Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

AA 2A - Herhalingsquiz trimester 1

Total questions: 35

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welke landschapsvormende laag/lagen zie je op deze foto?

a)

natuurlijke vegetatie

b)

water

c)

bodem

d)

reliëf

2.

Welke landschapsvormende laag/lagen zie je op deze foto?

a)

industrie

b)

water

c)

ondergrond

d)

infrastructuur

3.

Welke landschapsvormende laag/lagen zie je op deze foto?

a)

industrie

b)

ontginning

c)

ondergrond

d)

infrastructuur

4.

Welke landschapsvormende laag/lagen zie je op deze foto?

a)

bebouwing om te wonen

b)

landbouw

c)

klimaat

d)

infrastructuur

5.

Welke landschapsvormende laag/lagen zie je op deze foto?

a)

bebouwing om te wonen

b)

landbouw

c)

klimaat

d)

bodem

6.

Welke landschapsvormende laag/lagen zie je op deze foto?

a)

water

b)

natuurlijke plantengroei

c)

klimaat

d)

reliëf

7.

Welke landschapsvormende laag/lagen zie je op deze foto?

a)

water

b)

recreatie en toerisme

c)

bebouwing om te wonen

d)

bodem

8.

Welke soort relatie wordt er hier besproken?

Het pretpark en het water.

a)

Horizontaal

b)

Verticaal

9.

Welke soort relatie wordt er hier besproken?

De akker en de bodem.

a)

Horizontaal

b)

Verticaal

10.

Welke soort relatie wordt er hier besproken?

De brug en de stad.

a)

Horizontaal

b)

Verticaal

11.

Welk soort gewas zijn bieten?

a)

voedselgewas

b)

voedergewas

c)

nijverheidsgewas

12.

Welk soort gewas zijn aardappelen?

a)

voedselgewas

b)

voedergewas

c)

nijverheidsgewas

13.

Welk soort gewas is vlas?

a)

voedselgewas

b)

voedergewas

c)

nijverheidsgewas

14.

Welk type landbouw zie je hier?

a)

akkerbouw

b)

veeteelt

c)

tuinbouw

d)

gemengde landbouw

15.

Welk type landbouw zie je hier?

a)

akkerbouw

b)

veeteelt

c)

tuinbouw

d)

gemengde landbouw

16.

Welk type landbouw zie je hier?

a)

akkerbouw

b)

veeteelt

c)

tuinbouw

d)

gemengde landbouw

17.

Welke soort veeteelt is dit?

a)

grondgebonden

b)

niet grondgebonden

18.

Welke vorm van ontginning werd gebruikt voor:

zand

a)

landbouwproduct

b)

delfstof

c)

product uit bosbouw

19.

Welke vorm van ontginning werd gebruikt voor:

cacaoboon

a)

landbouwproduct

b)

delfstof

c)

product uit bosbouw

20.

Welke vorm van ontginning werd gebruikt voor:

graan

a)

landbouwproduct

b)

delfstof

c)

product uit bosbouw

21.

Welke soort infrastructuur zie je hier?

a)

transportinfrastructruur

b)

energie-infrastructuur

22.

Welke soort infrastructuur zie je hier?

a)

transportinfrastructruur

b)

energie-infrastructuur

23.

Welke soort infrastructuur zie je hier?

a)

transportinfrastructruur

b)

energie-infrastructuur

24.

Welke soort infrastructuur zie je hier?

a)

transportinfrastructruur

b)

energie-infrastructuur

25.

Welke begrippen kan je bij deze foto plakken?

a)

gesloten bebouwing

b)

open bebouwing

c)

halfopen bebouwing

d)

laagbouw

e)

hoogbouw

26.

Welke begrippen kan je bij deze foto plakken?

a)

gesloten bebouwing

b)

open bebouwing

c)

halfopen bebouwing

d)

laagbouw

e)

hoogbouw

27.

Welke begrippen kan je bij deze foto plakken?

a)

gesloten bebouwing

b)

open bebouwing

c)

halfopen bebouwing

d)

laagbouw

e)

hoogbouw

28.

Welke begrippen kan je bij deze foto plakken?

a)

geconcentreerde bebouwing

b)

bebouwde kern

c)

verspreide bebouwing

d)

aaneengesloten bebouwing

29.

Welke begrippen kan je bij deze foto plakken?

a)

geconcentreerde bebouwing

b)

bebouwde kern

c)

verspreide bebouwing

d)

aaneengesloten bebouwing

30.

Over wat gaat dit voorbeeld?

Donald en Kamala gaan samen een weekje weg naar Australië. Daar gaan ze de prachtige natuur ontdekken.

a)

toerisme

b)

recreatie

31.

Over wat gaat dit voorbeeld?

Vladimir is een fervent sporter. Hij gaat naar de fitness die een paar straten verder is.

a)

toerisme

b)

recreatie

32.

Juist of fout?

De akkers zijn nu groter dan vroeger, omdat er nu meer machines zijn.

a)

juist

b)

fout

33.

Juist of fout?

Nieuwe industrie staat tussen de huizen.

a)

juist

b)

fout

34.

Juist of fout?

Er zijn nooit conflicten tussen de verschillende landgebruiken.

a)

juist

b)

fout

35.

Juist of fout?

Massatoerisme heeft als nadeel dat veel verkeersproblemen zijn.

a)

juist

b)

fout