WorksheetsP woorden oefenen 5
Total questions: 16
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
a)
vegen
b)
harken
c)
maaien
d)
schoffelen
2.
a)
maaien
b)
snoeien
c)
naaien
d)
breien
3.
Ik ga het gras ...
(a)
4.
Zoek bij elkaar.
a)
1.
verkleden
b)
2.
breien
c)
3.
schoffelen
d)
4.
versieren
e)
5.
harken
5.
Hij gaat een gat...
a)
maaien
b)
graven
c)
schoffelen
d)
breien
6.
Hij wil de struik...
(a)
7.
Ik ga de bladeren...
(a)
8.
a)
snoeien
b)
naaien
c)
verkleden
d)
breien
9.
Dit is graven.
a)
waar
b)
niet waar
10.
Dit is versieren.
a)
waar
b)
niet waar
11.
Dit is vegen.
a)
waar
b)
niet waar
12.
Zoek bij elkaar.
a)
1.
maaien
b)
2.
snoeien
c)
3.
naaien
d)
4.
graven
e)
5.
vegen
13.
Wat kun je graven?
a)
de grond
b)
een gat
c)
een schep
d)
zand
14.
Wat kun je niet versieren?
a)
de kerstboom
b)
cupcakes
c)
de woonkamer
d)
de lucht
15.
Waarvoor gebruik je een naald?
a)
breien
b)
versieren
c)
naaien
d)
verkleden
16.
Wat doe je in de tuin?
a)
naaien
b)
snoeien
c)
harken
d)
vegen
100 %
