NEW
Font size
Worksheetswoordsoorten klas 1
Total questions: 23
Worksheet time: 11mins
Benoem het onderstreepte werkwoord in de zin.
Tom Dumoulin heeft niet willen starten in de Fuelta.
bijwoord
zelfstandig werkwoord
hulpwerkwoord
voorzetsel
bijvoeglijk naamwoord
Benoem het onderstreepte werkwoord in de zin.
Tom Dumoulin heeft niet willen starten in de Fuelta.
bijwoord
zelfstandig werkwoord
hulpwerkwoord
voorzetsel
bijvoeglijk naamwoord
Benoem het onderstreepte werkwoord in de zin.
Marie-Thérèse wordt elke dag met de auto naar school gebracht.
bijwoord
zelfstandig werkwoord
hulpwerkwoord
voorzetsel
bijvoeglijk naamwoord
hoe heet het gekleurde woord?
De lange man loopt naar de keuken
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Hoe heet het gekleurde woord?
De mooie bloem staat in de glazen vaas
zelfstandig naamwoord
lidwoord
voegwoord
voorzetsel
Hoe heet het gekleurde woord?
Het meisje heeft mooi lange vlechten in het haar
lidwoord
voegwoord
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsel
Wat is geen vragend voornaamwoord?
wie
wat
welke
waarom
wat voor
Wat is geen aanwijzend voornaamwoord?
die
deze
zo'n
zulke
daar
Ik vroeg wat ik zulke aardige jongens moest geven voor hun spontane hulp.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Met welke boodschap is dat meisje naar die nieuwe buren gegaan?
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Wie is toch dat aardige meisje met zo'n bijzondere fluit?
In deze zin staat geen vragend voornaamwoord of een aanwijzend voornaamwoord.
In deze zin staat 1 vragend voornaamwoord, maar geen aanwijzend voornaamwoord.
In deze zin staat 1 vragend voornaamwoord en 1 aanwijzend voornaamwoord.
In deze zin staat 1 vragend voornaamwoord en 2 aanwijzende voornaamwoorden.
In deze zin staan 2 vragende voornaamwoorden en 2 aanwijzende voornaamwoorden.
De kinderen van de buren werden door de oppas opgehaald.
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsel
zelfstandig naamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Het woord ''in'' is een ...
Wat is het gekleurde woordsoort? In de metro kwam ik een oude vriend tegen.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
lidwoord
aanwijzend voornaamwoord
Veel leerlingen klagen over de smakeloze broodjes in de kantine van die moderne school.
De meeste leerlingen komen met de fiets naar school. Hoeveel voorzetsels zitten er in deze zin?
4
2
1
Geen
