wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

nevenschikking onderschikking

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

ik ging naar school omdat het moet.

a)

enkelvoudige zin

b)

samengestelde zin

nevenschikkend

c)

samengestelde zin

onderschikkend

d)

geen zin

2.

Wanneer ik honger heb, zal ik een appel eten

a)

geen zin

b)

enkelvoudige zin

c)

samengestelde zin

nevenschikkend

d)

samengestelde zin

onderschikkend

3.

Zij gaat naar het park en speelt met haar vrienden.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

enkelvoudige zin

c)

geen zin

d)

samengestelde zin

nevenschikkend

4.

Als het mooi weer is, ga ik fietsen.

a)

enkelvoudige zin

b)

geen zin

c)

samengestelde zin

nevenschikkend

d)

samengestelde zin

onderschikkend

5.

Hoewel het sneeuwt, ga ik naar buiten om te spelen.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

enkelvoudige zin

c)

geen zin

d)

samengestelde zin

nevenschikkend

6.

Ik ga naar de gym omdat ik fit wil blijven.

a)

geen zin

b)

samengestelde zin

nevenschikkend

c)

enkelvoudige zin

d)

samengestelde zin

onderschikkend

7.

Hij studeert hard.

a)

enkelvoudige zin

b)

samengestelde zin

onderschikkend

c)

samengestelde zin

nevenschikkend

d)

geen zin

8.

Wanneer het donker is, ga ik naar bed.

a)

enkelvoudige zin

b)

geen zin

c)

samengestelde zin

nevenschikkend

d)

samengestelde zin

onderschikkend

9.

Ik ga naar de winkel want ik heb melk nodig.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

geen zin

c)

samengestelde zin

nevenschikkend

d)

enkelvoudige zin

10.

Hij speelt gitaar en zingt tegelijkertijd.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

geen zin

c)

samengestelde zin

nevenschikkend

d)

enkelvoudige zin

11.

Als ik vroeg opsta, kan ik ontbijten.

a)

samengestelde zin

nevenschikkend

b)

enkelvoudige zin

c)

geen zin

d)

samengestelde zin

onderschikkend

12.

Ik ga naar de film omdat ik het leuk vind.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

geen zin

c)

enkelvoudige zin

d)

samengestelde zin

nevenschikkend

13.

Hij maakt zijn huiswerk en leert voor de toets.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

enkelvoudige zin

c)

geen zin

d)

samengestelde zin

nevenschikkend

14.

Als ik mijn huiswerk af heb, mag ik gamen.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

geen zin

c)

enkelvoudige zin

d)

samengestelde zin

nevenschikkend

15.

Wanneer ik tijd heb, ga ik naar de bibliotheek.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

geen zin

c)

enkelvoudige zin

d)

samengestelde zin

nevenschikkend

16.

Hij kookt in de keuken.

a)

samengestelde zin

nevenschikkend

b)

geen zin

c)

enkelvoudige zin

d)

samengestelde zin

onderschikkend

17.

Doordat er geen nieuws is, leest hij de krant.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

geen zin

c)

samengestelde zin

nevenschikkend

d)

enkelvoudige zin

18.

Hij doet een pirouette.

a)

geen zin

b)

enkelvoudige zin

c)

samengestelde zin

onderschikkend

d)

samengestelde zin

nevenschikkend

19.

Als ik mijn vrienden zie, gaan we samen uit.

a)

samengestelde zin

onderschikkend

b)

geen zin

c)

enkelvoudige zin

d)

samengestelde zin

nevenschikkend

20.

Ik studeer voor mijn examen omdat ik wil slagen.

a)

samengestelde zin

nevenschikkend

b)

enkelvoudige zin

c)

samengestelde zin

onderschikkend

d)

geen zin