Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat: Op de boerderij!

Total questions: 38

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Vul het juiste werkwoord in bij de prent.

a)

melken

b)

ploegen

c)

oogsten

d)

sproeien

2.

Vul het juiste werkwoord in bij de prent.

a)

bemesten

b)

oogsten

c)

sproeien

d)

zaaien

3.

Vul het juiste werkwoord in bij de prent.

a)

harken

b)

ploegen

c)

melken

d)

sproeien

4.

Vul het juiste werkwoord in bij de prent.

a)

oogsten

b)

harken

c)

melken

d)

sproeien

5.

Vul het juiste werkwoord in bij de prent.

a)

ploegen

b)

oogsten

c)

sproeien

d)

harken

6.

Vul het juiste werkwoord in bij de prent.

a)

scheren

b)

melken

c)

ploegen

d)

oogsten

7.

Vul het juiste werkwoord in bij de prent.

a)

sproeien

b)

ploegen

c)

oogsten

d)

bemesten

8.

Vul het juiste werkwoord in bij de prent.

a)

voeren

b)

oogsten

c)

harken

d)

melken

9.

Vul het juiste werkwoord in bij de prent.

a)

zaaien

b)

oogsten

c)

harken

d)

melken

10.

Wat betekent het woord 'bemesten'?

a)

Het toevoegen van mest aan de grond

b)

Het oogsten van gewassen

c)

Het planten van zaden

d)

Het besproeien van planten

11.

Wat betekent het woord 'oogsten'?

a)

Planten water geven

b)

Vruchten verzamelen

c)

Zaden planten

d)

Bomen snoeien

12.

Het ruwvoer voor paarden, koeien, ... dat samengeperst wordt tot grote ronde of rechthoekige vorm. Vul het juiste woord in.

a)

hooi

b)

stro

c)

maïs

d)

kuilgras

13.

Dit is een opslagplaats voor: graan, veevoer, kunstmest, ... Deze materialen worden hierin bewaard in de vorm van poeder of korrels. Vul het juiste woord in.

a)

silo

b)

kast

c)

doos

d)

vat

14.

Een (meestal geel) genummerd label op de oren van rundvee om de herkomst van de dieren te weten. Vul het juiste woord in.

a)

oormerk

b)

halsband

c)

chip

d)

stempel

15.

De werkkleding voor land- en tuinbouw bestaat uit een bovenstuk en onderstuk dat aan elkaar bevestigd is en met vooraan knopen of een lange ritssluiting. Vul het juiste woord in.

a)

overall

b)

jas

c)

broek

d)

hemd

16.

Schoeisel dat al sinds de Oudheid gedragen werd door arbeiders en de boeren omdat het goedkoop was en perfect voor gebruik in de modder. Vul het juiste woord in.

a)

klompen

b)

sandalen

c)

laarzen

d)

sneakers

17.

Een landbouwwerktuig om zaad mee te zaaien. In de tuinbouw wordt meer gebruikt gemaakt van vaste zaaimachines. Vul het juiste woord in.

a)

zaaimachine

b)

ploeg

c)

eg

d)

hak

18.

Een voertuig dat oorspronkelijk werd gemaakt om het paard te vervangen in de landbouw. Een ander woord is trekker. Vul het juiste woord in.

a)

tractor

b)

fiets

c)

auto

d)

bus

19.

Een werktuig dat gebruikt wordt achter een tractor om gras korter te maken.

a)

Maaier

b)

Ploeg

c)

Hark

d)

Cultivator

20.

Een wagen die het gemaaid gras verzameld en vervoerd. Het wordt ook wel ladewagen genoemd.

a)

Opraapwagen of ladewagen

b)

Meststrooier

c)

Ploeg

d)

Hooischudder

21.

Met dit werktuig worden de gewassen besproeid met allerlei producten tegen ongedierte.

a)

Spuitmachine

b)

Ploeg

c)

Hark

d)

Zaaiwagen

22.

Hiermee kan de boer een grote hoeveelheid mest snel en gelijkmatig over het veld verspreiden, wat goed is voor de groei van de gewassen.

a)

Mestverspreider of mesttank

b)

Ploeg

c)

Maai machine

d)

Zaaimachine

23.

Een werktuig dat gebruikt wordt om de grond op het veld om te woelen, te verkruimelen en proper te maken. Daarna kan er opnieuw gezaaid worden.

a)

Ploeg

b)

Hark

c)

Schop

d)

Gieter

24.

Dit landbouwwerktuig wordt gebruikt om velden te bezaaien en om volgroeide planten te dorsen. Een ander woord is maaidorser of pikdorser.

a)

Combine of maaidorser

b)

Ploeg

c)

Hark

d)

Tractor

25.

Dit werktuig wordt gebruikt om zware materialen te verplaatsen of om te graven.

a)

Graafmachine of kraan

b)

Schroevendraaier

c)

Hamer

d)

Zaag

26.

Vul het juiste woord in: ________ wordt gebruikt om gewassen te besproeien op het veld.

a)

de spuit

b)

de hark

c)

de schop

d)

de zeef

27.

Vul het juiste woord in: Met een ________ worden zaden in de grond geplaatst.

a)

de zaaimachine

b)

de hark

c)

de schoffel

d)

de gieter

28.

Vul het juiste woord in: Een ________ wordt gebruikt om voer of graan op te slaan.

a)

de silo

b)

de oven

c)

de stoel

d)

de kast

29.

Vul het juiste woord in: De ________ is een voertuig dat vaak op boerderijen wordt gebruikt.

a)

de tractor

b)

de fiets

c)

de auto

d)

de bus

30.

Vul het juiste woord in: Een grote ronde of vierkante bundel droog gras heet een ________.

a)

de hooibaal

b)

de strobaal

c)

de graanbundel

d)

de hooiwagen

31.

Vul het juiste woord in: Een machine die graan oogst heet een ________.

a)

de combine

b)

de tractor

c)

de ploeg

d)

de maaimachine

32.

Vul het juiste woord in: Een voertuig dat mest vervoert heet een ________.

a)

de mestwagen

b)

de brandweerwagen

c)

de ambulance

d)

de vrachtwagen

33.

Vul het juiste woord in: Een machine die gras of graan maait heet een ________.

a)

de maaier

b)

de tractor

c)

de ploeg

d)

de hakselaar

34.

Vul het juiste woord in: Een identificatie voor dieren aan het oor heet een ________.

a)

het oormerk

b)

de halsband

c)

de pootring

d)

de chip

35.

Vul het juiste woord in: Een wagen die gras of hooi opraapt heet een ________.

a)

de opraapwagen

b)

de brandweerwagen

c)

de vrachtwagen

d)

de sportwagen

36.

Vul het juiste woord in: Werkkleding die het hele lichaam bedekt heet een ________.

a)

de overall

b)

de jas

c)

de broek

d)

de trui

37.

Vul het juiste woord in: Een werktuig om de grond om te ploegen heet een ________.

a)

de ploeg

b)

de hamer

c)

de zaag

d)

de schroef

38.

Vul het juiste woord in: Een grote machine om te graven of te hijsen heet een ________.

a)

de kraan

b)

de fiets

c)

de stoel

d)

de pen