wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vaktheorie Keuken: Gang 2.

Total questions: 27

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

In welke van onderstaande rijen staan vleessoorten die geschikt zijn om te

SMOREN?

a)

kogelbiefstuk, entrecoté en tournedos

b)

schnitzel, kipfilet en kalkoentournedos

c)

lamsfilet, achterham en entrecoté

d)

hacheévlees, ossenstaart, sucadelapje

2.

Wat zijn de basis ingrediënten voor het maken van

mayonaise?

a)

olie, witte wijn, azijn

b)

olie, azijn, eidooier

c)

olie, water, eidooier

d)

olie, witte wijn, mosterd

3.
Hoe noemen we soepen die
met een liaison zijn afgemaakt?
a)
Velouté soepen
b)
Créme soepen
c)
Puree soepen
d)
Bouillon soep
4.
Hoe benoem je het product hier
op de foto?
a)
Entrecoté
b)
Rib-eye
c)
Tournedos
d)
T-bone steak
5.

Welke verhouding boter/bloem gebruik je voor het maken van roux?

a)

1 deel boter / 3 delen bloem

b)

2 delen boter / 2 delen bloem

c)

3 delen boter / 1 deel bloem

d)

5 delen boter / 6 delen bloem

6.

In welke onderstaande rijen staan alleen samengestelde boters?

a)

kruidenboter, peterselieboter en knoflookboter

b)

volle boter, halfvolle boter en dieet boter

c)

margarine, halvarine, dieet margarine

d)

kruidenboter, knoflookboter en tapenade

7.
In welke van de onderstaande rijen staan technieken om melk te conserveren?
a)
pasteuriseren, steriliseren, uperiseren
b)
konfijten, steriliseren, pasteuriseren
c)
drogen, uperiseren, konfijten
d)
drogen, konfijten, pasteuriseren
8.
Bij boterbereiding wordt melk gekarnd. Wat wordt er bedoeld met karnen?
a)
melk verhitten tot 75° om micro-organismen te doden
b)
de boter kneden alvorens hij verpakt wordt
c)
melkzuurbacteriën aan de melk toevoegen
d)
roeren in de aangezuurde melk zodat de vetbolletjes gaan samenklonteren
9.
Hoe benoem je het product hier
op de foto?
a)
Gerookte ham
b)
Gekookte ham
c)
Gepekelde ham
d)
Gedroogde ham
10.

Vleeswaren is afkomstig van verschillende slachtdieren.

Van welke dieren wordt rookvlees gemaakt?

a)
b)
c)
d)
11.
Hoe lang heeft  jonge kaas moeten rijpen om jonge kaas te mogen heten?
a)
Minimaal 1 week
b)
Minimaal 4 weken
c)
Minimaal 4 maanden
d)
1 jaar of langer
12.
Hoe benoem je het keukengereedschap hier op de foto?
a)
Vlinder
b)
Deeghaak
c)
Bisschop
d)
Garde
13.
Wat is
"Foie Gras"?
a)
Foie gras is de Franse benaming voor kippenlever
b)
Foie gras is de Franse benaming voor ganzenlever
c)
Foie gras is de Franse benaming voor graskaas
d)
Foie gras is de Franse benaming voor graskalveren
14.

Welke koolsoort wordt gebruikt voor het maken zuurkool?

a)
b)
c)
d)
15.

Welk van onderstaande groente hoeft niet in de koelkast

worden bewaard?

a)
b)
c)
d)
16.
Bij een voedselvergiftiging wordt je ziek van de giftige stoffen die bacteriën uitscheiden. 
Hoe noemen we deze stof?
a)
additieven
b)
grondstoffen
c)
etherische stoffen
d)
toxinen
17.
Hoe benoem je het product hier op de foto?
a)
Haricots Verts
b)
Snijbonen
c)
Kousenband
d)
Rabarber
18.
Wat betekent wrongel?
a)
gestremde melk
b)
gestremde boter
c)
bloem-boter mengsel
d)
kaas afval
19.
Hoe benoem je het keukenapparatuur hier op de foto?
a)
Rijskast
b)
Combi steamer
c)
Warmhoud kast
d)
Borden verwarmerkast
20.
Wat is een belangrijk verschil tussen flensjes en pannenkoeken
a)
flensjes zijn dunner dan pannenkoeken
b)
flensjes zijn duurder dan pannenkoeken
c)
flensjesbeslag maak je met room en pannenkoek met melk
d)
flensjes geef je altijd als dessert en pannenkoek als hoofdgerecht
21.
In welke van onderstaande rijen staan alleen
warm houd apparaten
a)
warmtebrug, bain/marie, bordenwarmer
b)
magnetron, warmtebrug, bordenwarmer
c)
inductieplaat, bain/marie, convectie oven
d)
warmtebrug, bain marie, grill
22.
Wat is het rookpunt van boter?
a)
80°C
b)
180°C
c)
200°C
d)
120°C
23.
Welke van de onderstaande bindmiddelen geeft een blinde binding?
a)
 aardappelzetmeel
b)
gelatine
c)
maizëna
d)
agar-agar
24.
Hoe benoem je het product hier op de foto?
a)
Ramanas
b)
Schorseneren
c)
Zwarte asperges
d)
Mierkikswortel
25.
Liaison is een bindmiddel wat bestaat uit twee grondstoffen. Welke twee grondstoffen zijn dat?
a)
Boter en Bloem
b)
Olie en Azijn
c)
Boter en Room
d)
Eidooier en Room
26.
Hoe benoem je het product hier op de foto?
a)
Groene kool
b)
Zuurkool
c)
Chinese kool 
d)
Spitskool
27.
Welke van de onderstaande bindmiddelen geeft een koude binding?
a)
Roux
b)
Maïzena
c)
Gelatine
d)
Aardappelzetmeel