Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

PAV 5 - Thema 1 - Wetenschappen - Factor 20 of factor 50?

Total questions: 17

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Welke huidtypes hebben een verlaagde kans op verbranding?

a)

huidtypes met een hoge uv-resistentie

b)

huidtypes met een lage uv-resistentie

2.

Wat betekent SPF in zonnecrèmes?

(a)  

3.

Welke factor wordt aanbevolen voor mensen met een lichte huid en een hoge uv-gevoeligheid?

a)

SPF 15

b)

SPF 30

c)

SPF 50

4.

Welke stelling over waterproof zonnecrème is correct?

a)

Het blijft de hele dag werken, zelfs in water.

b)

Na enige tijd in het water moet je het opnieuw aanbrengen.

5.

Vul aan: Een hormoon dat door de huid wordt aangemaakt om bescherming te bieden tegen uv-straling is ...

(a)  

6.

Tegen welk soort straling beschermt zonnecrème ons?

a)

Röntgenstraling

b)

UV-straling

c)

Infraroodstraling

d)

Microgolven

7.

Waarom is aftersun nuttig na het zonnen?

a)

Het helpt de huid te koelen en te hydrateren na blootstelling aan de zon.

b)

Het biedt extra uv-bescherming na het zonnen.

c)

Alle antwoorden zijn correct.

8.

Wat betekent een lage uv-resistentie voor de huid?

a)

meer kans op verbranding

b)

minder kans op verbranding

9.

Welke huidtypes hebben een verhoogde kans op huidkanker?

a)

huidtypes met een lage uv-gevoeligheid

b)

huidtypes met een hoge uv-gevoeligheid

10.

Welke van de volgende factoren beïnvloeden de keuze van SPF in zonnecrème?

a)

de tijd die je in de zon doorbrent

b)

de gevoeligheid van je huid voor zonlicht

c)

beide antwoorden zijn correct

11.

Welk advies geef je aan iemand die van plan is om langdurig in de zon te zijn, zonder toegang tot schaduw?

a)

Breng elke vier uur zonnecrème aan.

b)

Breng elke twee uur zonnecrème aan en kies een hoge SPF.

12.

Waarom is een hogere SPF beter voor huidtypes met een lage melanineproductie?

a)

Ze bieden een langere bescherming tegen zonnebrand.

b)

Ze maken de huid bruiner zonder verbranding.

13.

Duid de juiste stelling aan.

a)

UV-A straling dringt dieper door in de huid dan UV-B straling.

b)

UV-B straling dringt dieper door in de huid dan UV-A straling.

14.

Wat is het belangrijkste gevolg van UV-B straling op de huid?

a)

Het veroorzaakt vooral huidveroudering.

b)

Het veroorzaakt vooral zonnebrand.

15.

Welke straling speelt de grootste rol in huidveroudering?

a)

UV-A straling

b)

UV-B straling

16.

Duid de juiste stelling aan.

a)

UV-A straling wordt volledig geblokkeerd door zonnecrème, UV-B straling niet.

b)

UV-B straling wordt volledig geblokkeerd door zonnecrème, UV-A straling niet.

c)

Zonnecrème moet zowel tegen UV-A als UV-B beschermen voor een optimale bescherming.

17.

Duid de juiste stelling aan.

a)

Zowel UV-A als UV-B straling kunnen bijdragen aan het risico op huidkanker.

b)

Alleen UV-B straling verhoogt het risico op huidkanker.