Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vragen over de Camino

Total questions: 41

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Waar begon de reis?

a)

Tilburg

b)

Parijs

c)

Madrid

d)

Brussel

2.

Met welk vervoermiddel begon de Camino?

a)

FlixBus

b)

Fiets

c)

Vliegtuig

d)

Auto

3.

Hoe lang duurde de busreis ongeveer?

a)

24 uur

b)

4 uur

c)

6 uur

d)

12 uur

4.

In welk land ligt Bayonne?

a)

Frankrijk

b)

Spanje

c)

Portugal

d)

Italië

5.

Hoe heet het plaatsje waar veel pelgrims starten?

a)

Saint-Jean-Pied-de-Port

b)

Lourdes

c)

Parijs

d)

Avignon

6.

Wat maakte slapen vaak lastig in de albergues?

a)

Snurken

b)

Te korte bedden

c)

Muggen

d)

Te veel licht

7.

In welke plaats kwam hij voor het eerst Spanje binnen?

a)

Irun

b)

Bilbao

c)

San Sebastián

d)

Santander

8.

Welke lekkernijen kocht hij in Hendaye?

a)

Appels, noten en pudding

b)

Tapas en wijn

c)

Kaas en ham

d)

Pizza

9.

Welke taal vond hij fijner om te spreken dan Frans?

a)

Spaans

b)

Duits

c)

Engels

d)

Italiaans

10.

Welke muziekervaring had hij in Irun?

a)

Dansende Spanjaarden op een plein

b)

Een opera

c)

Een rockconcert

d)

Geen muziek

11.

Waarom stopte hij in Pasaia en niet door tot San Sebastián?

a)

Anders werd het te laat

b)

Zijn voeten deden pijn

c)

Het regende te hard

d)

Er was geen slaapplek

12.

Met wie at hij later in Pasaia?

a)

Margarita uit Montreal

b)

Jennifer uit Amerika

c)

Petra uit Eindhoven

d)

Brian uit Michigan

13.

Hoe ging hij de haven van San Sebastián over?

a)

Met een klein pondbootje

b)

Lopend

c)

Met de bus

d)

Zwemmend

14.

Wat vond hij van de kathedraal San Vicente?

a)

Indrukwekkend

b)

Te klein

c)

Modern

d)

Te saai

15.

Wie was Brian?

a)

Een Amerikaan uit Michigan

b)

Een Belg

c)

Een Duitser

d)

Een Fransman

16.

Welke nationaliteit vond hij het lastigst om mee te praten?

a)

Fransen

b)

Duitsers

c)

Spanjaarden

d)

Zwitsers

17.

Met wie at hij pasta in de albergue?

a)

Pien en Maud

b)

Petra en Angela

c)

Olivier en Marco

d)

Margarita en Brian

18.

Welke groep telde hem spontaan mee als lid?

a)

Duitse wandelclub

b)

Spaanse voetbalclub

c)

Franse zanggroep

d)

Belgische fietsclub

19.

Welke ziekte had Petra uit Eindhoven, die hij onderweg ontmoette?

a)

Diabetes

b)

Astma

c)

Migraine

d)

Reuma

20.

Welke jongere ontmoette hij bij Luarca?

a)

Een Duits meisje

b)

Een Fransman

c)

Een Spaanse jongen

d)

Een Amerikaan

21.

Wat voor brug gebruikte hij bij Bilbao?

a)

Puente de Bizkaia

b)

Golden Gate

c)

Brookl

22.

Wat voor brug gebruikte hij bij Bilbao?

a)

Puente de Bizkaia

b)

Golden Gate

c)

Brooklyn Bridge

d)

London Bridge

23.

Welke pelgrimsdrank bestelde hij vaak?

a)

Americano / Cortado

b)

Thee

c)

Bier

d)

Cola

24.

Wat maakte de etappe bij Avilés zwaar?

a)

Industriegebied

b)

Bergen

c)

Regen

d)

Snurken

25.

Hoe bereikte hij Santander vanaf Somo?

a)

Met de boot

b)

Lopend

c)

Met de bus

d)

Met de trein

26.

Welke provincie bereikte hij na Ribadeo?

a)

Galicië

b)

Asturië

c)

Baskenland

d)

Navarra

27.

Hoe voelde het om aan zee in Santoña op een bankje te zitten?

a)

Bijna paradijs

b)

Saai

c)

Te koud

d)

Te druk

28.

Wat deden veel Spanjaarden op 1 mei?

a)

Sporten en feesten

b)

Werken

c)

Slapen

d)

Shoppen

29.

Welke dieren kwam hij vaak tegen in de weilanden?

a)

Stieren

b)

Paarden

c)

Geiten

d)

Ezels

30.

Hoeveel kilometer gaf het beroemde paaltje nog aan?

a)

100 km

b)

50 km

c)

200 km

d)

25 km

31.

Welke abdijplaats vond hij indrukwekkend?

a)

Sobrado dos Monxes

b)

Vilalba

c)

Oviedo

d)

León

32.

Wat was er vaak bij de albergues te krijgen?

a)

Een stempel

b)

Een zwemband

c)

Een taxi

d)

Een fiets

33.

Welke schoenen bleken achteraf zwaarder dan nodig?

a)

Bergschoenen

b)

Slippers

c)

Sandalen

d)

Sportschoenen

34.

Wat vond hij fijn aan vroeg vertrekken?

a)

Rustige ochtenden

b)

Geen eten nodig

c)

Niemand tegenkomen

d)

Sneller lopen

35.

Wat gebruikte hij vaak om te ontbijten onderweg?

a)

Tortilla

b)

Pizza

c)

Hamburgers

d)

Patat

36.

Wat gaf hem vaak energie tijdens pauzes?

a)

Koffie

b)

Bier

c)

Cola

d)

Thee

37.

Hoe voelde het bij aankomst in Santiago?

a)

Emotioneel

b)

Teleurstellend

c)

Verward

d)

Onverschillig

38.

Wat kreeg hij in Santiago als bewijs?

a)

Compostelacertificaat

b)

Een medaille

c)

Een beker

d)

Een vlag

39.

Wat deed hij in de kathedraal?

a)

Beeld van Jacobus omhelzen

b)

Zingen

c)

Slapen

d)

Collecteren

40.

Hoe reisde hij terug naar Nederland?

a)

FlixBus

b)

Vliegtuig

c)

Trein

d)

Auto

41.

Wie wachtte er thuis op hem?

a)

Berty ❤️

b)

Jennifer

c)

Margarita

d)

Olivier