Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

h8.1 en 8.2

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Het skelet is een voorbeeld van een .........

a)

orgaan

b)
weefsel
c)

orgaanstelsel

d)
organisme
2.

Je hart hoort bij het .........

a)

bloedvatenstelsel

b)

beenderstelsel

c)

ademhalingsstelsel

d)

spierstelsel

3.

Met je ........... maak je voedsel klein.

a)

verteringsstelsel

b)

spierstelsel

c)

zenuwstelsel

d)

bloedvatenstelsel

4.

Bij welk orgaanstelsel hoort het volgende:

Benen ronddraaien.

a)

verteringsstelsel

b)

sperstelsel

c)

ademhalingsstelsel

d)

zenuwstelsel

5.

Bij welk orgaanstelsel hoort het volgende:

Hijgen

a)

Verteringssysteem

b)
Zenuwstelsel
c)

Bloedvatenstelsel

d)
Ademhalingssysteem
6.

Bij welk orgaanstelsel hoort het volgende:

eten verteren

a)

verteringsstelsel

b)
ademhalingsstelsel
c)
bloedvatenstelsel
d)
spierstelsel
7.

Bij welk orgaanstelsel hoort het volgende:

bloed rondpompen.

a)
ademhalingsstelsel
b)

bloedvatenstelsel

c)

verteringsstelsel

d)
uitscheidingsstelsel
8.

Bij welk orgaanstelsel hoort het volgende:

bewegingen op elkaar afstemmen.

a)
Ademhalingsstelsel
b)

verteringsstelsel

c)
Bloedvatenstelsel
d)
Zenuwstelsel
9.

Welke 2 stoffen hebben spieren nodig om te kunnen samentrekken? (bewegen)

a)

Glucose en zuurstof

b)

koolstofdioxide en water

c)

Glucose en koolstofdioxide

d)

Zuurstof en water

10.

Welk orgaanstelsel zorgt ervoor dat de voedingsstoffen bij de cellen komen en de afvalstoffen worden weg gehaald bij de cellen?

a)

Verteringsstelsel

b)
Zenuwstelsel
c)
Ademhalingsstelsel
d)

Bloedvatenstelsel

11.

Welk orgaanstelsel zorgt ervoor dat de voedingsstof glucose wordt opgenomen in het bloed?

a)

Verteringsstelsel

b)
Zenuwstelsel
c)
Ademhalingsstelsel
d)

Bloedvatenstelsel

12.

Welk orgaanstelsel zorgt ervoor dat zuurstof wordt opgenomen in het bloed?

a)

Verteringsstelsel

b)
Zenuwstelsel
c)
Ademhalingsstelsel
d)

Bloedvatenstelsel

13.

Welk orgaanstelsel zorgt ervoor dat koolstofdioxide wordt afgegeven aan de lucht?

a)

Verteringsstelsel

b)
Zenuwstelsel
c)
Ademhalingsstelsel
d)

Bloedvatenstelsel

14.

Kies de juiste volgorde voor het inademen. (borstademhaling)

a)

Borstkas gaat omhoog en naar voren, de borstholte wordt groter en de longen worden groter.

b)

Borstkas gaat omhoog en naar voren, de longen worden groter en de borstholte wordt groter.

c)

De longen worden groter, de borstholte wordt groter en de borstkas gaat omhoog en naar voren.

15.

Welke stoffen adem je uit?

a)

Koolstofdioxide en waterdamp.

b)

Stikstof en methaan.

c)

Zuurstof en stikstof.

d)

Waterdamp en methaan.

16.

Als je door je .... ademt dan wordt de lucht warmer.

a)
neus
b)
mond
17.

Je .... houdt stof tegen.

a)

neusharen

b)

reukzintuig

c)

amandelen

18.

Als je door je .... ademt, wordt de lucht vochtiger.

a)
neus
b)
mond
c)

huid