wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten en dieren BS1t/m3

Total questions: 27

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.
Deze houten tafel is.....
a)
Levend
b)
Levenloos
c)
dood
d)
geen van de genoemde 3
2.
Deze spiegel is.......
a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van de genoemde 3
3.
Op de afbeelding zie je een voorbeeld van ......
a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
4.
Wat is geen levenskenmerk?
a)
Voeden
b)
Bewegen
c)
Slapen
d)
Voortplanten
5.
Uit een kiem groeit een nieuwe plant.
a)
Waar
b)
Niet waar
6.

Een organisme is een levend wezen.

a)

ja

b)

nee

7.

Als een boom elk jaar groeit en zwaarder wordt, noem je dat ontwikkeling.

a)

ja

b)

nee

8.

Als je een hond uitlaat, dan gaat hij op zoek naar de geur van andere honden. Als de hond die geur geroken heeft, dan plast hij ook op die plek.

Welke twee levenskenmerken horen hierbij?

a)

groeien en waarnemen

b)

uitscheiden en voortplanten

c)

uitscheiden en waarnemen

d)

voortplanten en groeien

9.

Een bruine boon kan water opnemen door het poortje.

a)

ja

b)

nee

10.

Met welk nummer is de navel aangegeven?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

11.

Welk levenskenmerk zie je in de afbeelding?

a)

waarnemen

b)

bewegen

c)

groeien

d)

ontwikkelen

12.

Welk levenskenmerk zie je in de afbeelding?

a)

ademhalen

b)

voeden

c)

uitscheiden

d)

voortplanten

13.

Welk levenskenmerk zie je in de afbeelding?

a)

ademhalen

b)

voeden

c)

uitscheiden

d)

voortplanten

14.

Welk levenskenmerk wordt omschreven?

Als je per ongeluk op een hete kookplaat gaat hangen met je handen, trek je meteen je handen terug.

a)

reageren

b)

bewegen

c)

groeien

d)

ontwikkelen

15.

Welk levenskenmerk wordt omschreven?

Dansen, hardlopen en zwemmen zijn voorbeelden van:

a)

reageren

b)

bewegen

c)

groeien

d)

ontwikkelen

16.

Wat is een ander woord voor metamorfose?

a)

Verandering

b)

Evolutie

c)

Gedaanteverwisseling

d)

Levenscyclus

17.

Bekijk het plaatje. In welk stadium van de levenscyclus bevindt dit lieveheersbeestje zich?

a)

Ei

b)

Larve

c)

Pop

d)

Imago

18.

Bekijk het plaatje. Tot welk stadium van de levenscyclus behoort dit lieveheersbeestje?

a)

Ei

b)

Larve

c)

Pop

d)

Imago

19.

In welk stadium van een koolwitje vindt de metamorfose plaats?

(a)  

20.

Bekijk het plaatje. In welke fase van de levenscyclus bevindt deze kikker zich?

a)

Kikkerdril

b)

Kikkervisje

c)

Jonge kikker

d)

Volwassen kikker

21.

Doen alle organismen aan metamorfose?

a)

Ja

b)

Nee

22.

De zon is een organisme

a)

juist

b)

onjuist

23.

Waardoor weet je of iets een organismen is?

a)

Omdat het een ontwikkeling doormaakt

b)

Omdat het uit de natuur komt

c)

Omdat het aan fotosynthese kan doen

d)

Doordat het levenskenmerken heeft

24.

Gebruik afbeelding 3 uit je boek. (of dit plaatje van de cyclus van de boon)

Op welke tekeningen is de kieming van het plantje weergegeven?

a)

tekening 1, 2, 3, 4

b)

tekening 2, 3, 4

c)

tekening 2, 3, 4, 5

25.

Gebruik afbeelding 3 uit je boek. (of dit plaatje van de cyclus van de boon)

Op welke tekeningen is de kiemplant van het plantje weergegeven?

a)

tekening 4, 5, 6,

b)

tekening 5, 6

c)

tekening 5, 6, 7

26.

De levenscyclus van een plant kent 3 fasen.

Wat is de juiste volgorde van die fasen?

a)

kieming - kiemplant - volwassenplant

b)

kiemplant - kieming - volwassenplant

c)

kieming - volwassenplant - kiemplant

27.

Bij welke twee diergroepen vindt er een gedaantewisseling plaats?

a)

bij amfibieën

b)

bij insecten

c)

bij vogels

d)

bij zoogdieren