Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Biologie Quiz

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de vier rijken waarin organismen worden ingedeeld?

a)

Planten, dieren, mensen en insecten

b)

Planten, dieren, schimmels en bacteriën

c)

Insecten, planten, vissen en vogels

d)

Mensen, schimmels, dieren en planten

2.

Welke van de volgende organismen behoren tot het rijk van de schimmels?

a)

Bomen

b)

Bacteriën

c)

Paddenstoelen

d)

Insecten

3.

Wat is een belangrijk verschil tussen een plantencel en een dierlijke cel?

a)

Een plantencel heeft geen celwand, een dierlijke cel wel

b)

Een dierlijke cel heeft een bladgroenkorrel, een plantencel niet

c)

Een plantencel heeft een celwand, een dierlijke cel niet

d)

Een dierlijke cel heeft een grote vacuole, een plantencel niet

4.

Welk onderdeel komt alleen voor in plantencellen en niet in dierlijke cellen?

a)

Celkern

b)

Bladgroenkorrels

c)

Celmembraan

d)

Cytoplasma

5.

Wat is het belangrijkste verschil tussen planten en dieren?

a)

Planten kunnen hun eigen voedsel maken, dieren niet

b)

Dieren hebben bladgroenkorrels, planten niet

c)

Dieren hebben een celwand, planten niet

d)

Planten hebben geen cellen, dieren wel

6.

In welk rijk hoort een organisme dat zelf voedsel maakt door middel van fotosynthese?

a)

Het dierenrijk

b)

Het schimmelrijk

c)

Het bacterierijk

d)

Het plantenrijk

7.

Welk celonderdeel zorgt ervoor dat een plantencel steviger is dan een dierlijke cel?

a)

De celkern

b)

Het celmembraan

c)

De vacuole

d)

De celwand

8.

Welke van de volgende beweringen is juist?

a)

Dierlijke cellen hebben bladgroenkorrels om energie op te slaan

b)

Plantencellen hebben geen celkern

c)

Dierlijke cellen hebben geen celwand

d)

Dierlijke cellen kunnen hun eigen voedsel maken door fotosynthese

9.

Waarvoor zijn bladgroenkorrels in planten belangrijk?

a)

Voor het opslaan van water

b)

Voor de fotosynthese, zodat de plant zijn eigen voedsel kan maken

c)

Voor het beschermen van de celkern

d)

Voor het afbreken van schadelijke stoffen

10.

Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

cel - organisme - orgaan - orgaanstelsel

b)

organisme - orgaan - cel - weefsel

c)

cel - weefsel - orgaan - orgaanstelsel - organisme

d)

Orgaan - orgaanstelsel - organisme - weefsel

11.

Dit onderdeel van de plant zorgt voor voortplanting:

a)

Wortels

b)

Stengel

c)

Bladeren

d)

Bloemen

12.

Welk plantenonderdeel wordt aangegeven met 4?

a)

Bloem

b)

Wortel

c)

Stengel

d)

Blad

13.

Welk planten onderdeel wordt aangegeven met 3?

a)

Stengel

b)

Wortel

c)

Bloem

d)

Blad

14.

Welk onderdeel van de plantencel wordt aangegeven met 5?

a)

Cytoplasma

b)

Celwand

c)

Bladgroenkorrel

d)

Celkern