Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 4 Ordening

Total questions: 54

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

In een tijdbalk kun je aflezen wanneer bepaalde groepen organismen zijn ontstaan.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

4600 miljoen jaar geleden ontstonden de eerste bacteriën.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Er kwamen eerst planten en daarna dieren aan land.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

65 miljoen jaar geleden zijn de dinosauriërs uitgestorven.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Welke groepen dieren zijn uitgestorven 65 miljoen jaar geleden?

a)

Trilobieten

b)

Ammonieten

c)

Dinosauriërs

6.

Soorten vertonen verwantschap als ze een ... hebben.

(a)  

7.

Welke twee hoofdgroepen zijn er?

a)

Prokaryoten

b)

Dieren

c)

Eukaryoten

d)

Planten

e)

Bacteriën

8.

Prokaryoten hebben een celkern.

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Planten, schimmels en dieren vallen onder de hoofdgroep:

(a)  

10.

Welke celkenmerken hebben bacteriën?

a)

Eencellig

b)

Eencellig / meercellig

c)

Celkern

d)

Celwand

e)

Bladgroenkorrels

11.

Welke celkenmerken hebben planten?

a)

Eencellig

b)

Eencellig / meercellig

c)

Celkern

d)

Celwand

e)

Bladgroenkorrels

12.

Welke celkenmerken hebben schimmels?

a)

Eencellig

b)

Eencellig / meercellig

c)

Celkern

d)

Celwand

e)

Bladgroenkorrels

13.

Welke celkenmerken hebben dieren?

a)

Eencellig

b)

Eencellig / meercellig

c)

Celkern

d)

Celwand

e)

Bladgroenkorrels

14.

Wat is het ontbrekende woord?
Hoofdgroep -> Rijk -> Stam -> Klasse -> ... -> Familie -> Geslacht -> Soort

(a)  

15.

Wat is het ontbrekende woord?
Hoofdgroep -> Rijk -> ... -> Klasse -> Orde -> Familie -> Geslacht -> Soort

(a)  

16.

Wat is het ontbrekende woord?
Hoofdgroep -> Rijk -> Stam -> Klasse -> Orde -> Familie -> ... -> Soort

(a)  

17.

Wat is het ontbrekende woord?
... -> Rijk -> Stam -> Klasse -> Orde -> Familie -> Geslacht -> Soort

(a)  

18.

Bacteriën planten zich voort door ...

a)

Deling

b)

Sporen (soms in paddenstoelen)

c)

Knopvorming

19.

Eencellige schimmels planten zich voort door ...

a)

Deling

b)

Sporen (soms in paddenstoelen)

c)

Knopvorming

20.

Meercellige schimmels bestaan uit ...

(a)  

21.

Bacteriën en schimmels voeden zich met dode resten van organismen.

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

Bacteriën en schimmels kunnen infectieziekten veroorzaken.

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Bij de productie van bijvoorbeeld yoghurt en zuurkool worden ... gebruikt.

(a)  

24.

Bij de productie van bijvoorbeeld brood, bier, wijn en schimmelkaas wordt ... gebruikt.

(a)  

25.

Een geneesmiddel dat bacteriën doodt is ...

(a)  

26.

Zaadplanten planten zich voort met ...

a)

Zaden

b)

Sporen

c)

Deling / sporen

27.

Sporenplanten planten zich voort met ...

a)

Zaden

b)

Sporen

c)

Deling / sporen

28.

Wieren planten zich voort met ...

a)

Zaden

b)

Sporen

c)

Deling / sporen

29.

Mossen en wieren behoren tot de vaatplanten.

a)

Juist

b)

Onjuist

30.

Een paardenbloem is een ...

a)

Zaadplant

b)

Sporenplant

31.

Een heermoes (valt onder paardenstaarten) is een ...

a)

Zaadplant

b)

Sporenplant

32.

Een mannetjes varen (valt onder varens) is een ...

a)

Zaadplant

b)

Sporenplant

33.

Een haarmos (valt onder mossen) is een ...

a)

Zaadplant

b)

Sporenplant

34.

Je kunt het dier maar op één manier in twee ongeveer gelijke helften verdelen = ...

(a)  

35.

Het skelet zit aan de buitenzijde van het lichaam = ...

(a)  

36.

Bij welke groep behoort de olifantoorspons?

a)

Sponsdieren

b)

Neteldieren

c)

Wormen

d)

Weekdieren

e)

Stekelhuidigen

37.

Bij welke groep behoort de kwal?

a)

Sponsdieren

b)

Neteldieren

c)

Wormen

d)

Weekdieren

e)

Stekelhuidigen

38.

Bij welke groep behoort de regenworm?

a)

Sponsdieren

b)

Neteldieren

c)

Wormen

d)

Weekdieren

e)

Stekelhuidigen

39.

Bij welke groep behoort de mossel?

a)

Sponsdieren

b)

Neteldieren

c)

Wormen

d)

Weekdieren

e)

Stekelhuidigen

40.

Bij welke groep behoort de zeester?

a)

Sponsdieren

b)

Neteldieren

c)

Wormen

d)

Weekdieren

e)

Stekelhuidigen

41.

Bij geleedpotigen bestaan de poten uit stukjes: de ...

(a)  

42.

Bij geleedpotigen bestaan het lichaam uit stukjes: de ...

(a)  

43.

Geleedpotigen hebben een uitwendig skelet die niet mee groeit: daarom vervellen geleedpotigen tijdens de groei.

a)

Juist

b)

Onjuist

44.

Een voorbeeld van een veelpotigen is ....

a)

Reuzeduizendpoot

b)

Rivierkreeft

c)

Hooiwagen

d)

Bromvlieg

45.

Een voorbeeld van een kreeftachtige is ....

a)

Reuzeduizendpoot

b)

Rivierkreeft

c)

Hooiwagen

d)

Bromvlieg

46.

Een voorbeeld van een spinachtige is ....

a)

Reuzeduizendpoot

b)

Rivierkreeft

c)

Hooiwagen

d)

Bromvlieg

47.

Een voorbeeld van een insect (zespotige) is ....

a)

Reuzeduizendpoot

b)

Rivierkreeft

c)

Hooiwagen

d)

Bromvlieg

48.

Dieren met natte schubben en kieuwen zijn ...

(a)  

49.

Dieren met een huid bedekt met slijm en als jong kieuwen en de huid om te ademen en als volwassene longen en de huid om te ademen zijn ...

(a)  

50.

Dieren met droge schubben en eieren met een leerachtige schaal zijn ...

(a)  

51.

Dieren met veren en eieren met een kalkschaal zijn ...

(a)  

52.

Warmbloedige dieren die levendbarend zijn, zijn ...

(a)  

53.

De temperatuur van het lichaam is gelijk aan de temperatuur van de omgeving = ...

a)

Koudbloedig

b)

Warmbloedig

54.

De temperatuur van het lichaam is altijd even hoog (constant) = ...

a)

Koudbloedig

b)

Warmbloedig