wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenquiz 2.2 + 2.3 bouw en werking van het oog

Total questions: 50

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Welke laag vormt de stevige buitenkant van de oogbol en heet vooraan het hoornvlies?

a)

Het harde oogvlies vormt buitenkant en hoornvlies

b)

Het vaatvlies vormt buitenkant en hoornvlies

c)

Het netvlies vormt buitenkant en hoornvlies

d)

Het glasachtig lichaam vormt buitenkant en hoornvlies

2.

Wat is de functie van het vaatvlies in de oogbol?

a)

Voedt het oog met bloed en voedingsstoffen

b)

Breekt licht en focust beeld scherp

c)

Detecteert licht en vormt zenuwimpulsen

d)

Vult de oogkas en dempt schokken

3.

Welke structuur hangt met lensbandjes aan het straallichaam?

a)

De ooglens achter de pupil

b)

Het hoornvlies aan de voorkant

c)

Het netvlies aan de achterkant

d)

Het glasachtig lichaam overal

4.

Welke stof vult de ruimte achter de ooglens en helpt de oogbol zijn vorm te behouden?

a)

Het glasachtig lichaam met gel

b)

De voorste oogkamer met water

c)

Het bloed in het vaatvlies

d)

Het vetweefsel in de oogkas

5.

Aan welke structuur in de oogkas zitten de uiteinden van de oogspieren vast?

a)

Aan een ring achter in de oogkas

b)

Aan de ooglens via lensbandjes

c)

Aan het hoornvlies via pezen

d)

Aan de oogzenuwkop direct

6.

Wat is de belangrijkste functie van het hoornvlies?

a)

Doorlaten en breken van invallend licht

b)

Beschermen via pigment en kleur

c)

Produceren van kamerwaterdruk

d)

Omzetten van licht in impulsen

7.

Welke combinatie hoort bij lichtreceptoren en zien?

a)

Netvlies met fotoreceptoren voor beelden

b)

Hoornvlies met tastreceptoren voor druk

c)

Vaatvlies met chemireceptoren voor geur

d)

Lens met thermoreceptoren voor warmte

8.

Wat gebeurt er met de lens bij scherp zien op dichtbij?

a)

Lens wordt boller door aanspanning

b)

Lens wordt platter door ontspanning

c)

Lens verschuift naar voren volledig

d)

Lens droogt uit en wordt lichter

9.

Waarom blijft het netvlies goed tegen de wand liggen?

a)

Druk van het glasachtig lichaam binnenin

b)

Spanning van de lensbandjes rondom

c)

Trekkracht van de oogspieren extern

d)

Druk van het kamerwater buitenaf

10.

Welke bescherming bieden wimpers en oogleden vooral?

a)

Houden stof weg en verdelen traanvocht

b)

Verhogen bloedtoevoer en temperatuur

c)

Verharden hoornvlies en lensoppervlak

d)

Produceren zenuwimpulsen voor zien

11.

Wat is de functie van vetweefsel rond de oogbol in de oogkas?

a)

Schokdemping en mechanische bescherming

b)

Zuurstoftransport en kleurvorming

c)

Lichtbreking en beeldscherpte

d)

Impulsgeleiding en signaalverwerking

12.

Welke redenering verklaart waarom een beschadiging van het hoornvlies het zicht kan vertroebelen?

a)

Onregelmatig oppervlak verstoort lichtbreking

b)

Minder pigment verhindert pupilreactie

c)

Meer bloedvaten blokkeren oogspierbeweging

d)

Minder vetweefsel dempt schokken slechter

13.

Waarom moeten ogen voortdurend vochtig blijven?

a)

Om uitdroging van het hoornvlies te voorkomen

b)

Om de pupil permanent klein te houden

c)

Om de oogspieren sneller te laten bewegen

d)

Om licht sterker te breken in de lens

14.

Wat gebeurt er het meest waarschijnlijk bij overmatige traanproductie, bijvoorbeeld tijdens huilen?

a)

Tranen lopen via de wangen en je gaat snotteren

b)

De lens droogt uit en wordt troebel

c)

De pupil sluit en je ziet tijdelijk niets

d)

Het traanpuntje sluit en tranen verdampen

15.

Een leerling heeft een verstopping in het traanbuisje. Welke klacht past daar het beste bij?

a)

Tranende ogen en loopneus aan die kant

b)

Droge ogen en rode oogleden

c)

Grotere pupil en wazig zien

d)

Sterkere lichtreflectie van het hoornvlies

16.

Welke oogstoornis wordt gekenmerkt door wazig veraf zien door een te lange oogbol?

a)

Myopie met te lange oogbol

b)

Hyperopie met te korte oogbol

c)

Astigmatisme door krom hoornvlies

d)

Presbyopie door stijve lens

17.

Wat is een typische oorzaak van astigmatisme?

a)

Onregelmatige kromming hoornvlies

b)

Beschadigde oogzenuwvezels

c)

Troebelheid van de ooglens

d)

Tekort aan staafjes in retina

18.

Welke uitspraak over glaucoom klopt het best?

a)

Schade door verhoogde oogdruk

b)

Ontsteking door bacteriële infectie

c)

Scheurtje in het netvliesweefsel

d)

Verkalking van de ooglens

19.

Wat is een veelvoorkomend symptoom van cataract?

a)

Wazig zien door troebele lens

b)

Pijn bij bewegen van ogen

c)

Rode vlekken in het perifere zicht

d)

Flitsen en drijvers zonder pijn

20.

Welke behandeling hoort het meest bij cataract?

a)

Chirurgisch vervangen van lens

b)

Lange kuur met corticosteroïden

c)

Laser om hoornvlies te vormen

d)

Botox in de oogspieren

21.

Welke maatregel voorkomt droge-ogenklachten tijdens schermwerk het best?

a)

Regelmatig knipperen en pauzes

b)

Meer cafeïne en minder water

c)

Donkere kamer met fel scherm

d)

Contactlenzen langer door dragen

22.

Welke behandeling is passend bij bacteriële conjunctivitis?

a)

Lokale antibiotische druppels

b)

Drukverlagende oogdruppels

c)

Lasercoagulatie van retina

d)

Intraoculaire lensimplantaat

23.

Welke verklaring past bij presbyopie naarmate je ouder wordt?

a)

Lens verliest elasticiteit geleidelijk

b)

Hoornvlies groeit dikker en harder

c)

Oogzenuw geleidt impulsen trager

d)

Staafjes nemen toe in de macula

24.

Welke klacht wijst het meest op droge ogen?

a)

Zanderig gevoel en branderigheid

b)

Pijnscheuten bij helder licht

c)

Rondzwevende donkere druppels

d)

Plotseling verlies van kleurenzien

25.

Wat is een passende behandeling bij natte maculadegeneratie?

a)

Anti-VEGF injecties in het oog

b)

Orale antibiotica lange kuur

c)

Botox voor spierspasmen ooglid

d)

Vitamine K hoge dosis dagelijks

26.
Met welk nummer is het harde oogvlies aangegeven?
a)
9
b)
12
c)
5
d)
8
27.
Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?
a)
11
b)
2
c)
8
d)
12
28.
Met welk nummer wordt de pupil aangeven?
a)
11
b)
10
c)
12
d)
8
29.

Wat is nummer 2?

a)
Traanbuis
b)
Traanklier
c)
Ooglid
d)
Traanvat
30.
Wat is nummer 3?
a)
Traanbuis
b)
Traanklier
c)
Ooglid
d)
Traanvat
31.
De blinde vlek:
a)
Bevat geen zintuigcellen.
b)
Is bij blinde mensen groter.
c)
Is bij blinde mensen niet aanwezig.
d)
Bevat minder zintuigcellen.
32.
Rode ogen op een foto worden veroorzaakt door:
a)
Het nevlies
b)
Het glasachtig lichaam
c)
Het vaatvlies
d)
De iris
33.
Het boller en platter worden van de lens noemen we:
a)
Accomodaty
b)

Accommoderen

c)
Accomolatie
d)
Accodilatie
34.
Bij ver zien zijn de lensbandjes
a)
Ontspannen
b)
Strak getrokken
35.

Vul aan:

De (a)   zijn huidplooien boven en onder de ogen.

36.

Hoeveel oogspieren zijn verbonden met het oog om het in de oogkas naar alle kanten te kunnen bewegen?

a)

7

b)

5

c)

6

d)

4

37.

Hoe noemen we de onderdelen van het oog die beschermen tegen fel licht maar daarnaast ook nog andere beschermende functies hebben?

a)

wenkbrauwen

b)

oogleden

c)

wimpers

d)

harde oogrokken

38.

Hoe noemen we het deel van de schedel waarin het oog past?

a)

oogkas

b)

oogkast

c)

ooggat

d)

schedelgat

39.

Welke oogspier zal er voor zorgen dat je oogleden naar boven kunnen gaan?

a)

Bovenste rechte oogspier

b)

Bovenste schuine oogspier

c)

Ooglidstrekker

d)

Geen van de antwoorden is juist

40.

Welke oogspier van je rechteroog moet samentrekken zodat je rechteroog naar links kijkt?

a)

bovenste rechte oogspier

b)

onderste rechte oogspier

c)

binnenste rechte oogspier

d)

buitenste rechte oogspier

41.

Wat stelt nummer 6 voor op de prent?

a)

buitenste rechte oogspier

b)

bovenste rechte oogspier

c)

onderste rechte oogspier

d)

geen van de antwoorden is juist

42.
a)

nummer 11 is de lens

b)

nummer 11 is het glasachtig lichaam

c)

nummer 11 is een iris

d)

nummer 11 hebben we nog niet geleerd

43.
a)

nummer 1 laat het licht door en breekt het licht

b)

nummer 15 laat het licht door en breekt het licht

c)

nummer 11 laat het licht door en breekt het licht

d)

nummer 13 laat het licht door en breekt het licht

44.
a)

De gele vlek heeft nummer 9

b)

De gele vlek heeft nummer 10

c)

De gele vlek heeft nummer 8

d)

De gele vlek heeft nummer 7

45.
a)

Het netvlies heeft nummer 7 op de prent.

b)

Het netvlies heeft nummer 8 op de prent.

c)

Het netvlies heeft nummer 3 op de prent.

d)

Het netvlies heeft nummer 2 op de prent.

46.

Waar bevinden traanklieren zich?

a)

Boven het oog aan de rechterkant.

b)

Boven het oog aan de kant van je oor.

c)

Boven het oog aan de kant van je neus .

d)

Onder je oog aan de kant van je oor.

e)

Onder je oog aan de kant van je neus.

47.

Wat is de functie van de traanbuis?

a)

Regelen van de pupilgrootte

b)

Beschermen van het hoornvlies

c)

Produceren van traanvocht

d)

Afvoeren van traanvocht naar de neus

48.

Welke aandoening wordt gekenmerkt door een verhoogde druk in het oog?

a)

Glaucoom

b)

Cataract

c)

Maculadegeneratie

d)

Retinitis pigmentosa

49.

Wat is de rol van de oogzenuw?

a)

Produceren van traanvocht

b)

Ondersteunen van de lens

c)

Versturen van visuele informatie naar de hersenen

d)

Regelen van de oogbewegingen

50.

Het aanpassen van de pupil om de hoeveel lichtinval te regelen noem je de

(a)