wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Evolutie en Genetica Quiz

Total questions: 47

Worksheet time: 54mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het proces van veranderingen in de erfelijke eigenschappen van een populatie over generaties heen?

a)

Evolutie

b)

Soortvorming

c)

Natuurlijke selectie

d)

Genetische isolatie

2.

Wat is het proces waarbij nieuwe soorten ontstaan, vaak door isolatie en genetische veranderingen?

a)

Evolutie

b)

Soortvorming

c)

Natuurlijke selectie

d)

Genetische isolatie

3.

Wat is het proces waarbij individuen met gunstige eigenschappen meer kans hebben om te overleven en zich voort te planten?

a)

Evolutie

b)

Soortvorming

c)

Natuurlijke selectie

d)

Genetische isolatie

4.

Wat gebeurt er wanneer groepen van een soort gescheiden raken, waardoor ze niet meer met elkaar kunnen kruisen?

a)

Genetische isolatie

b)

Mutatie

c)

Adaptatie

d)

Micro-evolutie

5.

Wat zijn willekeurige veranderingen in het DNA die kunnen leiden tot nieuwe variëteiten binnen een populatie?

a)

Genetische isolatie

b)

Mutatie

c)

Adaptatie

d)

Micro-evolutie

6.

Wat is een eigenschap of gedraging die de overlevingskansen van een organisme in zijn omgeving vergroot?

a)

Genetische isolatie

b)

Mutatie

c)

Adaptatie

d)

Micro-evolutie

7.

Wat zijn kleine, geleidelijke veranderingen binnen een populatie?

a)

Genetische isolatie

b)

Mutatie

c)

Adaptatie

d)

Micro-evolutie

8.

Wat zijn willekeurige veranderingen in de genetische samenstelling van een populatie?

a)

Genetische drift

b)

Founder effect

c)

Bottleneck effect

d)

Gene flow

9.

Wat gebeurt er wanneer een nieuwe populatie wordt gesticht door een kleine groep individuen?

a)

Genetische drift

b)

Founder effect

c)

Bottleneck effect

d)

Gene flow

10.

Wat gebeurt er wanneer een populatie drastisch wordt verminderd door een ramp?

a)

Genetische drift

b)

Founder effect

c)

Bottleneck effect

d)

Gene flow

11.

Wat is het proces waarbij allelen zich tussen populaties verspreiden door de migratie van individuen?

a)

Genetische drift

b)

Founder effect

c)

Bottleneck effect

d)

Gene flow

12.

Wat is de theorie die stelt dat genotypen in een populatie in balans blijven?

a)

Hardy-Weinberg evenwicht

b)

Macroevolutie

c)

Resistentie

d)

Geografische isolatie

13.

Wat is de grootschalige evolutie over lange tijdsperioden?

a)

Hardy-Weinberg evenwicht

b)

Macroevolutie

c)

Resistentie

d)

Geografische isolatie

14.

Wat is het vermogen van organismen om te overleven ondanks blootstelling aan schadelijke stoffen?

a)

Hardy-Weinberg evenwicht

b)

Macroevolutie

c)

Resistentie

d)

Geografische isolatie

15.

Wat gebeurt er wanneer fysieke barrières ervoor zorgen dat populaties gescheiden raken?

a)

Hardy-Weinberg evenwicht

b)

Macroevolutie

c)

Resistentie

d)

Geografische isolatie

16.

Wat is het proces waarbij organismen resistentie ontwikkelen tegen antibiotica?

4 lines
17.

Wat gebeurt er bij geografische isolatie?

a)

Populaties kunnen zich niet voortplanten

b)

Populaties ontwikkelen zich tot verschillende soorten

18.

Hoe beïnvloedt klimatologische verandering de evolutie?

a)

Verandert de selectiedruk

b)

Dieren met dikkere vacht overleven beter in koudere klimaten

19.

Wat is seksuele selectie?

4 lines
20.

Wat is allopatrische soortvorming?

4 lines
21.

Wat is sympatrische soortvorming?

4 lines
22.

Wat is adaptatie?

4 lines
23.

Wat is een aeroob proces?

4 lines
24.

Wat is een anaeroob proces?

4 lines
25.

Wat zijn analoge organen?

4 lines
26.

Wat is biogenese?

4 lines
27.

Wat is cellulose?

4 lines
28.

Wat is chitine?

4 lines
29.

Wat is een clade?

4 lines
30.

Wat is een clade?

a)

Een groep van organismen die een gemeenschappelijke voorouder delen en al zijn nakomelingen.

b)

Een netwerk van membranen in de cel.

c)

Een extern skelet dat het lichaam van een organisme ondersteunt.

31.

Wat is conjugatie?

a)

Het proces waarbij bacteriën DNA uitwisselen door direct contact.

b)

Het proces waarbij DNA zich kopieert voor celdeling.

c)

Een beschermend kapsel rondom een bacterie.

32.

Wat is een cyste?

a)

Een beschermend kapsel rondom een bacterie of schimmel dat helpt overleven onder extreme omstandigheden.

b)

Een netwerk van membranen in de cel.

c)

Een groep van organismen.

33.

Wat is DNA-replicatie?

a)

Het proces waarbij DNA zich kopieert voor celdeling.

b)

Het proces waarbij bacteriën DNA uitwisselen.

c)

Een extern skelet.

34.

Wat is een domein in de biologie?

a)

Het hoogste taxonomische niveau waarin alle organismen worden ingedeeld.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een netwerk van membranen.

35.

Wat is het endoplasmatisch reticulum?

a)

Een netwerk van membranen in de cel dat betrokken is bij het transport van eiwitten en lipiden.

b)

Een extern skelet.

c)

Een groep van organismen.

36.

Wat is een endoskelet?

a)

Een intern skelet dat de structuur van een organisme ondersteunt.

b)

Een extern skelet.

c)

Een groep van organismen.

37.

Wat stelt de endosymbiosetheorie voor?

a)

Dat mitochondriën en chloroplasten oorspronkelijk vrije prokaryoten waren die een symbiotische relatie aangingen.

b)

Dat alle organismen in drie domeinen zijn ingedeeld.

c)

Dat bacteriën DNA uitwisselen.

38.

Wat is een eukaryoot?

a)

Organisme waarvan het DNA in de celkern ligt en dat organellen bevat.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een extern skelet.

39.

Wat is een exoskelet?

a)

Een extern skelet dat het lichaam van een organisme ondersteunt en beschermt.

b)

Een intern skelet.

c)

Een groep van organismen.

40.

Wat is extinctie?

a)

Het verdwijnen van een soort uit de aarde.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een netwerk van membranen.

41.

Wat is fitness in de biologie?

a)

De mate waarin een individu bijdraagt aan de genenpool van de volgende generatie.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een extern skelet.

42.

Wat is een fossiel?

a)

Een overblijfsel of afdruk van een organismen uit het verleden.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een netwerk van membranen.

43.

Wat is gene flow?

a)

Het proces waarbij genen tussen verschillende populaties van dezelfde soort uitgewisseld worden.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een extern skelet.

44.

Wat is een genotype?

a)

De genetische samenstelling van een individu.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een extern skelet.

45.

Wat is een genenpool?

a)

De totale verzameling van alle allelen in een populatie.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een extern skelet.

46.

Wat is genetic drift?

a)

Veranderingen in allelenfrequenties in een populatie door toevallige gebeurtenissen.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een extern skelet.

47.

Wat zijn homologe organen?

a)

Organen die een gemeenschappelijke evolutie-achtergrond hebben, vaak met verschillende functies.

b)

Een groep van organismen.

c)

Een extern skelet.