zijn nieuwe hemd MORSEN tijdens het eten.
