Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Cursus 1 Meer dan lezen 4 Kader goedeversie

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het tekstdoel van een informatieve tekst?

a)

Overtuigen

b)

Amuseren

c)

Informatie verstrekken

d)

Tot handelen aanzetten

2.

Welke tekstsoort hoort bij een nieuwsbericht?

a)

Activerend

b)

Betogend

c)

Informatief

d)

Instructief

3.

Wat is een hoofdzak in een informatieve tekst?

a)

Een voorbeeld

b)

Een uitleg

c)

De belangrijkste informatie

d)

Een mening

4.

Waar vind je vaak hoofdzaken in een informatieve tekst?

a)

Alleen in het middenstuk

b)

In de inleiding en het slot

c)

Alleen in voorbeelden

d)

Alleen bij bijzaken

5.

Hoe heet de zin met de belangrijkste informatie van een alinea?

a)

Bijzin

b)

Hoofdzin

c)

Kernzin

d)

Signaalzin

6.

Wat zijn bijzaken meestal?

a)

Meningen

b)

Argumenten

c)

Voorbeelden of uitleg

d)

Hoofdgedachten

7.

Welk signaalwoord past bij een bijzaak?

a)

Maar

b)

Want

c)

Bijvoorbeeld

d)

Daarom

8.

Wat is de hoofdgedachte?

a)

Het onderwerp

b)

De eerste zin

c)

Het belangrijkste wat over het onderwerp wordt gezegd

d)

Een voorbeeld

9.

Wat is het tekstdoel van een betogende tekst?

a)

Informeren

b)

Instrueren

c)

Overtuigen

d)

Amuseren

10.

Wat kom je vaak tegen in een betogende tekst?

a)

Alleen feiten

b)

Meningen en argumenten

c)

Alleen instructies

d)

Alleen voorbeelden

11.

Wat is een mening?

a)

Iets dat altijd waar is

b)

Een controleerbaar gegeven

c)

Wat iemand vindt of denkt

d)

Een uitleg

12.

Waaraan herken je vaak een mening?

a)

Eerst, daarna

b)

Bijvoorbeeld

c)

Ik vind, volgens mij

d)

Zodat

13.

Wat is een argument?

a)

Een gevoel

b)

Een reden voor een mening

c)

Een voorbeeld

d)

Een conclusie

14.

Welk signaalwoord hoort bij een argument?

a)

Maar

b)

Want

c)

Zoals

d)

Eerst

15.

Wat maakt een betogende tekst sterker?

a)

Veel voorbeelden

b)

Mooie lay-out

c)

Feiten gebruiken

d)

Korte zinnen

16.

Wat is het tekstdoel van een activerende tekst?

a)

Informeren

b)

Instrueren

c)

Overtuigen

d)

Tot handelen aanzetten

17.

Welke tekstsoort is meestal activerend?

a)

Schoolboek

b)

Recept

c)

Advertentie

d)

Nieuwsbericht

18.

Wat betekent het tekstdoel gevoelens oproepen of uitdrukken?

a)

Uitleg geven

b)

Emoties laten zien of voelen

c)

Informatie geven

d)

Instructies geven

19.

Wat is een instructieve tekst?

a)

Een tekst met een mening

b)

Een tekst die vermaakt

c)

Een tekst die uitlegt hoe je iets moet doen

d)

Een tekst die overtuigt

20.

Wat is het tekstdoel van een instructieve tekst?

a)

Overtuigen

b)

Instrueren

c)

Informeren

d)

Amuseren

21.

Welke tekst hoort bij instructief?

a)

Recept

b)

Column

c)

Ingezonden brief

d)

Advertentie

22.

Welke werkwoordsvorm wordt vaak gebruikt in instructieve teksten?

a)

Verleden tijd

b)

Toekomende tijd

c)

Gebiedende wijs

d)

Lijdende vorm

23.

Welk tekstverband komt vaak voor in instructieve teksten?

a)

Tegenstelling

b)

Conclusie

c)

Tijdsvolgorde

d)

Vergelijking

24.

Wat betekent publiek?

a)

Het onderwerp van de tekst

b)

De schrijver

c)

De groep waarvoor de tekst bedoeld is

d)

De lay-out

25.

Waaraan kun je zien voor welk publiek een tekst is bedoeld?

a)

Alleen aan het onderwerp

b)

Aan taalgebruik en lay-out

c)

Alleen aan de bron

d)

Alleen aan de lengte