Search Header Logo
OPS

OPS

Assessment

Presentation

Professional Development

Professional Development

Easy

Created by

Francien Teekens

Used 1+ times

FREE Resource

18 Slides • 3 Questions

1

OPS

De adolescent: van puber naar volwassene

Slide image

2

Poll

Hoe was je vakantie?

Heerlijk

Saai

Gewoon

Niet leuk

3

Multiple Choice

Question image

Aan welke provincies grenst de provincie Utrecht?

1

Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Gelderland

2

Noord-Holland, Zuid-Holland, Gelderland

3

Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland

4

Noord-Holland, Zuid-Holland, Nood-Brabant, Gelderland

4

Doel van de les

Ik weet wat er gebeurt in alle ontwikkelingsgebieden van een adolescent

5

Adolescent

Adolescenten zijn jongeren in de levensfase tussen de 17 en 25 jaar


De lichamelijke en geestelijke groei van de pubertijd is voorbij, maar ze zijn nog geen gesettelde volwassenen.


In Nederland is het een aparte levensfase. In andere landen is dat anders ingedeeld. Daar wordt de term adolescentie gebruikt voor de leeftijdsgroep van 12 - 25 jaar.

6

1. Lichamelijke kenmerken

  • de groeispurt is achter de rug, net als de seksuele rijping.

  • Voltooiing van de lichamelijke volwassenwording.

7

2. Cognitieve ontwikkeling

  • Ze leren steeds meer en krijgen daardoor steeds meer inzicht in zichzelf, anderen en de wereld.

  • Maar bij de adolescent ontwikkelen zich ook nieuwe denkstrategieën. Let wel: dit betekent niet dat het IQ verandert.

  • De adolescent gaat ook steeds meer nog abstract denken. Ze hoeven niet meer voor zich te zien waar ze het over hebben.

8

Slide image

9

Bekijk onderstaande video en maak de opdracht

https://youtu.be/B5zJtCYsHu0

10


De adolescent gaat steeds genuanceerder denken. Hij krijgt meer mensenkennis en inlevingsvermogen en past zich makkelijker aan.

Ook gaat men tegenwoordig langer naar school.

11

Leerplicht en kwalificatieplicht: jongeren tussen de 5 en 18 jaar moeten onderwijs volgen. Totdat ze een startkwalificatie hebben of 18 jaar worden. Voor leerlingen van 5 tot 16 jaar heet dit de leerplicht. Voor jongeren tussen 16 en 18 jaar heet dit de kwalificatieplicht.

Verschil leerplicht en kwalificatieplicht

Ouders of verzorgers van jongeren tussen de 5 en 16 jaar moeten hun kinderen inschrijven op school. Volgens de leerplichtwet moeten jongeren ook echt naar die school gaan. Jongeren die na hun 16e nog geen startkwalificatie hebben, moeten tot hun 18e onderwijs volgen en ingeschreven staan op school. Een startkwalificatie is een vwo-diploma, havo-diploma of mbo-diploma op niveau 2 of hoger.


12

Leerplicht begint bij 5 jaar

Alle kinderen tussen 5 en 16 jaar die in Nederland wonen zijn leerplichtig. Dit geldt ook voor kinderen met een andere nationaliteit en nieuwkomers (asielzoekers en vreemdelingen). Soms is vrijstelling van de leerplicht mogelijk.

Kwalificatieplicht: uitgangspunten

Jongeren tussen 16 en 18 jaar moeten onderwijs volgen tot zij een startkwalificatie hebben. De kwalificatieplicht is een van de maatregelen van de Rijksoverheid om schooluitval van jongeren tegen te gaan. Ook moet de maatregel de kansen van startende jongeren op de arbeidsmarkt vergroten.

Jongeren moeten de kwalificatieplicht vervullen door volledig dagonderwijs te volgen. Volgt een leerling de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het mbo? Dan kan hij leren en werken combineren.

Bron: Rijksoverheid.nl

13

Vroeger hadden jongens vaak een hoger opleidingsniveau, nu zijn dat de meisjes. Dat komt omdat onderwijs nogal talig is, veel van planning wordt gevraagd en omdat er in verhouding veel vrouwen in het onderwijs werken en de jongens rolmodellen missen.

14

3. Sociale ontwikkeling en persoonsontwikkeling

  • Ouders zijn belangrijk, zij hebben o.a. invloed op de normen en waarden, opleidingskeuze, visie op de maatschappij

  • Leeftijdsgenoten zijn belangrijk, zij hebben o.a. invloed op mode, muziek en taalgebruik.

15

Relatie met ouders

-wordt vaak beter na de pubertijd, de gezagsverhouding gaat verdwijnen en maakt plaats voor samenwerking. Ouders zijn belangrijk voor zelfbeeld en identiteit

- verandert ook door zelfstandig te gaan wonen al dan niet alleen en door het starten van een studie of het vinden van werk.

16

Relatie met vrienden

Voor de adolescent is de vriendengroep belangrijk, maar er is wel een verschil met de puber: een adolescent wil niet opgaan in de groep en nog minder in de massa. Een puber wil dit juist wel.

- ze kiezen zelf hun ideeën en daarmee hun vriendengroep

- ze brengen steeds meer tijd door met vrienden

- meer aandacht voor de ander, waardoor er diepgaande gesprekken ontstaan.

- veel adolescenten krijgen verkering waardoor peergroepen uit elkaar vallen.

17

Identiteit

  • Een adolescent identificeert zich met anderen, maar let daarbij vooral op persoonlijkheidskenmerken en niet meer op uiterlijk

  • Een adolescent kiest eigen normen en waarden en wordt een persoonlijkheid. Daarmee wordt voorspelbaar welke keuzes hij maakt en welke normen hij hanteert.

  • Een adolescent krijg steeds meer zicht op zijn zelfbeeld en identiteit. Dat heeft te maken met zijn vermogen tot abstract denken.

  • De vorming van de identiteit en het gedrag van de adolescent staan niet los van elkaar. Ze beïnvloeden elkaar over en weer. Wanneer een adolescent weet wie hij is, weet hij ook welke richting hij op wil, hij is meer doelgericht.

18

Keuzes gericht op de toekomst

Een adolescent kiest:

* een bepaalde studie

* een bepaald beroep

* een bepaalde partner

* een plek om zelfstandig te wonen


De keuzes zijn vaak nog voorlopig. Er is wel sprake van een idealisme voor de toekomst bij adolescenten. Opvallend is ook dat idealen gericht op het verbeteren van de wereld, door alle adolescenten als minder belangrijk gezien worden dan persoonlijke idealen.

19

Nog een paar thema's

  • Maatschappelijke betrokkenheid: die is bij een kleine groep groot en idealistisch

  • Emotionele ontwikkeling: de regulatie van emoties is beter dan bij pubers.

  • Werkdruk en prestatiedruk: Het probleem van de prestatiedruk bij jongeren is dat ze presteren leuk vinden, maar nog niet weten wat ze later gaan willen gaan doen, en daarom op alles inzetten. Ook is sprake van (te) hoge verwachtingen, keuzestress, fear of missing out en perfectionisme. Dat geeft klachten over stress, vermoeidheid en somberheid.

20

Poll

Ik ben

puber

adolescent

zit in een overgangsfase

weet het niet zo goed.

21

Vrijdag

Vrijdag hebben jullie gewoon met z'n allen les via teams.

Het volgende uur gaan jullie verder werken op Angerenstein met de opdrachten die daar staan. Je leest van het boek: Ontwikkeling en Omgeving H5.5 en je maakt opdracht 9. Je mag in tweetallen werken.

- Heb je nog niets gelezen van H 5? Dan moet je het hele hoofdstuk lezen. Het is stof voor de toets!

OPS

De adolescent: van puber naar volwassene

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 21

SLIDE