wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BEADEMING

Total questions: 11

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

het beademen met PEEP geeft volgende voordelen

a)

de alveolen blijven meer open dan bij het beademen zonder PEEP

b)

de gaswisseling verbetert erdoor

c)

het inademen gaat makkelijker

d)

het maakt het mogelijk om de ZO met een lagere FiO2 te beademen

2.

de gaswisseling vindt plaats in deze fase:

a)

de inspiratoire flow-fase

b)

de inspiratoire pauze

c)

de expiratoire flow-fase

d)

de expiratoire pauze

3.

het ademminuutvolume wordt bepaald door deze parameters:

a)

de piekdruk

b)

de ademfrequentie

c)

de flow of de stroomsnelheid waarmee de lucht in de longen wordt geblazen

d)

het tidal volume

4.

de piekdruk is de druk die bereikt wordt wanneer:

a)

de ingeblazen lucht zich verspreid heeft tot in de alveolen

b)

het toestel net het voorziene tidal volume in de longen heeft geblazen

c)

de ZO de uitademing start

d)

het toestel net een nieuwe beademing start

5.

Extra bevochtiging van de beademingslucht is nodig wanneer:

a)

er weinig taaie en eerder dikke secreties kunnen geaspireerd worden

b)

de geaspireerde secreties dun en glazig zijn

6.

Bij een volume gecontroleerde IPPV zijn onderstaande stellingen waar:

a)

het is belangrijk om de piekdruk goed op te volgen

b)

er is een risico op barotrauma

c)

de ZO kan mee ademen

d)

de ZO is best alert en aanspreekbaar

e)

het toestel zal een lek, vb van een onvoldoende opgeblazen cuff, compenseren

7.

bij een druk-gecontroleerde IPPV zal/ zullen volgende parameter(s) goed opgevolgd moeten worden:

a)

de piekdruk

b)

het tidal volume

c)

de ademfrequentie

d)

het ademminuutvolume

8.

SIMV is een vorm van

a)

volledige beademing (ZO mag niet mee ademen)

b)

partiële beademing (ZO kan mee ademen maar krijgt sowieso verplichte ondersteuning)

c)

een spontane ademhaling die ondersteund wordt

9.

Bij pressure support of ASB zal het toestel de ademhaling overnemen als de ZO niet ademt

a)

ja, dit klopt

b)

neen, dit klopt niet

10.

bij BIPAP

a)

wordt de spontane ademhaling ondersteund

b)

is de eind-expiratoire druk positief

c)

wordt de inspiratoire druk door de arts ingesteld

d)

is het belangrijk dat de ZO goed gesedeerd is

11.

CPAP

a)

kan zowel bij invasieve als niet-invasieve beademing worden toegepast

b)

houdt de alveolen beter open

c)

heeft een gelijkaardig effect als PEEP

d)

is een vorm van volledige beademing