wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 5 Waarneming en Gedrag MH1

Total questions: 52

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Een orgaan dat reageert op prikkels is een ...

(a)  

2.

Een invloed uit de omgeving op een organisme is een ...

(a)  

3.

Zintuigencellen vangen .... op?

a)

prikkels

b)

impulsen

4.

In zintuigcellen ontstaat ...?

a)

prikkels

b)

impulsen

5.

Wat is een ander woord voor het elektrische signaal (seintje)?

(a)  

6.

Welke orgaan verwerken de impulsen?

a)

Zintuigen

b)

Zintuigcellen

c)

Hersenen

7.

Welke prikkel hoort bij het gezichtszintuig in de ogen?

a)

Zwaartekracht

b)

Smaak

c)

Licht

d)

Geluid

8.

Welke prikkel hoort bij het evenwichtszintuig in de oren?

a)

Zwaartekracht

b)

Smaak

c)

Licht

d)

Geluid

9.

Welke prikkel hoort bij het drukzintuig in de huid ?

a)

Smaak

b)

Licht

c)

Geluid

d)

Druk

10.

Uit welke twee lagen bestaat de opperhuid?

a)

Hoornlaag

b)

Kiemlaag

c)

Lederhuid

d)

Onderhuidse bindweefsel

11.

De ... in de huid beschermt een organisme tegen beschadiging, uitdroging en ziekteverwekkers.

(a)  

12.

De ... in de huid deelt zich voortdurend waardoor de hoornlaag aangevuld wordt.

(a)  

13.

Vet ligt opgeslagen in het onderhuidse bindweefsel. Geef de functies van vet.

a)

Bescherming tegen ziekteverwekkers

b)

Isoleren (warmte vasthouden)

c)

Reservevoedsel

d)

Bescherming tegen uitdroging

14.

Een brandwond kan ontstaan door beschadiging van de huid door ..., ... of ...

a)

warmte

b)

chemische stof

c)

elektriciteit

d)

een snijwond

15.

De ... vertalen het patroon van impulsen naar een geur.

(a)  

16.

Verschillende typen reukzintuigen zijn gevoelig voor verschillende geurstoffen.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Het proeven van alle smaken (naast zoet, zuur, zout, bitter en umami) komt tot stand doordat het reukzintuig ook geuren waarneemt.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

In de smaakknopjes liggen de reukzintuigcellen

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Welke onderdeel van het oor vangt geluiden op?

a)

Gehoorgang

b)

Trommelvlies

c)

Gehoorzenuw

d)

Oorschelp

20.

Welke onderdeel van het oor geleidt geluiden naar het trommelvlies?

a)

Gehoorgang

b)

Trommelvlies

c)

Gehoorzenuw

d)

Oorschelp

21.

Welke onderdeel van het oor bevat een vloeistof en zintuigcellen?

a)

Gehoorgang

b)

Slakkenhuis

c)

Gehoorzenuw

d)

Oorschelp

22.

Welke onderdeel van het oor geleidt impulsen naar de hersenen?

a)

Gehoorgang

b)

Slakkenhuis

c)

Gehoorzenuw

d)

Oorschelp

23.

Het trommelvlies wordt in trilling gebracht door geluiden.

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Bij slikken of gapen gaat de buis van Eustachius dicht, waardoor de luchtdruk aan beide zijden aan het trommelvlies weer gelijk worden.

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

Welk onderdeel rondom het oog zorgt ervoor dat zweet langs de ogen loopt en niet erin?

a)

Wimpers

b)

Wenkbrauwen

c)

Traanklieren

d)

Traanbuis

26.

Welk onderdeel rondom het oog produceert traanvocht?

a)

Wimpers

b)

Wenkbrauwen

c)

Traanklieren

d)

Traanbuis

27.

Welk onderdeel rondom het oog voert het traanvocht af via de neusholte?

a)

Wimpers

b)

Wenkbrauwen

c)

Traanklieren

d)

Traanbuis

28.

... draaien het oog in de gewenste richting.

(a)  

29.

... bevat veel bloedvaten en zorgt voor voeding van een groot deel van het oog.

(a)  

30.

De opening in de iris is de ...

(a)  

31.

De ... is de plaats in het centrum van het netvlies, hierin zitten de zintuigcellen en is het beeld het scherpst.

(a)  

32.

Als er fel licht in het oog schijnt, wordt de pupil groter.

a)

Juist

b)

Onjuist

33.

De pupilreflex beschermt de zintuigcellen in het netvlies tegen te fel licht.

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

Als je bijziend bent, dan kan je alleen dichtbij scherp zien en komt het beeld voor het netvlies terecht.

a)

Juist

b)

Onjuist

35.

Het zenuwstelsel bestaat uit ...?

a)

hersenen

b)

ruggenmerg

c)

zenuwen

d)

pijnpunten

36.

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit ...?

a)

hersenen

b)

ruggenmerg

c)

zenuwen

d)

pijnpunten

37.

Een functie van het zenuwstelsel is het verwerken van prikkels.

a)

Juist

b)

Onjuist

38.

Een functie van het zenuwstelsel is het regelen van de werking van spieren en klieren.

a)

Juist

b)

Onjuist

39.

Een ... is een orgaan dat bepaalde stoffen produceert.

(a)  

40.

Een .. is een bundel uitlopers van zenuwcellen, omgeven door een stevige en beschermende laag.

(a)  

41.

Een zenuwcel bestaat uit ...?

a)

cellichaam met celkern

b)

uitlopers

c)

pijnpunten

d)

zenuwen

42.

Alles wat een mens of dier doet, is ...?

(a)  

43.

Handelingen die elkaar in een vaste volgorde opvolgen, waarbij het effect van de ene handeling leidt tot een volgende handeling, is een ...?

(a)  

44.

Een reactie op een prikkel noem je een ...?

a)

respons

b)

inwendige prikkel

c)

uitwendige prikkel

d)

motivatie

45.

De bereidheid te reageren op prikkels, noem je een ...?

a)

respons

b)

inwendige prikkel

c)

uitwendige prikkel

d)

motivatie

46.

Een uitwendige prikkel is een prikkel die in het lichaam ontstaan, bijv. honger.

a)

Juist

b)

Onjuist

47.

Gedrag wordt voor een deel bepaald door erfelijke factoren en is voor een deel aangeleerd.

a)

Juist

b)

Onjuist

48.

Gedrag van soortgenoten ten opzichte van elkaar, noem je ...?

(a)  

49.

Waarden zijn dingen die mensen belangrijk vinden in het leven.

Wat zijn voorbeelden van waarden?

a)

Eerlijkheid

b)

Gelijkheid

c)

Je moet je kinderen op een zachte manier opvoeden.

d)

Niemand mag door rood rijden in het verkeer

50.

Normen zijn gedragsregels op basis van waarden.

Wat zijn voorbeelden van normen?

a)

Eerlijkheid

b)

Gelijkheid

c)

Je moet je kinderen op een zachte manier opvoeden.

d)

Niemand mag door rood rijden in het verkeer

51.

Wat je denkt dat het gedrag betekent is een ...

a)

observatie van gedrag

b)

interpretatie van gedrag

52.

Het gedrag dat je feitelijk waarneem is een ...

a)

observatie van gedrag

b)

interpretatie van gedrag