wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H1 3H/3V

Total questions: 16

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de definitie van stofeigenschappen?

a)

Stofeigenschappen zijn kenmerken die een stof uniek maakt en waaraan je die stof kunt herkennen. Deze eigenschappen veranderen niet, ongeacht de hoeveelheid van de stof.

b)

Stofeigenschappen zijn kenmerken die een stof uniek maakt en waaraan je die stof kunt herkennen. Deze eigenschappen veranderen bij verschillende hoeveelheden van de stof.

c)
Stofeigenschappen zijn de smaken van een stof.
d)
Stofeigenschappen zijn de kleuren van een stof.
2.

Wat is geen stofeigenschap?

a)
Geur
b)
Smaak
c)
Kleur
d)
Temperatuur
3.

Wat is de formule van dichtheid

a)

Dichtheid = massa/volume

b)

Dichtheid = volume/massa

c)

Dichtheid = volume x massa

d)

Dichtheid = massa + volume

4.

Wat is de eenheid van dichtheid

a)

kg/m^3

b)

m^2/kg

c)

g/mL

d)

g

5.

Welke gevarenpictogram is dit

a)

ontplofbare stoffen

b)

ontvlambare stoffen

c)

schadelijke of irriterende stoffen

d)

brandbevorderende stoffen

6.

Welke vlam is het meest warm?

a)

Pauze vlam

b)

Blauwe stille vlam

c)

Gele vlam

d)

Blauwe ruisende vlam

7.

Hoe heet de fase verandering van gas naar vloeistof?

a)

condenseren

b)

verdampen

c)

stollen

d)

smelten

8.

Hoe heet de faseverandering van vast naar gas?

a)

rijpen

b)

stollen

c)

sublimeren

d)

condenseren

9.

Wat zie je in de grafiek?

a)

Kookpunt

b)

Kooktraject

c)

Stolpunt

d)

Stollingstraject

10.

Van Kelvin naar graden Celsius

a)

temperatuur + 273

b)

temperatuur - 273

11.

Welke antwoorden horen bij het begrip 'kookpunt'?

a)

Mengsel

b)

Zuivere stof

c)

Temperatuur blijft gelijk

d)

Temperatuur stijgt langzaam

12.

Wat is een oplossing?

a)

mengsel van twee vaste stoffen.

b)

Mengsel van een vaste stof of gas in een gas.

c)

Mengsel van een vaste stof, vloeistof of een gas in een vloeistof

d)

Mengsel van alleen vaste stof of vloeistof in een voeistof.

13.

Wat is een troebel mengsel van een vaste stof in een vloeistof?

a)

Suspensie

b)

Emulsie

c)

Rook

d)

Schuim

14.

Wat kan je toevoegen aan een emulsie, zodat de vloeistoffen wel mengen?

a)
Een stabilisator
b)
Een verdikker
c)
Een kleurstof
d)
Een emulgator
15.

Wat is de pH waarde van een neutrale oplossing

a)

<7

b)

7

c)

>7

16.

Als de pH waarde 2 is, dan is de oplossing...

a)

Bassisch

b)

Zuur

c)

neutraal