wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Remediëring H2: lichtreceptoren bij dieren

Total questions: 50

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

In de schematische doorsnede van de oogbol zie je drie oogvliezen. Welk deel is vooraan doorzichtig en wordt het hoornvlies genoemd?

a)

Harde oogvlies

b)

Vaatvlies

c)

Netvlies

d)

Glasachtig lichaam

2.

Het vaatvlies splitst zich vooraan in twee structuren. Welke twee zijn dat?

a)

Harde oogvlies en pupil

b)

Straallichaam en iris

c)

Ooglens en lensbandjes

d)

Netvlies en oogzenuw

3.

Welke uitspraak over het vaatvlies is juist?

a)

Het is volledig doorzichtig en bevat geen bloedvaten.

b)

Het is rijk aan bloedvaten en heeft daardoor een rode kleur.

c)

Het vormt de oogzenuw die signalen naar de hersenen stuurt.

d)

Het is hetzelfde als het netvlies.

4.
Question Image

Koppel elke structuur aan de correcte functie of kenmerk.

a)

Iris

1.

Gepigmenteerd deel vooraan; bepaalt kleur van het oog

b)

Ooglens

2.

Transparant element dat helpt scherpstellen

c)

Lensbandjes

3.

Verbindt de lens met het straallichaam

d)

Netvlies

4.

Lichtgevoelige laag achterin het oog

5.

Welke structuur vervoert signalen van het netvlies naar de hersenen?

a)

Oogzenuw

b)

Glasachtig lichaam

c)

Harde oogvlies

d)

Straallichaam

6.

Wat is de functie van het glasachtig lichaam in de oogbol? Kies de beste omschrijving.

a)

Pigmenteren van het oog en regelen van lichtinval

b)

Vullen van het binnenste van de oogbol en behoud van vorm

c)

Transporteren van zenuwimpulsen naar de hersenen

d)

Doorlaten van bloed naar de iris

7.

Welke volgorde beschrijft van buiten naar binnen de lagen van de oogwand het beste?

a)

Netvlies – vaatvlies – harde oogvlies

b)

Harde oogvlies – vaatvlies – netvlies

c)

Vaatvlies – netvlies – harde oogvlies

d)

Hoornvlies – netvlies – iris

8.

Wat hangt aan het straallichaam vast door middel van lensbandjes?

a)

Hoornvlies

b)

Pupil

c)

Ooglens

d)

Blinde vlek

9.

Welke structuur in de iris laat licht het oog binnen?

a)

Netvlies

b)

Pupil

c)

Ooglens

d)

Gele vlek

10.

Waar op het netvlies is de concentratie van lichtreceptoren het grootst?

a)

Blinde vlek

b)

Gele vlek

c)

Voorste oogkamer

d)

Glasachtig lichaam

11.

Welke plaats bevat geen lichtreceptoren omdat de oogzenuw daar het oog verlaat?

a)

Gele vlek

b)

Achterste oogkamer

c)

Blinde vlek

d)

Iris

12.

Wat is de functie van de accommodatiespier?

a)

Regelt de hoeveelheid licht die binnenkomt

b)

Verandert de vorm van de ooglens

c)

Stuurt signalen naar de hersenen

d)

Houdt het netvlies op zijn plaats

13.

Koppel elke oogstructuur aan de juiste beschrijving.

a)

Glasachtig lichaam

1.

Helder, geleiachtig materiaal achter de lens dat de oogbol in vorm houdt

b)

Pupil

2.

Opening in de iris waardoor licht binnenvalt

c)

Netvlies

3.

Binnenste laag met lichtreceptoren

d)

Oogzenuw

4.

Verlaat het oog bij de blinde vlek en geleidt impulsen

14.

Welke uitspraak over de oogspieren is juist ?

a)

Er zijn drie rechte en drie schuine oogspieren per oog

b)

Er zijn vier rechte en twee schuine oogspieren per oog

c)

Alle oogspieren zijn schuine spieren

d)

Oogspieren openen het ooglid

15.

Welke spier heft het ooglid op wanneer je je ogen opent?

a)

Accommodatiespier

b)

Binnenste rechte oogspier

c)

Ooglidopheffer

d)

Bovenste schuine oogspier

16.

Welke structuur rondom het oog beschermt de oogbol en heeft achteraan een opening voor de oogzenuw?

a)

Wimpers

b)

Oogkas

c)

Traanklier

d)

Ooglid

17.

Wat is de functie van het zachte vetkussen in de oogkas?

a)

Het produceert traanvocht

b)

Het vangt schokken op en houdt de oogbol op zijn plaats

c)

Het sluit de traanpunten af

d)

Het reinigt het traanzakje

18.

Koppel elk onderdeel van het traansysteem aan de juiste beschrijving.

a)

Traanklier

1.

Produceert traanvocht

b)

Afvoerbuisjes

2.

Verspreiden traanvocht over de voorkant van de oogbol

c)

Traanpunten

3.

Openingen waar overtollig traanvocht instroomt

d)

Traankanaaltjes

4.

Leiden van traanpunten naar traanzakje

e)

Traanzakje

5.

Verzamelt traanvocht voor afvoer

19.

Wat is de juiste volgorde van de weg die overtollig traanvocht aflegt?

a)

Traanklier → afvoerbuisjes → neusholte → traanpunten → traankanaaltjes → traanzakje

b)

Traanpunten → traankanaaltjes → traanzakje → traanbuisje → neusholte

c)

Afvoerbuisjes → traanklier → traankanaaltjes → traanzakje → neusholte

d)

Traanbuisje → traanzakje → traankanaaltjes → traanpunten → neusholte

20.

Wat is de belangrijkste functie van wimpers aan de rand van de oogleden?

a)

Ze produceren traanvocht

b)

Ze voorkomen dat stofdeeltjes of insecten in de ogen komen

c)

Ze pompen traanvocht naar de neusholte

d)

Ze houden de oogkas schoon

21.

Wat is de naam van nummer 1?

(a)  

22.

In welk nummer bevinden zich de meeste kegeltjes? en Hoe heet deze plek?

(a)  

23.

Hoe noem je het proces waarbij de ooglens boller wordt?

(a)  

24.

Wanneer de lesbandjes strak staan, dan is de lens.......en kijk je scherp naar iets ........

a)

bol dichtbij

b)

bol veraf

c)

plat dichtbij

d)

plat veraf

25.

Wanneer de spieren in de iris samentrekken, dan

a)

wordt de pupil groter , je bent in het donker

b)

wordt de pupil kleiner, je bent in het licht

c)

wordt de pupil groter je bent in het licht

d)

wordt de pupil kleiner, je bent in het donker

26.

Wat is juist?

a)

Met kegeltjes zie je kleur, ze liggen verspreid over het netvlies

b)

met kegeltjes zie je kleur, ze liggen in de gele vlek

c)

met kegeltjes zie je zwart wit, ze liggen verspreid over het netvlies

d)

met kegeltjes zie je zwart wit, ze liggen in de gele vlek

27.
De blinde vlek:
a)
Bevat geen zintuigcellen.
b)
Is bij blinde mensen groter.
c)
Is bij blinde mensen niet aanwezig.
d)
Bevat minder zintuigcellen.
28.

Wat is de naam van onderdeel g?

(a)  

29.

Wat geeft onderdeel A weer?

a)

Wenkbrauw

b)

Traanklier

c)

Traanbuis

d)

Oogspier

30.

Hoeveel oogvliezen heeft een oog?

(a)  

31.

Door welke spier kunnen we onze oogleden opheffen?

(a)  

32.

'De ogen beschermen tegen uitdroging'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

33.

Wimpers zorgen ervoor dat het zweet niet in je ogen loopt.

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

Met dit deel van het oog kan je scherp zien.

a)

Iris

b)

Pupil

c)

Harde oogvlies

d)

Lens

35.

Het gekleurde deel van het oog heet

a)

Het hoornvlies

b)

De iris

c)

De pupil

36.

Wat wordt aangeduid met het cijfer 5? 

a)

voorste kamer

b)

netvlies

c)

glasachtig lichaam

37.

'Beschermt de ogen tegen vuil en fel licht'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

38.

Welke oogspier van je rechteroog moet samentrekken zodat je rechteroog naar links kijkt?

a)

bovenste rechte oogspier

b)

onderste rechte oogspier

c)

binnenste rechte oogspier

d)

buitenste rechte oogspier

39.

Hoe noemen we het deel van de schedel waarin het oog past?

a)

oogkas

b)

oogkast

c)

ooggat

d)

schedelgat

40.
Als de lensbandjes zijn ontspannen dan is de ooglens:
a)
Bol
b)
Plat
c)
Dat is niet te zeggen.
41.
Het beeld dat zich op het netvlies vormt is:
a)
Omgekeerd
b)
Het zelfde
c)
Groter
42.

Wat bevat het netvlies wat de blinde vlek niet heeft?

(a)  

43.

Het glasachtig lichaam regelt de ... in het oog?

a)

De hoeveelheid licht

b)

Het beeld

c)

De druk + duwt het netvlies tegen de vaatvlies

44.

Als je 's nachts een schim ziet lopen over straat, worden vooral de ............ gebruikt in je netvlies

a)

Staafjes

b)

Kegeltjes

45.

Hoe noem je een persoon die bepaalde kleuren niet uit elkaar kan houden?

(a)  

46.

Je ogen houden je soms voor de gek. Dit noem je:

a)

kleurenblind

b)

gezichtsbedrog

47.

Hoe komt het dat een rietje in water gebroken lijkt?

a)

Doordat de lichtstralen worden gebroken (van richting veranderen) in het water.

b)

Doordat de lichtstralen niet door water kunnen.

c)

Doordat licht sterker wordt in het water.

d)

Doordat water sterk genoeg is om een rietje te breken.

48.

Mark kijkt op zijn horloge hoe laat het is. Hij denkt dat de tijd niet klopt.

Wat gebeurt er met zijn ooglenzen als hij daarna op de kerkklok kijkt?

a)

Zijn ooglenzen worden boller.

b)

Zijn ooglenzen worden minder bol.

c)

Er gebeurt niets met zijn ooglenzen.

49.

Omdat Mark niet altijd even goed ziet, gaat hij naar de oogarts.

De oogarts zegt dat Mark een bril nodig heeft, omdat hij verziend is.

Wat betekent verziend?

a)

Zonder bril kun je alleen dichtbij scherp zien.

b)

Zonder bril kun je alleen veraf scherp zien.

c)

Zonder bril kun je dichtbij en veraf scherp zien, maar daartussen niet.

d)

Zonder bril kun je helemaal niets scherp zien

50.

Wanneer je naar een rode bol kijkt en daarna je oog op een wit blad richt, zie je daarna een cyaankleur (blauwgroen). Dit verschijnsel noem je het ...

(a)