wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bijvoeglijke naamwoorden

Total questions: 35

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Schrijf de bijvoeglijke naamwoorden op.

Mijn tante gaf ons een mooi en zelfgemaakt boekje.

(a)  

2.

Schrijf de bijvoeglijke naamwoorden op.

Het bevat een verzameling grappige en verbazende familieleden.

(a)  

3.

Schrijf de bijvoeglijke naamwoorden op.

Mijn tante was altijd een goede en aandachtige luisteraar.

(a)  

4.

Schrijf de bijvoeglijke naamwoorden op.

Ze was op de bijeenkomsten: vrolijke en droevige.

(a)  

5.

Schrijf de bijvoeglijke naamwoorden op.

Ze heeft een vlotte, leuke schrijfstijl.

(a)  

6.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


De rode auto reed langs de school.

a)

De

b)

rode

c)

auto

d)

school

7.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


Het Zone College is de gezelligste school van Enschede.

a)

Het

b)

Zone College

c)

gezelligste

d)

Enschede

8.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


In de kantine kan je de lekkerste broodjes krijgen.

a)

kantine

b)

kan

c)

lekkerste

d)

krijgen

9.

Zoek de bijvoeglijk naamwoord(en) in de volgende zin.

De kleinste klas hangt vol met grote posters.

a)

kleinste

b)

hangt

c)

met

d)

grote

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

10.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


De houten picknicktafels staan er al jaren.

a)

houten

b)

picknicktafels

c)

staan

d)

jaren

11.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


DJ Martin Garrix is de beste DJ van Nederland.

a)

Martin Garrix

b)

is

c)

beste

d)

Nederland

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

12.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


Hij verdient veel geld met het maken en draaien van muziek.

a)

Hij

b)

verdient

c)

veel

d)

muziek

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

13.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


In het kleine lokaal hangt een grote poster van Martin Garrix.

a)

kleine

b)

lokaal

c)

grote

d)

poster

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

14.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


De Duitse man woonde in het zonnige Spanje.

a)

De

b)

Duitse

c)

man

d)

zonnige

e)

Spanje

15.

Zoek bijvoeglijk naamwoord(en) in de volgende zin.


Onder de brug ligt een geheime schat

a)

Onder

b)

brug

c)

ligt

d)

geheime

e)

schat

16.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


Iedereen houdt van ijs, behalve mijn kleine zusje.

a)

Iedereen

b)

houdt

c)

ijs

d)

kleine

e)

Er staat geen bijvoeglijk naamwoord in

17.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


In de zee zwemmen veel vissen.

a)

de

b)

zee

c)

veel

d)

vissen

e)

Er staat geen bijvoeglijk naamwoord in

18.

Zoek: bijvoeglijk naamwoorden


De vragen staan in het boek.

a)

vragen

b)

staan

c)

het

d)

boek

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

19.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin?


Zijn blauwe ogen schitteren in het licht.

(a)  

20.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin?


Geef jij me de pittige mosterd even aan?

(a)  

21.
Het snelle konijn werd niet gevangen.
a)
snelle
b)
konijn
c)
werd
d)
gevangen
22.
Daarom wil ik het tamme konijn kopen.
a)
wil
b)
ik
c)
tamme
d)
konijn
23.
Dat is een knappe vrouw.
a)
dat
b)
is
c)
knappe
d)
vrouw
24.
Hij heeft een grote vis gevangen.
a)
heeft
b)
grote
c)
vis
d)
gevangen
25.
Roze koeken vind ik lekker.
a)
roze
b)
koeken
c)
vind
d)
lekker
26.
Zijn grijze haar had krullen.
a)
zijn
b)
grijze
c)
haar
d)
krullen
27.
Het nieuwe tijdschrift kwam uit.
a)
het
b)
tijdschrift
c)
nieuwe
d)
kwam
28.
Dat ijzeren beeldje vind ik mooi.
a)
dat
b)
ijzeren
c)
beeldje
d)
mooi
29.
Nu zit jij met de gebakken peren.
a)
zit
b)
jij
c)
peren
d)
gebakken
30.
Dat was een moeilijke tijd.
a)
dat
b)
was
c)
moeilijke
d)
tijd
31.
Het glazen schoentje paste om de voet.
a)
glazen
b)
schoentje
c)
paste
d)
voet
32.
Dat was een oude vrouw.
a)
was
b)
een
c)
oude
d)
vrouw
33.
Messi is een geweldige voetballer.
a)
Messi
b)
een
c)
geweldige
d)
voetballer
34.
Ga linksaf bij die oude toren.
a)
linksaf
b)
bij
c)
oude
d)
toren
35.
Jullie zijn super leerlingen!
a)

jullie

b)
zijn
c)
super
d)
leerlingen