Search Header Logo
gebouwen

gebouwen

Assessment

Presentation

World Languages

3rd Grade

Practice Problem

Easy

Created by

Pricilia Putri

Used 1+ times

FREE Resource

17 Slides • 17 Questions

1

GEBOUWEN

2

media

Huis

3

media

Schuur

4

media

Flat

5

media

Molen

6

media


Boerderij

7

media


Kerk / Toren

8

media


Moskee


es salam in rotterdam

9

media

Stadhuis

10

media

Winkel

11

media

School

12

media

Dijk

13

media

Markt

14

media

Brug

15

een huis is laag, een toren is hoog.
het huis is klein, de flat is groot.
er wonen veel mensen in een flat.
de kinderen gaan naar school.
op school krijgen de kinderen les.

een huis heeft vier muren en een dak.
het dak van het huis is schuin.
het dak van de flat is niet schuin, maar recht.

​LUISTER EN ZEG NA

16

een boer woont op een boerderij.
bij de boerderij is een grote schuur.
een molenaar woont in een molen.
een molen heeft vier wieken.

in een winkel kun je iets kopen.
op de markt is het niet duur, maar goedkoop.

de dijk houdt het water tegen.
de brug is boven het water.
de boot vaart onder de brug.

17

Open Ended

is een toren laag of hoog?

18

Open Ended

hoeveel muren heeft een huis?

19

Open Ended

hoeveel wieken heeft een molen?

20

Multiple Choice

wie zorgt voor de molen?

1

molenaar

2

een boer

3

niemand

4

kinderen

21

Multiple Choice

wie woont op een boerderij?

1

molenaar

2

een boer

3

niemand

4

kinderen

22

Multiple Choice

waar krijgen kinderen les

1

boerderij

2

stadhuis

3

school

4

molen

23

Fill in the Blank

is een dijk hoog of laag?

24

Fill in the Blank

wie gaan naar school?

25

Multiple Choice

in een winken kun je.......

1

studeren

2

zwemmen

3

wonen

4

kopen

26

Match

Match the following

boven het water

onder de brug

het water tegen

de brug

de boot

de dijk

27

TEGENSTELLING

hoog >< laag
veel >< weinig
groot >< klein
schuin >< recht
duur >< goedkoop
niet >< wel
boven >< onder

28

Fill in the Blank

laag

29

Fill in the Blank

weinig

30

Fill in the Blank

klein

31

Fill in the Blank

recht

32

Fill in the Blank

goedkoop

33

Fill in the Blank

niet

34

Fill in the Blank

boven

GEBOUWEN

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 34

SLIDE