NEW
Font size
Worksheetsnevenschikking onderschikking
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
ik ging naar school omdat het moet.
enkelvoudige zin
samengestelde zin
nevenschikkend
samengestelde zin
onderschikkend
geen zin
Wanneer ik honger heb, zal ik een appel eten
geen zin
enkelvoudige zin
samengestelde zin
nevenschikkend
samengestelde zin
onderschikkend
Zij gaat naar het park en speelt met haar vrienden.
samengestelde zin
onderschikkend
enkelvoudige zin
geen zin
samengestelde zin
nevenschikkend
Als het mooi weer is, ga ik fietsen.
enkelvoudige zin
geen zin
samengestelde zin
nevenschikkend
samengestelde zin
onderschikkend
Hoewel het sneeuwt, ga ik naar buiten om te spelen.
samengestelde zin
onderschikkend
enkelvoudige zin
geen zin
samengestelde zin
nevenschikkend
Ik ga naar de gym omdat ik fit wil blijven.
geen zin
samengestelde zin
nevenschikkend
enkelvoudige zin
samengestelde zin
onderschikkend
Hij studeert hard.
enkelvoudige zin
samengestelde zin
onderschikkend
samengestelde zin
nevenschikkend
geen zin
Wanneer het donker is, ga ik naar bed.
enkelvoudige zin
geen zin
samengestelde zin
nevenschikkend
samengestelde zin
onderschikkend
Ik ga naar de winkel want ik heb melk nodig.
samengestelde zin
onderschikkend
geen zin
samengestelde zin
nevenschikkend
enkelvoudige zin
Hij speelt gitaar en zingt tegelijkertijd.
samengestelde zin
onderschikkend
geen zin
samengestelde zin
nevenschikkend
enkelvoudige zin
Als ik vroeg opsta, kan ik ontbijten.
samengestelde zin
nevenschikkend
enkelvoudige zin
geen zin
samengestelde zin
onderschikkend
Ik ga naar de film omdat ik het leuk vind.
samengestelde zin
onderschikkend
geen zin
enkelvoudige zin
samengestelde zin
nevenschikkend
Hij maakt zijn huiswerk en leert voor de toets.
samengestelde zin
onderschikkend
enkelvoudige zin
geen zin
samengestelde zin
nevenschikkend
Als ik mijn huiswerk af heb, mag ik gamen.
samengestelde zin
onderschikkend
geen zin
enkelvoudige zin
samengestelde zin
nevenschikkend
Wanneer ik tijd heb, ga ik naar de bibliotheek.
samengestelde zin
onderschikkend
geen zin
enkelvoudige zin
samengestelde zin
nevenschikkend
Hij kookt in de keuken.
samengestelde zin
nevenschikkend
geen zin
enkelvoudige zin
samengestelde zin
onderschikkend
Doordat er geen nieuws is, leest hij de krant.
samengestelde zin
onderschikkend
geen zin
samengestelde zin
nevenschikkend
enkelvoudige zin
Hij doet een pirouette.
geen zin
enkelvoudige zin
samengestelde zin
onderschikkend
samengestelde zin
nevenschikkend
Als ik mijn vrienden zie, gaan we samen uit.
samengestelde zin
onderschikkend
geen zin
enkelvoudige zin
samengestelde zin
nevenschikkend
Ik studeer voor mijn examen omdat ik wil slagen.
samengestelde zin
nevenschikkend
enkelvoudige zin
samengestelde zin
onderschikkend
geen zin
